Fietsen langs de Rijn

De Rijn bij Wesseling

Zoals ik al vertelde, noopte de machinistenstaking in Duitsland me om mijn bezoek aan de Thesaurus in München uit te stellen. In plaats daarvan ben ik een eind wezen fietsen. Ook een manier om het nuttige met het aangename te verenigen. Het weer werkte mee en we hebben volop genoten. Voor wie het ook eens wil proberen zijn hier onze ervaringen. 285 kilometer in zes dagen vergt geen wielrenconditie maar je ziet van alles.

Zum Rhein, zum Rhein, zum deutschen Rhein

De eerste dag, woensdag, fietsten we van Kerkrade naar Düren. Het was enigszins voorspelbaar dat dit de minste dag zou zijn. Voorbij Kerkrade liggen wat dorpjes die weinig speciaals te bieden hebben; daarop volgt het bruinkoolwinningsgebied. Ik hoopte er desondanks iets leuks van te maken door de hoofdwegen te vermijden, maar had het vermogen van Google Maps onderschat om je letterlijk het bos in te sturen. In het verleden waren we weleens over een niet langer bestaand Zuid-Limburgs bospad gestuurd, dit keer was er tenminste een pad, maar daarmee was dan ook alles gezegd. Voordeel is wel dat we nu stoere verhalen kunnen vertellen over routes waar we omgewaaide bomen moesten ruimen voordat we verder konden. In Düren logeerden we in een prima hotel tegenover een supermarkt, waar we nog even inkopen konden doen.

De eigenlijke tocht begon de dag erna: naar de Rijn. Dit keer hadden we gewone wegen, zo nu en dan met een afgebakend fietspad, en met de wind in de rug passeerden we Lechenich en Brühl, waarover ik al blogde. In Brühl is ook een mooi paleis van de aartsbisschop van Keulen, maar het is gesloten wegens werkzaamheden en de fonteinen in de tuin hadden geen water. Evengoed een prettige plek. Niet veel later stonden we bij Wesseling aan de Rijn, die we de komende dagen stroomafwaarts zouden volgen.

Keulen

Keulen

In eerste instantie volgden we de Rijn door een industriegebied – altijd fascinerend – naar Keulen, waar we een hotel hadden gevonden in de buurt van de Neumarkt. De reden was dat we nog even naar de St. Aposteln wilden, die bij een eerder bezoek gedeeltelijk gesloten was voor het publiek. Ook het Rautenstrauch-Joest-Museum, dat we bij dat eerdere bezoek hadden overgeslagen, lag hier in de buurt. We gingen daar nog even kijken, maar om de waarheid te zeggen viel de etnografische collectie wat tegen. We waren ook vermoeider dan we hadden verwacht.

Maya-kunst (Rautenstrauch-Joest-museum, Keulen)

De volgende ochtend, een regenachtige vrijdagmorgen, bezochten we de St. Aposteln, die ook dit keer grotendeels was gesloten, en we liepen via 4711 door naar de Dom. Je bent immers niet in Keulen geweest als je niet even naar de Drie Koningen bent wezen kijken. Een kop koffie later bezochten we het Wallraf-Richartz-Museum, waar ik al tientallen jaren niet was geweest. De hernieuwde kennismaking was alleszins aangenaam.

Na de lunch reden we verder. De regen was opgehouden, maar we hadden tegenwind en besloten daarom de kortste weg noordwaarts te nemen. Een weg die het voordeel had dat ik die al kende. Via Dormagen, waar we thee dronken, bereikten we ons hotel, even voor Neuss. Opnieuw een uitstekende plek om te slapen.

Neuss, de samenvloeiing van Rijn en Erft

De limes

Dormagen was een Romeinse stad – de Keltische naam Durnomagus betekent zoiets als het kiezelveld – en was een fort langs de Rijngrens. De originele vondsten liggen merendeels in het Rheinisches Landesmuseum in Bonn, maar er zijn wat replica’s in een museumtuin achter het raadhuis. De expositieruimte bleek echter gesloten.

Neuss, ooit een legioenbasis, bood op zaterdag hetzelfde: replica’s maar een gesloten Romeinse afdeling in het museum, terwijl het heiligdom voor Kybele eveneens ontoegankelijk was. Ik weet nu dus nog niet waarom het de hysterische naam Fossa Sanguinis heeft, “bloedgracht”. Het beeld van steeds ontoegankelijker Romeins erfgoed is overigens herkenbaar: al tien jaar geleden werd gewaarschuwd dat in de voorlichting substantie nodig was.

Düsseldorf

We gingen even naar de andere oever van de Rijn, naar Düsseldorf. Daar belandden we in de aanloop naar een grote demonstratie tegen het fascisme. Ongehinderd door de politiek genoot ik vooral van de curry-worst, die we kochten op de markt.

Via de dijk aan de linkerzijde van de Rijn fietsten we in het winterzonnetje verder naar de plaats waar het Romeinse fort Gelduba had gelegen (niets te zien, maar dat wisten we al). Daarna bereikten we Burg Linn. Ik wist dat er een mooie archeologische collectie was met de vondsten uit de omgeving van Krefeld, maar was desondanks stupéfait. Dit museum was groter, mooier en beter dan ik had verwacht, hoewel ik van Duitse musea toch altijd verwacht dat ze groot, mooi en uitstekend zijn. Aangeraden dus.

Frankische helm (Burg Linn, Krefeld)

We rondden de zaterdag af met een fietstochtje maar Moers, waar ons hotel chiquer bleek dan we hadden verwacht. We sliepen desondanks goed en het zondagse ontbijt was uitstekend.

Xanten

De volgende dag reden we – opnieuw in een heerlijk winterzonnetje – eerst naar Birten, een dorpje dat na twee millennia nog steeds de naam heeft van de Romeinse legioenbasis die hier heeft gelegen, Vetera. We dronken koffie en bekeken het bostheater, dat ligt op de plek van het Romeinse amfitheater. Daarna wachtte Xanten, de stad waar Siegfried en Hagen van Tronje vandaan komen en tevens de stad waar de beroemde Vlaamse held Bikfried de draak To-Tal-Krieg versloeg. Desondanks sloegen we het Siegfriedmuseum over; ik ben er tweemaal geweest en om de waarheid te zeggen verdraagt het geen derde bezoek.

Een onlangs gereconstrueerd huis in het archeologisch park

Dat geldt uiteraard niet voor het archeologisch park: de herbouwde Romeinse stad die ooit Colonia Ulpia Trajana (“Tronje”) heette. Er is altijd iets nieuws te zien.

Het dichtstbijzijnde Nederlandse spoorwegstation was te ver om nog voor zonsondergang te bereiken, dus we overnachtten nog een keer in Kalkar. Ook dat appartement was uitstekend en op maandag zagen we de Rijn voor het laatst.

Tot slot: Duitsland is ingericht op auto’s, dus fietspaden zijn er niet altijd, of je wordt over het trottoir geleid, wat niet altijd even handig is. Ook niet voor de voetgangers, trouwens. Wat ik leerde was dat Duitse fietsers die je willen inhalen, veel eerder dan in Nederland bellen, zodat je voldoende tijd hebt achter elkaar te gaan rijden. Wat mij betreft iets dat ik zal overnemen, want dit is een goede gewoonte.

Deel dit:

9 gedachtes over “Fietsen langs de Rijn

  1. Thusnelda Wetering

    Ik heb sinds kort een e-bike (je wordt wat ouder) maar had er nog nooit aan gedacht daarmee op vakantie te gaan. De limes in Duitsland is inderdaad een leuk doel! Bedankt voor het advies.

    1. Frans Buijs

      En gruwelijk. Het is te vergelijken met de muurschilderingen van Bonampak: het ziet er prachtig uit, maar wat wordt afgebeeld is een en al geweld.

  2. FrankB

    “285 kilometer in zes dagen vergt geen wielrenconditie”
    Hier ben ik het grondig mee oneens en al helemaal over bospaden. Dus je kunt voorkomen dat ik mijn petje voor jullie af neem.
    Ik vind de Frankische helm mooi.

  3. Ha leuk, fietsvakantie! Maar dat bellen voordat je gaat inhalen, ik weet het niet hoor. Ik schrik altijd behoorlijk van het geluid en maak dan onwillekeurig een beweging naar links of rechts, wat je dus precies niet moet doen als iemand je in gaat halen. In sommige buitenlanden toeteren auto’s ook voordat ze je gaan inhalen, met exact hetzelfde effect.

    En FrankB: de eerste fietsdag is het gemakkelijk, de tweede en derde zijn zwaar (zadelpijn steekt de kop op), maar daarna ben je erdoorheen en is het weer gemakkelijk. Wel vind ik de hele dag een rivier volgen ontzettend saai. Na drie dagen Moezel waren we wel weer aan een hellinkje toe, zelfs mijn liever vlak fietsende reisgenote…

    1. Rinus

      Als geboren en getogen Amsterdammer ben ik de laatste jaren overgestapt om op de fietspaden in de binnenstad eerst even kort te bellen (1x ting) voor ik iemand ga passeren. dat voorkomt veel schrikreacties van onoplettende fietsers (je weet wel, die druk met bellen, appen o.i.d.). Als ik iemand wil waarschuwen of mijn ongeduld wil duidelijk maken, bel ik echt anders en men hoort men echt het verschil wel.
      NB: in mijn jeugd was het een sport om een oude fiets zonder bel en verlichting te rijden in Amsterdam; hoezo bellen?

  4. Bellen voor inhalen? Als ik door Utrecht fiets (maar dat ging vroeger ook op voor het fietspad richting Ermelo vol scholieren) gebruik ik nooit een bel. Voetgangers gaan namelijk eerst omkijken, maken daarmee een beweging van een stap naar links, en dan ben ik al voorbij. Ignorance is bliss.

Reacties zijn gesloten.