De Maronitische Wereldkroniek (6) Catastrofe

Justinus II (Bode-Museum, Berlijn)

[Dit is het zesde van tien blogjes met de vertaling van de Maronitische Wereldkroniek. Dit deel, vrijwel zonder lacunes, beschrijft de implosie van het Byzantijnse gezag in de late zesde eeuw. Een inleiding tot deze kroniek, literatuur en een waarschuwing de vertaling niet al te letterlijk te nemen, vindt u hier.]

877 SE. ≡ okt.565/sept.566

In het jaar 877 regeerde Justinus II, een verwant van de eerste. Toen hij aantrad, betoonde hij zijn zorg voor de toestand van de kerken en schreef hij een orthodoxe geloofsbelijdenis. Die bijdrage stuurde hij naar alle provincies en hij beval dat allen die de kerk niet volgden, uit hun positie zouden worden ontheven.
Aan het begin van zijn regering was gedurende een jaar in het noorden iets te zien dat leek op een vuurkolom.

Lees verder “De Maronitische Wereldkroniek (6) Catastrofe”

II Parthica, Romes strategische reserve

Felsonius Verus, standaarddrager van II Parthica. Hij heeft de adelaarstandaard van zijn legioen opgeruimd in een beschermende kooi, klaar voor transport (Apamea)

In de eerste twee eeuwen van onze jaartelling plaatsten de Romeinen hun legioenen niet ver van de Rijn, Donau en Eufraat. De transportwegen moesten immers worden bewaakt en bijkomend voordeel was dat een vijand altijd een rivier moest oversteken, wat meestal wat voorbereiding vergde en dus de verdediger tijdwinst opleverde. Het nadeel van deze vorm van lijnverdediging was dat als de vijand eenmaal was doorgebroken, hij meteen diep het imperium kon binnendringen. Vandaar dat in de Late Oudheid een mobiele strategische reserve bestond.

Ontstaan

Het initiatief kwam van keizer Lucius Septimius Severus (r.193-211). In het kader van zijn oorlog tegen het Parthische Rijk formeerde hij drie nieuwe legioenen: I Parthica en III Parthica bleven in het oosten, maar II Parthica ging met hem mee naar Rome, kreeg een basis op de Albaanse Berg en diende voortaan als strategische reserve. Het legioen, dat tevens diende als tegenwicht tegen de Praetoriaanse Garde in Rome, kreeg al snel een tweede bijnaam, Albana.

Lees verder “II Parthica, Romes strategische reserve”

De belegering van Apameia

Bij de belegering van Apameia waren ook Arabische ruiters actief (Louvre, Parijs)

Als ik schrijf dat het was tegen het einde van het jaar waarin Caesar en Lepidus het consulaat bekleedden (december 46 v.Chr. dus), dan concludeert u dat u weer een blogje te lezen krijgt in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Maar het gaat vandaag niet over Caesar.

In een eerder stukje gaf ik aan dat Caesar de gouverneur van Cilicië, Quintus Cornificius, opdracht had gegeven de orde te herstellen in Syrië. Daar erkende Quintus Caecilius Bassus het gezag van Caesar niet. Hij had Caesars verwant Sextus Julius Caesar uit de weg laten ruimen en zelf de macht gegrepen. Bassus voorzag zichzelf van een officiële titel en verschanste zich in Apameia, waar hij beschikte over een goed verdedigbare citadel en geld. Daarmee begon hij een leger op te bouwen.

Lees verder “De belegering van Apameia”

Code-switching

Code-switching in Apameia

Wat heeft bovenstaande foto uit een Romeins badhuis in Syrië te maken met de woordkeuze van een schrijver of spreker? Veel, zoals ik zal uitleggen.

Eerst iets over leenwoorden. Dat zijn gewoon woorden die we overnemen uit andere talen en vervolgens behandelen alsof ze Nederlands zijn. Ons woord cijfer komt van het Arabische sifr, “nul”, maar we behandelen het alsof het een Nederlands woord is. Het meervoud is cijfers en niet asfaar. We becijferen de opbrengst, onderbouwen iets cijfermatig en vinden mensen ongecijferd als ze in 2020 beweerden dat de slag bij Thermopylai (480 v.Chr.) 2500 jaar eerder had plaatsgevonden. Kortom, het woord cijfer is weliswaar afkomstig uit een andere taal, maar gedraagt zich alsof het een Nederlands woord is.

Lees verder “Code-switching”

De plundering van Apameia

Apamea in de winter van 2013

Bovenstaande foto is tien jaar geleden gemaakt, dus in 2013. Ze toont de Hellenistisch-Romeinse stad Apameia in Syrië. Het maanlandschap kwam symbool te staan voor de plundering en vernietiging van archeologische vindplaatsen in Syrië en Irak – met name door de zogenaamd Islamitische Staat.

Al snel sprak UNESCO van culturele genocide. Er was zeker iets gebeurd, maar het probleem was dat we het niet echt zeker wisten. Het ontbrak lange tijd aan onafhankelijke en betrouwbare informatie. Toen er wetenschappelijke literatuur kwam, gebaseerd op betrouwbare informatie, bleek dat de zaak genuanceerder en vooral gecompliceerder lag.

Lees verder “De plundering van Apameia”

De hellenistische steden

De hoofdstraat van Apameia

Zoals zoveel zaken in de hellenistische tijd, was de gewoonte steden te stichten een voortzetting van een eerdere praktijk. De vader van Alexander de Grote, Filippos, was de stichter van Filippoi, terwijl drie Fenicische moedersteden Tripoli hadden gesticht. Dit zijn geen koloniën – sowieso een lastig begrip – want Filippoi en Tripoli verrezen niet overzee. Het waren volksplantingen in eigen land.

Het was, zoals zo vaak, Alexander die radicaliseerde. Het lijstje begint met Iskenderun in Turkije, Alexandrië in Egypte en Edessa in Turkije. In Afghanistan liggen Alexandrië in Areia (Herat), Proftasia, Alexandrië in Arachosië (Kandahar) en Alexandrië in de Kaukasos (Begram bij Kabul). Alexandrië aan de Oxus is identiek aan Kampyr Tepe in Oezbekstian. Het Verste Alexandrië is vermoedelijk Khojand. Nikopolis, Boukefala en Alexandrië aan de Akesines (Uch) liggen in de Punjab. Er lijken stadstichtingen te zijn geweest rond Karachi. Charax ligt in zuidelijk Irak. We ronden af met Alexandrië in de Troas in Turkije en Alexandrië in Margiana (Gyaur Kala in Turkemistan). Dit waren compleet nieuwe steden of sterk vergrote oudere dorpen.

Lees verder “De hellenistische steden”

Een unieke kerel

Grafsteen uit het geplunderde museum van Apameia

Je vindt nog ’s wat als je bezig bent met je oude foto’s. Bovenstaande inscriptie was ooit te zien in het geplunderde museum bij de Syrische stad Apameia. De grafsteen van een Romeinse soldaat. Er gaan er dertien van in een dozijn: hier hebt u er nog een stuk of dertig, behorend dezelfde museumcollectie en daar heeft u een stukje dat ik ooit blogde over een ander exemplaar. Vrijwel alle soldaten behoorden bij hetzelfde legeronderdeel, het Tweede Legioen Parthica, de strategische reserve van het Romeinse Rijk. Het onderdeel was in de eerste helft van de derde eeuw na Chr. enkele keren in Syrië gestationeerd. Allemaal niks bijzonders.

Als mijn zakenpartner en ik foto’s hebben gemaakt, benut ik de avond meestal om ze een naam te geven zodat we het materiaal later makkelijk kunnen terugvinden. Op een mooie novemberavond in 2008 las ik snel de naam van de soldaat, die blijkbaar Marius heette of misschien Carius. (Voor niet-latinisten: het eerste woord, Mario, betekent “voor Marius”, al is de eerste letter erg beschadigd.) Hij werd drieënveertig jaar oud en diende er ruim eenentwintig. Twee trompetters plaatsten de gedenksteen. Nog steeds niets bijzonders en ook de constatering dat hij een “unieke kerel” was, is niet uitzonderlijk. Hooguit was de naam van de overledene wat kort, maar in de derde eeuw raakte de aloude driedelige Romeinse naam in onbruik, dus zo vreemd was dat nou ook weer niet.

Lees verder “Een unieke kerel”

Adelaar

Felsonius Rufus, standaarddrager van II Parthica. Hij heeft de adelaar van zijn legioen opgeruimd in een beschermende kooi, klaar voor transport (Apamea)

De stad Apameia in Syrië, die genomineerd is voor de UNESCO-werelderfgoedlijst, is de afgelopen jaren geplunderd. Ik toonde op deze blog al eens de foto’s, waarop is te zien dat het hele opgravingsterrein is veranderd van een nette archeologische site in een eindeloos veld vol kuilen. Een interessante observatie is dat de plundering zich heeft beperkt tot het eigenlijke opgravingsterrein. De antieke stad strekte zich echter daarbuiten uit – hier werden de overledenen bijgezet, met allerlei grafgiften – maar de akkers zijn niet veranderd in kuilenvelden. Dit moet betekenen dat de plundering van de opgraving is georganiseerd door de eigenaar van het terrein: de Syrische overheid, die zich er keurig van heeft onthouden land te doorzoeken dat ze niet bezat.

De betrokkenheid van de Syrische overheid doet het ergste vrezen voor het museumpje even verderop. De collectie was al vrij armzalig, maar het had wat aardige mozaïeken – voor het echte werk moet u overigens naar Brussel – en wat grafstenen van Romeinse soldaten, waarvan het gros lijkt te zijn omgekomen in militaire crises in 218 en 244 na Chr. Toen ik er in 2008 kwam, wachtten enkele van deze monumentjes nog op een wetenschappelijke publicatie. Op de recente luchtfoto’s zijn ze niet meer zichtbaar, dus u zult deze grafstenen vroeg of laat wel tegenkomen op eBay of Marktplaats.

Lees verder “Adelaar”

Ondertussen in Syrië

Apamea in de zomer van 2011
Apameia in de zomer van 2011

De bovenste foto (via) dateert uit de zomer van 2011 en toont de ruïnes van de antieke stad Apameia in Syrië. Het is een van de best-onderzochte Grieks-Romeinse steden van het antieke Midden-Oosten. De grote lijn van links naar rechts is de weergaloze processiestraat, die aan beide zijden is omgeven door colonnades. Er is een stadspoort (helemaal links), er is een badhuis, er zijn tempels – kortom, alles wat een antieke stad zo interessant maakt is er te zien. Enkele mooie mozaïeken zijn te zien in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel.

Er is in Apameia simpelweg té veel gevonden. Lang niet alles wat is opgegraven, kon worden gedocumenteerd. Mijn beste vriend en ik hebben in het museum foto’s genomen van een enorme, prachtige verzameling grafschriften. Men deed daar niet moeilijk over, maar verzocht ons wel of we met het online plaatsen wilden wachten tot de officiële publicatie er was.

Lees verder “Ondertussen in Syrië”