Het apocalyptisch zegel

Zegel met de tekst “MNHMONEYE MOY” (“denk aan mij”; Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

De Openbaring van Johannes is een opstapeling van mystieke beelden. De visionair ziet God op zijn troon in de hemel, omgeven door wonderlijke wezens. God geeft een verzegelde boekrol aan een met messiaanse titels aangeduid Lam, dat de zegels kan verbreken. Bij het verbreken van de eerste vier verschijnen de beroemde ruiters van de apocalyps, die de vreselijkste dingen brengen naar de aarde. Het vijfde zegel gaat open en Johannes ziet de zielen van de martelaren, die God vragen hoe lang ze nog moeten wachten tot hun bloed zal worden gewroken. Ze krijgen te horen dat ze nog even moeten wachten tot er voldoende martelaren zijn. Zegel zes: natuurrampen.

Kortom, de Jongste Dag is aangebroken. De aarde vergaat en het is de vraag wat er met de mensen zal gebeuren. En dan is er ineens een pauze.

Ik zag in het oosten een andere engel opstijgen, die het zegel van de levende God had. De vier engelen die de opdracht hadden gekregen om schade toe te brengen aan het land en de zee riep hij met luide stem toe: “Laat het land en de zee en ook de bomen nog ongemoeid! Eerst moeten wij het zegel van onze God op het voorhoofd van zijn dienaren aanbrengen.”

Toen hoorde ik het aantal van hen die het zegel droegen: honderdvierenveertigduizend in totaal, afkomstig uit elke stam van Israël. noot Openbaring 7.2-3; NBV21.

Even verderop lezen we wat het zegel is: de naam van het Lam en van zijn vader.noot Openbaring 14.1. Nog wat verderop blijkt ook de Hoer van Babylon woorden op het voorhoofd te hebben: “Het grote Babylon, moeder van alle hoeren en van alle gruwelijkheden ter wereld”.noot Openbaring 17.5. Het is metaforisch bedoeld – Johannes zegt zelf dat er een diepere betekenis is – maar “moeder van alle hoeren” ligt dicht tegen de wijze waarop in de Romeinse tijd vrouwelijke sekswerkers werden gedehumaniseerd. Ik blogde er al eens over.

Slaven

Het was in de Oudheid niet ongebruikelijk slaven en krijgsgevangenen te brandmerken. Een door Constantijn de Grote in 315/316 uitgevaardigde wet verbood dit op het menselijk gezicht te doen, aangezien het gelaat “is geschapen naar de gelijkenis van de hemelse schoonheid”. (De formulering suggereert christelijke inspiratie.) Het Griekse woord dat hierboven als “dienaren” is vertaald, δοῦλοι, kan ook “slaven” betekenen. Dat is in de oude wereld geen ongebruikelijke beeldspraak: alle mensen zijn de slaven van de goden.

We mogen dus zeker denken aan een brandmerk. Maar welbeschouwd is er sprake van een zegel, waarmee mensen bezit markeerden. De 144.000 presenteren zich als Gods eigendom. Ook geen ongebruikelijke beeldspraak in de oude wereld. Dat het een zegel is met een tekst erop, is evenmin vreemd: we hebben zegels met woorden erop, zie het plaatje hierboven.

Verwoest Jeruzalem

Maar er is nog een andere parallel waaraan Johannes zal hebben gedacht. De profeet Ezechiël vertelt dat hij gruwelijke afgodendienst heeft aanschouwd in de tempel van Jeruzalem en dat God heeft besloten de aanwezigen te verdelgen. Voordat het zo ver is, draagt hij iemand op om degenen die de ontheiliging bejammerden, een merkteken op het voorhoofd te zetten. Zij zullen bij de verwoesting van Jeruzalem gespaard blijven.noot Ezechiël 9.4-6.

De Openbaring van Johannes lijkt te zijn geschreven nadat de Romeinen Jeruzalem hadden verwoest en toen er christenen waren gedood omdat ze hadden geweigerd deel te nemen aan de keizercultus. Het ligt voor de hand dat de woorden van Ezechiël Johannes als vanzelf te binnen schoten.

[Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]

Deel dit:

Een gedachte over “Het apocalyptisch zegel

  1. Merit

    Een mooie uitleg van dit gedeelte van het bijbelboek Openbaring.

    “alle mensen zijn de slaven van de goden”. Slaven, dienaren of als predikant: een knecht des Heeren.

Reacties zijn gesloten.