Het Colosseum (1): de bouw

Het Colosseum

Ik kondigde een tijdje geleden aan dat ik het zou hebben over het Colosseum, het enorme amfitheater in het midden van Rome. Zo’n gebouw – ik bedoel een amfitheater – diende  voor jachtpartijen, executies en gladiatorengevechten en had, zoals de naam eigenlijk al aangeeft, het uiterlijk van een dubbel theater. Deze bouwvorm is ontstaan in Campanië, waar in de tweede eeuw v.Chr. op verschillende plaatsen zulke houten executieschouwburgen verrezen. Vanaf de tijd van Sulla werden ze opgetrokken uit steen, zoals dat van Pompeii. Rome deed vooralsnog niet mee aan deze mode, want daar bleef het Circus Maximus in gebruik voor gladiatorengevechten. Ook het Forum bleef ruimte bieden aan deze vorm van vermaak en nog ten tijde van Julius Caesar zijn daar onderaardse gangen aangelegd om wilde dieren naar hun dood te laten lopen.

In 34 v.Chr. begon een generaal van Octavianus, Titus Statilius Taurus, met de constructie van het eerste Romeinse amfitheater. Het moet op het Marsveld (Campus Martius) hebben gestaan en was waarschijnlijk niet zo groot, want onze bronnen vermelden dat Augustus zijn gladiatorenshows bleef organiseren in het Circus Maximus. Pas met de bouw van het Colosseum, waarmee in 71 na Chr. werd begonnen, kreeg deze vorm van amusement een eigen plaats.

Lees verder “Het Colosseum (1): de bouw”

Een fonteinleeuw uit Wallonië

Fonteinleeuw (Espace gallo-romain, Ath)

Ik was vandaag even in Ath, waar in het charmante archeologisch museum een al even charmante expositie is over Romeinse tuinen. Mijn aandacht werd getrokken door bovenstaande leeuw. Of beter: fonteinleeuw, want het dier is bedoeld om water te spuwen en het museum heeft het beeld zelfs in die functie hersteld. Het oogt puntgaaf, alsof het gisteren uit een beeldhouwersatelier is gekomen. Maar ik begrijp dat het geen replica is.

Deze fonteinleeuw stond ooit op een binnenplaats van de tweede-eeuwse Romeinse villa van de Grand Bon Dieu in Anthée (een kilometer of tien ten westen van Dinant), die rond 1870 door Charles Grosjean is opgegraven. Qua vorm is het een landgoed waarvan er dertien in een dozijn gingen: een hoofdgebouw met een brede galerij, aan weerszijden torenachtige zijvleugels, ervóór een rechthoekige tuin en het geheel omgeven door een lage muur. Wat de villa bijzonder maakt is de omvang: het ommuurde deel mat niet minder dan twaalf hectare. En er waren fonteinen.

Lees verder “Een fonteinleeuw uit Wallonië”

Code-switching

Code-switching in Apameia

Wat heeft bovenstaande foto uit een Romeins badhuis in Syrië te maken met de woordkeuze van een schrijver of spreker? Veel, zoals ik zal uitleggen.

Eerst iets over leenwoorden. Dat zijn gewoon woorden die we overnemen uit andere talen en vervolgens behandelen alsof ze Nederlands zijn. Ons woord cijfer komt van het Arabische sifr, “nul”, maar we behandelen het alsof het een Nederlands woord is. Het meervoud is cijfers en niet asfaar. We becijferen de opbrengst, onderbouwen iets cijfermatig en vinden mensen ongecijferd als ze in 2020 beweerden dat de slag bij Thermopylai (480 v.Chr.) 2500 jaar eerder had plaatsgevonden. Kortom, het woord cijfer is weliswaar afkomstig uit een andere taal, maar gedraagt zich alsof het een Nederlands woord is.

Lees verder “Code-switching”

Nehalennia, drie maal

Nehalennia-altaar (© Rijksmuseum van Oudheden)

Op de onlangs vernieuwde afdeling “Nederland in de Romeinse tijd” in het Leidse Rijksmuseum van Oudheden is voor het eerst een bijzonder altaar te zien van Nehalennia, de antieke beschermgodin van de Noordzeevaart. Bijzonder, omdat Nehalennia drie keer is afgebeeld. Het altaar is omstreeks 200 na Chr. door een zekere Marcus Justinius Albus aan de godin gewijd, in 1982 door een amateurarcheoloog in de Oosterschelde opgedoken en onlangs aangekocht door het museum.

Op de meer dan tweehonderd andere bekende Nehalennia-altaren en -fragmenten is de godin alleen afgebeeld, soms zittend en soms staand, met als attributen een mand appelen, een hond en soms een schip. Dat laatste is in lijn met de naam Nehalennia, die volgens de Italiaanse taalkundige Patrizia de Bernardo Stempel in het Keltisch “zij die bij de zee is” betekent. Inderdaad zijn de altaren, die rond Nehalennia’s tempels gestaan moeten hebben, vrijwel allemaal aangetroffen bij de zee, namelijk bij Domburg en in de Oosterschelde bij Colijnsplaat.

Lees verder “Nehalennia, drie maal”

Marmer

Een steengroeve in Turkije

Een tijdje geleden maakte ik voor de Livius.org-website een webpagina aan over diverse soorten natuursteen. Die diende vooral om te kunnen linken naar foto’s als ik eens zou moeten verwijzen naar een stuk marmer. Het is niet de allermooiste pagina maar u vindt die hier.

Toen ik die pagina af had, zocht ik de plaatsen op waar ik het woord “marble” had gebruikt, omdat ik daarvandaan moest linken naar de nieuwe pagina. Dat vind ik meestal het leukste klusje omdat ik dan allerlei oude schrijfsels tegenkom, waar ik dan vaak iets zie dat verbeterd kan worden. Of ik houd er mijn kennis mee op peil. Dit keer belandde ik op enkele webpagina’s die ik had gewijd aan de spijkerschriftteksten die bekendstaan als de Achaimenidische koningsinscripties: een klein corpus van nogal stereotype teksten die ik ooit online heb geplaatst omdat niemand anders de moeite nam. En toen viel me iets grappigs op.

Lees verder “Marmer”