XXX Ulpia Victrix

Ere-inschrift voor een bestuurder die ook diende in XXX Ulpia Victrix (Capitolijnse Musea, Rome)

Met het legioen dat bekendstaat als XXX Ulpia Victrix hebben we een regiment te pakken dat diende in onze eigen contreien. Het was eeuwenlang gestationeerd in Xanten. De bijnamen vertellen ons weinig: Victrix betekent “zegevierend” en het zou een raar legioen zijn geweest als het iets anders had geclaimd, Ulpia verwijst naar de oprichter van deze eenheid, keizer Marcus Ulpius Trajanus. Hij formeerde XXX Ulpia Victrix samen met II Traiana Fortis in 105, tijdens de oorlog die hij voerde tegen de Daciërs. Het rangnummer Dertig bewijst dat het Romeinse leger op dat moment dertig legioenen had.

XXX Ulpia Victrix was aanvankelijk gestationeerd in Brigetio (Szöny) in Pannonië, dat tot dan toe had gediend als basis van XI Claudia. Enkele onderafdelingen van het nieuwe legioen namen deel aan de oorlog tegen de Daciërs en vermoedelijk nam het regiment enkele jaren later ook deel aan Trajanus’ campagne tegen het Parthische Rijk (115-117).

Lees verder “XXX Ulpia Victrix”

Museum Dorestad

Romeinse helm uit Wijk bij Duurstede (Rijkscollectie)

Deze blog bestaat vandaag veertien jaar en dat vier ik met het 500e blogje in onze reeks museumstukken. Dat moet natuurlijk een bijzonder museumstuk zijn, maar het is niet de helm hierboven. Ik blog over het museum waar die helm eigenlijk hoort te zijn, en wellicht nog eens komt. Alleen is dat museum nog niet geopend: het is Museum Dorestad in Wijk bij Duurstede.

Ik blog daarover omdat een museum, waar ze artefacten tonen, ook zelf een artefact is. Ik heb eerder weleens geblogd over de landkaart van Italië die je kunt zien in het Museo della civiltà romana in Rome, en zo kun je ook kijken naar het museum waar de vondsten uit Dorestad te zien zullen zijn. Ik sprak erover met conservator Luit van der Tuuk.

Lees verder “Museum Dorestad”

Romeinse vondsten uit de Waal

Caesar met vondsten uit de Waal

Het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden bezit meer voorwerpen dan het kan exposeren. Tegelijk zijn er regionale musea die weleens iets anders willen tonen dan het gebruikelijke materiaal. Daarom is er een leuke en mijns inziens belangrijke reeks exposities Onder Ons, waarbij lokale musea het Leidse materiaal gebruiken. Ik heb al geblogd over de Vorst van Oss in Museum Jan Cunen in Oss, over de Etrusken in museum Wierdenland in Ezinge en over het laatantieke grafveld van Rhenen in het plaatselijke Stadsmuseum.

De Etrusken in Ezinge niet te na gesproken is het belang dit: een historische belangstelling begint plaatselijk; een kind ziet iets dat lokaal en herkenbaar is, maar ook anders; het ontwikkelt zo belangstelling voor het verleden. Door de voorwerpen te exposeren waar ze het meest aanzetten tot reflectie, gebruiken musea de culturele waarde van hun objecten het best. De Vorst van Oss dus in Oss, en het laatantieke grafveld van Rhenen in Rhenen.

Lees verder “Romeinse vondsten uit de Waal”

VIII Augusta aan de Rijn

Maquette van de basis van VIII Augusta in Straatsburg (Palais Rohan)

Ik eindigde mijn vorige blogje met de constatering dat VIII Augusta in 70 na Chr. van de Balkan naar het westen werd overgeplaatst. Daar was het eerst gestationeerd in Mirebeau-sur-Bèze, vijfentwintig kilometer van Dyon. Een tweede basis was Argentoratum, het huidige Straatsburg aan de Midden-Rijn. Hier beschermde het legioen een belangrijke rivierovergang in Germania Superior. Het legioen zou daar nog ruim drie eeuwen blijven.

Het Zwarte Woud

In 74 legden de legionairs een weg aan van Straatsburg naar Rottweil en Hufingen: dwars door het Zwarte Woud. Dit was niet alleen een aanzienlijke bekorting van de reistijd tussen de Rijn en de Boven-Donau; het was ook het begin van de bezetting van het huidige Baden-Württemberg of, zoals het destijds heette, de Agri Decumates. Een Romeinse verovering, maar in de zin dat het een grensbekorting was ook een defensieve maatregel: de consolidatie van het imperium was begonnen.

Lees verder “VIII Augusta aan de Rijn”

XIII Gemina (1)

De brug over de Rubico

Een van de betere zinnen van Titus Livius is dat Julius Caesar, toen hij de Rubico overstak, met het Dertiende Legioen “de wereld bestormde”. De slimmerik die opmerkt dat we Livius’ verslag van de Tweede Burgeroorlog niet hebben, kan het citaat vinden bij Orosius.

Caesar had de eenheid in 57 v.Chr. geformeerd, in de aanloop naar zijn aanval op de Belgische stammen in noordelijk Gallië. Het legioen stond in de achterhoede tijdens de slag aan de Sabis, de Selle in Noord-Frankrijk, waarin Caesar de Nerviërs versloeg. Later vinden we de eenheid aan de Atlantische kust en tijdens de belegering van Gergovia. Ook blij de blokkade van Alesia moet het Dertiende betrokken zijn geweest.

Lees verder “XIII Gemina (1)”

Fietsen langs de Rijn

De Rijn bij Wesseling

Zoals ik al vertelde, noopte de machinistenstaking in Duitsland me om mijn bezoek aan de Thesaurus in München uit te stellen. In plaats daarvan ben ik een eind wezen fietsen. Ook een manier om het nuttige met het aangename te verenigen. Het weer werkte mee en we hebben volop genoten. Voor wie het ook eens wil proberen zijn hier onze ervaringen. 285 kilometer in zes dagen vergt geen wielrenconditie maar je ziet van alles.

Zum Rhein, zum Rhein, zum deutschen Rhein

De eerste dag, woensdag, fietsten we van Kerkrade naar Düren. Het was enigszins voorspelbaar dat dit de minste dag zou zijn. Voorbij Kerkrade liggen wat dorpjes die weinig speciaals te bieden hebben; daarop volgt het bruinkoolwinningsgebied. Ik hoopte er desondanks iets leuks van te maken door de hoofdwegen te vermijden, maar had het vermogen van Google Maps onderschat om je letterlijk het bos in te sturen. In het verleden waren we weleens over een niet langer bestaand Zuid-Limburgs bospad gestuurd, dit keer was er tenminste een pad, maar daarmee was dan ook alles gezegd. Voordeel is wel dat we nu stoere verhalen kunnen vertellen over routes waar we omgewaaide bomen moesten ruimen voordat we verder konden. In Düren logeerden we in een prima hotel tegenover een supermarkt, waar we nog even inkopen konden doen.

Lees verder “Fietsen langs de Rijn”

Faits divers (4)

In de reeks faits divers deze keer: de Romeinse Rijn en andere Romeinse zaken.

De Rijn

Eerst maar even een constatering n.a.v. het blogje over de Gallische plaatsnamen. Iemand mailde me dat het eigenlijk wat vreemd is dat de Romeinen de Latijnse naam van de Rijn, Rhenus, spelden met /rh/. Suggereerde dat niet dat het een Grieks leenwoord was?

Het blijkt nog veel leuker. Vermoedelijk is er een Keltische naam Renos geweest, die zoiets als route betekende. (Eenmaal gegermaniseerd werd dat in het Oudhoogduits Rin.) De Grieken herkenden in dat Keltische Renos hun werkwoord ῾ρέω, ofwel rheo, “stromen”, en schreven het daarom als ῾Ρῆνος. Dat namen de Romeinen weer over, en die schreven dus Rhenus. Inderdaad een Grieks leenwoord. En deze vorm beïnvloedde later, toen het moderne Duits ontstond, de vorm Rhein.

Lees verder “Faits divers (4)”

De Rijn

De Rijn bij Koblenz

Er is wat te doen geweest om de lengte van de Rijn, de antieke Rhenus. Iedereen schreef van elkaar over dat de stroom ruim 1330 kilometer lang was. Feitelijk meet de rivier 1233 kilometer. Althans tegenwoordig. Vroeger was de rivier iets langer, want door kanalen zijn er bekortingen geweest. Maar geen 100 kilometer.

De twee bronnen liggen in de Zwitserse Alpen. De daar ontspringende riviertjes komen samen in de omgeving van Chur, het oude Curia. Vanaf hier stroomt de rivier naar het Bodenmeer: 150 kilometer noordelijker en twee kilometer lager. Bij dit meer, ooit bekend als Lacus Brigantinus, buigt de rivier westwaarts en dondert vervolgens naar beneden over de enorme waterval bij Schaffhausen. Nog even verderop, bij Windisch (Vindonissa), mondt de Aare uit in de Rijn en vanaf daar is de stroom voor schepen bevaarbaar.

Lees verder “De Rijn”

Domitianus (24): Germania Capta

Germania Capta (Rheinisches Landesmuseum, Bonn)

De bovenstaande munt is niet te zien op de expositie over de Romeinse keizer Domitianus (r.81-96) in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. U zult ervoor naar Bonn moeten, naar het Rheinisches Landesmuseum. Fijn museum overigens in een fijne stad.

Germania capta

Wat we zien is Vrouwe Germania, die weent om haar verloren vrijheid. Germania capta. Domitianus heeft haar onderworpen. Constatering één is natuurlijk dat dit een antwoord is op de Judaea capta-munten die de Romeinse munt in enorme aantallen had verspreid. Door de Germanen te onderwerpen, had Domitianus zich de gelijke van zijn broer betoond.

Lees verder “Domitianus (24): Germania Capta”

Valt te weten waar de Drususgracht lag?

Drusus, naar wie de Drususgracht is vernoemd (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

In mijn komende boek Hannibal in de Alpen behandel ik een topografisch probleem: hoe bepaal je de locatie van een in de antieke bronnen genoemde plek? Deze problematiek is gangbaar en elke oudheidkundige weet dat atlassen (zoals) veel schijnzekerheid bieden. Waar lag Waššukanni? Waar op de Atheense Akropolis stond het Parthenon? Welke ruïnes zijn die van Ubar? Zulk onderzoek is te reduceren tot vier deelproblemen.

  1. Tekstkritiek: wat staat er precies in de geschreven bronnen?
  2. Bronkritiek: vergelijking van de bronnen om informatie te distilleren
  3. Reconstructie van het antieke landschap
  4. Plaatsing van de informatie (2) in het landschap (3)

In het geval van Hannibals Alpentocht zijn er voldoende tekst- en bronkritische problemen om te weten dat er onvoldoende informatie is om in het landschap te passen. Einde speurtocht. Dat het Alpenlandschap niet noemenswaardig is veranderd zou stap #3 makkelijk hebben kunnen maken, maar zover komen we dus niet eens. Iets dergelijks, bedacht ik onlangs, speelt op onschuldiger niveau bij de zogeheten Drususgracht, een waterbouwkundig werk dat is vernoemd naar de Romeinse veldheer Drusus.

Lees verder “Valt te weten waar de Drususgracht lag?”