Valt te weten waar de Drususgracht lag?

Drusus (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

In mijn komende boek Hannibal in de Alpen behandel ik een topografisch probleem: hoe bepaal je de locatie van een in de antieke bronnen genoemde plek? Deze problematiek is gangbaar en elke oudheidkundige weet dat atlassen (zoals) veel schijnzekerheid bieden. Waar lag Waššukanni? Waar op de Atheense Akropolis stond het Parthenon? Welke ruïnes zijn die van Ubar? Zulk onderzoek is te reduceren tot vier deelproblemen.

  1. Tekstkritiek: wat staat er precies in de geschreven bronnen?
  2. Bronkritiek: vergelijking van de bronnen om informatie te distilleren
  3. Reconstructie van het antieke landschap
  4. Plaatsing van de informatie (2) in het landschap (3)

In het geval van Hannibals Alpentocht zijn er voldoende tekst- en bronkritische problemen om te weten dat er onvoldoende informatie is om in het landschap te passen. Einde speurtocht. Dat het Alpenlandschap niet noemenswaardig is veranderd zou stap #3 makkelijk hebben kunnen maken, maar zover komen we dus niet eens. Iets dergelijks, bedacht ik onlangs, speelt op onschuldiger niveau bij de zogeheten Drususgracht, een waterbouwkundig werk dat is vernoemd naar de Romeinse veldheer Drusus.

Lees verder “Valt te weten waar de Drususgracht lag?”

Misverstand: Bevroren Rijn

Als ik de Rijn moest oversteken, nam ik deze brug bij Mainz. Ik weet niet meer waar ik deze penning heb gefotografeerd.

Misverstand: De barbaren staken in 406 een bevroren Rijn over

Het Romeinse Rijk bleef niet eeuwig bestaan, al is niet precies duidelijk waardoor het in West-Europa verdween. Er wordt al een eeuw of twee, drie over gediscussieerd en het einde van het debat lijkt nog niet in zicht. Eén factor wordt echter steeds opnieuw genoemd: de invallen van barbaarse stammen. Die raakten weliswaar snel geassimileerd, maar de dreiging was van tijd tot tijd zeer reëel.

Zo staken op de laatste dag van 406 de Vandalen, Sueben en Alanen de Rijn over. Het Romeinse leger dat de grens had moeten verdedigen, was op dat moment niet op volle sterkte omdat veel troepen in Italië waren om te vechten tegen een andere groep barbaren, die al eerder een inval hadden gedaan. Een jaar later brak er tussen de Romeinen ook nog eens een burgeroorlog uit. De Vandalen, Sueben en Alanen konden vrijwel ongehinderd Gallië onder de voet lopen.

Lees verder “Misverstand: Bevroren Rijn”

Kaiserswerth

Kaiserswerth

Dingen waar je langs komt als je een fietstochtje maakt: de ruïne van Kaiserswerth. Op een eiland in de Rijn, ergens tussen wat nu Dusseldorp en Duisburg zijn, stond ooit een Romeinse villa die door de Merovingische hofmeier Pippijn van Herstal en zijn vrouw Plectrudis rond 700 werden geschonken aan de Angelsaksische missionaris Suïtbertus, een metgezel van Willibrordus. We horen weinig meer over de door hem gestichte abdij, maar in de elfde eeuw bouwde keizer Hendrik III het gebouw uit tot versterkt paleis, een palts.

Dat maakte het tot een geschikte plek om een tol in te stellen, en zulks geschiedde dan ook in 1174: Frederik Barbarossa verplaatste toen de Rijntol van Tiel naar Kaiserswerth. Wat je nu ziet, zijn de muren uit die tijd, ruwweg even oud als de Keulse romaanse kerken en romaanse kunst waarover ik een paar maanden geleden heb geblogd. Ten tijde van Frederik II kwam de tol in handen van de aartsbisschop van Keulen.

Lees verder “Kaiserswerth”

Rhenus bicornis

De splitsing van Rijn en Waal bij Millingen

Vorige week moest ik op een ochtend even in Nijmegen zijn en omdat er nogal wat tijd zou verstrijken tot mijn volgende afspraak, besloot ik een eindje te gaan fietsen. Het werd een mooi tochtje. Het Nederlandse rivierenlandschap is altijd mooi en het stuk richting Duitsland kende ik nog niet.

Even ten westen van Millingen ligt de splitsing van de Rijn en de Waal. Zie boven. Links de Waal, richting Nijmegen, rechts de Rijn, richting Arnhem. Ik vind het – om er eens wat clichés tegenaan te gooien – erg indrukwekkend hoe de enorme watermassa’s hier voort stromen onder een lage hemel. De splitsing heeft zich in de loop der tijden wat verplaatst maar het zal er in de Oudheid niet heel anders uit hebben gezien en ik denk dat dit punt voor de Romeinen, die maar weinig rivieren kenden die groter waren dan de Rijn (de Donau en de Nijl zijn de enige kandidaten) nog indrukwekkender zal zijn geweest dan voor ons. De officieren die begin 19 v.Chr. verantwoordelijk waren voor de stichting van Nijmegen zullen erover naar huis hebben geschreven.

Lees verder “Rhenus bicornis”

Dat was dus dom

De Rijn bij Koblenz op een winterse dag

Ik moet even iets rechtzetten. Op oudejaarsdag schreef ik een stukje over de bevroren Rijn, een onderwerp waarover ik eerder had geblogd. Ik had er in dat eerste stukje op gewezen dat iedereen elkaar overschrijft dat de Germanen in 405 n.Chr. een bevroren rivier zouden zijn overgestoken. Nu kan dat heel goed werkelijk zijn gebeurd, maar het blijkt niet uit onze bronnen.

Ik opperde in dat eerste stukje dat dit idee terugging op een passage uit Edward Gibbons Decline and Fall of the Roman Empire. Ik had toen gedacht dat de Britse oudhistoricus een passage uit Herodianus voor ogen had gehad, waarin deze schrijft dat de Rijn altijd bevriest, maar ik aarzelde. Die tekst had Gibbon vermoedelijk al een paar jaar niet voor ogen gehad toen hij schreef over de gebeurtenissen in de vroege vijfde eeuw. In mijn tweede stukje opperde ik dat hij weleens door een passage uit een vierde-eeuwse lofrede op het idee kon zijn gebracht.

Lees verder “Dat was dus dom”

Opnieuw: de bevroren Rijn

Zum Rhein, zum Rhein, zum deutschen Rhein.

Vorig jaar blogde ik op oudejaarsdag over een bekend onzinverhaal, namelijk dat op 31 december 406 de Germaanse Vandalen en de Iraanse Alanen de bevroren Rijn zouden zijn overgestoken. Die oversteek heeft plaatsgevonden, dat staat vast. Ook lijdt het weinig twijfel dat dit het begin van het einde is geweest van Romeins Gallië. Alleen, dat de Rijn bevroren is geweest, dat is dus nergens te vinden in de antieke bronnen. Een (gelukkig onschuldig) staaltje nepnieuws van de soort waar de oudheidkunde al jaren mee kampt.

Waar komt zo’n verhaal, dat u zó kunt vinden op het internet of in Fik Meijers Macht zonder grenzen, [NOOT] nou vandaan? In mijn vorige stukje schreef ik dat ik vermoedde dat de achttiende-eeuwse oudhistoricus Edward Gibbon, de auteur van Decline and Fall of the Roman Empire, degene was die het misverstand de wereld in had geholpen. Die wordt namelijk nogal vaak kritiekloos overgeschreven. Achttiende-eeuwse wetenschappers kun je immers gewoon geloven, aangezien er de afgelopen twee-en-een-halve eeuw niets is toegevoegd aan de wetenschap. Maar waar heeft Gibbon het vandaan?

Lees verder “Opnieuw: de bevroren Rijn”

Factcheck: de bevroren Rijn

Als ik de Rijn moest oversteken, nam ik deze brug.
Als ik de Rijn moest oversteken, nam ik deze brug.

Het is 31 december en sommige zaken zijn vandaag voorspelbaar. Vanavond vuurwerk. Een oudejaarsconferentie. Rijen bij de oliebollenkramen. En ergens schrijft iemand dat twee stammen, de Germaanse Vandalen en de Iraanse Alanen, op 31 december 406 de bevroren Rijn overstaken. Voilà, de bijdrage van dit jaar.

Het Romeinse leger dat de grens had moeten verdedigen, was die oudejaarsdag niet op volle sterkte omdat veel troepen in Italië waren om te vechten tegen een andere groep invallers. Het geluk lachtte Vandalen en Alanen toe: tussen de Romeinen brak burgeroorlog uit. Versterkt met nog andere Germaanse groepen konden ze Gallië vrijwel ongehinderd onder de voet lopen.

Lees verder “Factcheck: de bevroren Rijn”