Eutropius (5): De feiten verantwoorden

Kleio, de muze van de historische wetenschappen.

Terwijl u dit op leest, breng ik een bezoek aan het nieuwe Nabu-museum in Batrun. Daar ga ik zeker over bloggen, maar het zal wel volgende week worden. Om u toch te vervelen met de Oudheid, bied ik u in tien afleveringen de tekst aan van de inleiding die ik schreef voor de vertaling die Vincent Hunink maakte van de Korte geschiedenis van Rome van de laat-Romeinse auteur Eutropius. Als alles goed gaat, verschijnt die medio november. Het eerste deel van deze reeks vindt u hier.

Toen Polybius zijn negenendertig boekrollen over de opkomst van Rome had voltooid, voegde hij een veertigste toe, waarin hij zijn werkzaamheden verantwoordde. Dat lijkt het eerste deel te zijn geweest dat kopiisten niet langer overschreven, zodat het verloren is gegaan. In de Oudheid bekreunde men zich niet erg om de controleerbaarheid van een geschiedverhaal. Lucianus, die in Hoe schrijf je geschiedenis? vertelt wat de Romeinen van een historicus verwachtten, heeft over het tweede punt op ons lijstje van vijf weinig te melden. Eutropius kan het maar weinig schelen: hij geeft op precies één plaats aan waar zijn informatie vandaan komt en vrijwel zeker heeft hij dat overgeschreven uit een uittreksel van Livius’ verloren twintigste boek.

Lees verder “Eutropius (5): De feiten verantwoorden”

Klassieke literatuur (9): biografie

Seneca en Sokrates, twee volken in één cultuur: het culturele ideaal van Ploutarchos. Herme uit Rome, nu in het Altes Museum in Berlijn.

[Bij mijn mail zat een tijdje geleden de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich er echt in wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit bij een cursus aanschuiven, zoals deze. Voor de Latijnse literatuur is er Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en christelijke literatuur is zo’n boek er niet. Vandaag behandel ik het genre van de biografie.]

Ik heb er al eerder op gewezen dat de Grieken en Romeinen methodisch individualisten waren, wetenschapsbargoens om aan te geven dat alleen individuen de oorzaak kunnen zijn van historische gebeurtenissen. Deze visie geldt als achterhaald: er bestaat zoiets als “institutionele overmacht”, wat wil zeggen dat menselijk gedrag wordt veroorzaakt door abstracte zaken die niet zijn te herleiden tot individuen. Over deze stof hoeven wij ons nu het hoofd niet te breken; waar het mij vandaag om gaat is dat het antieke denken over oorzakelijkheid met zich meebrengt dat men het karakter van de diverse historische personages relatief belangrijk vond. Dus ontstond een nieuw literair genre: de biografie.

Lees verder “Klassieke literatuur (9): biografie”

Byzantijnse krabbel (9): Oude wijsheid

Reliëf van de heidense god Pan uit de elfde eeuw (Bode-Museum, Berlijn)

De speurtocht naar de herkomst van de uitdrukking “de wijze van Chaironeia” afgelopen weekend had een leuk gevolg: op Facebook attendeerde iemand me op een charmant gedichtje van de Byzantijnse auteur Johannes Mauropous, “Zwartvoet”, de bisschop van Euchaita in oostelijk Anatolië. U moet hem kort na het jaar 1050 plaatsen; hij was een vriend van de Michael Psellos over wie ik al eens eerder schreef.

Het gedichtje hieronder trof me omdat het zo aardig weergeeft hoe middeleeuwers dachten over de geleerden uit de Oudheid. De tekst is wat corrupt overgeleverd, maar de strekking is duidelijk. De  vertaling is voor de gelegenheid gemaakt door Hein van Dolen.

Lees verder “Byzantijnse krabbel (9): Oude wijsheid”

De wijze van Chaironeia

Portret van een tweede-eeuwse priester uit Delfi, geïdentificeerd als Ploutarchos (Museum van Delfi)

Stel, u zou besluiten een antieke tekst te gaan lezen, waar zou u beginnen? Het is zinloos aan te vangen met de grote klassieken. De Bijbel is bijvoorbeeld alleen toegankelijk met grondige toelichting en dat geldt ook voor de tien invloedrijkste antieke teksten die ik hier ooit presenteerde. Slechts een paar teksten spreken ondanks twee of drie millennia rechtstreeks tot ons: de keizerbiografieën van Suetonius bijvoorbeeld; de meerderheid van de fabels en de spreekwoordencollecties; sommige delen van Herodotos. Ook sommige antieke filosofen schreven voor een wijd Grieks of Romeins publiek en zijn daardoor nog altijd toegankelijk: een Seneca, een Ploutarchos van Chaironeia.

Lang niet alles overigens. Toen ik onlangs op een bruiloft was, was me gevraagd of ik niet “een tekst van de Grieken of Romeinen” kon meenemen voor het bruidspaar, maar ik heb toch het Advies voor een gelukkig huwelijk maar niet overhandigd. De wijze van Chaironeia begint zijn raadgevingen met de beschrijving van een mooie gewoonte, namelijk dat de bruid en bruidegom, voor ze elkaar ontmoeten, een appel eten zodat hun eerste kus in elk geval zoet smaakt. Vervolgens komen Ploutarchos’ adviezen er echter op neer dat een huwelijk goed loopt als de vrouw maar onderdanig is.

Lees verder “De wijze van Chaironeia”