De aankondiging van de geboorte van Mohammed

Amina presenteert de baby Mohammed aan haar schoonvader Abd-al-Muttalib.

Niet alleen de geboorte van Jezus werd aan zijn moeder verkondigd, ook die van Mohammed, althans volgens een nogal obscuur, moeilijk te dateren verhaal dat is opgenomen in het Leven van de Profeet van Ibn Ishaq.

De mensen vertellen — en alleen God weet wat ervan waar is — dat Āmina, de moeder van de Profeet, heeft verteld dat er tijdens haar zwangerschap [een stem?] tot haar kwam die zei: ‘Jij gaat zwanger van de heer van dit volk; als hij geboren is, zeg dan: “Laat de Ene hem behoeden voor het kwaad van elk die hem benijdt”, en noem hem Mohammed.’

Toen zij in verwachting van hem was zag zij een licht van zich uitgaan waardoor zij de burchten van Busrā in Syrië kon zien.noot Ibn Ishaak, Het leven van Mohammed (vert. Wim Raven, 2000):ويزعمونفيما يتحدث  الناس والله أعلم أن آمنة بنت وهب أم رسول الله ص كانت تحدث أنها أتيت، حين حملت برسول الله ص فقيل لها: أنك قد حملت بسيد هذه الأمة، فإذا وقع إلي الأرض فقولي: أعيذه بالواحد من شر كل حاسد ثم سمّيه محمدًا. ورأت حين حملت به أنه خرج منها نور رأت به قصور بُصْرى من أرض الشأم.

Was het een engel die tot Āmina kwam? We weten het niet. In het Arabisch staan passieve werkwoordsvormen: ‘er werd tot haar gekomen’ en ‘er werd tegen haar gezegd’. Wie of wat dat deed blijft ongezegd.

Het licht dat het mogelijk maakte burchten te zien op meer dan duizend kilometer van Mekka, herinnert aan het wonderbaarlijke, van eeuwigheid bestaande ‘licht van Mohammed’ (nūr Muhammadī). In Busrā begon, vanuit Arabië gezien, het Byzantijnse Rijk. De aan Āmina toegeschreven uitspraak verwijst naar de toekomstige verovering van dat rijk. De bezweringsformule die zij moet uitspreken herinnert aan de soera’s 113 en 114 van de Koran: de beide soera’s die beschermen tegen het kwaad (al-mu‘awwidhātān).

Vervolgens springt de overeenkomst met de bijbelse annunciatie in het oog. In het evangelie van Lukas krijgt de vader van Johannes de Doper bezoek van de engel Gabriël, die de boreling een grote toekomst verkondigt en zegt dat hij Johannes moet heten. Ook Jezus’ moeder krijgt kort voor haar zwangerschap bezoek van hem. Tegen haar zegt de engel onder meer:

Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je. … Wees niet bang Maria, God heeft je zijn gunst geschonken. Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen. Hij zal een groot man worden … .noot Lukas 1.26-39.

De aankondigingen aan Āmina en aan Maria hebben een aantal punten gemeen:

  1. Bezoek van een stem(?)/engel.
  2. Aankondiging van de geboorte van een groot man.
  3. Opdracht tot naamgeving.

Kortom, het Arabische verhaal maakt gebruik van het Bijbelverhaal of van een verhaal dat daarnaast heeft gelegen. Het doet dat omdat het is ontstaan in een omgeving waar de nieuwe profeet Mohammed zich moest profileren ten opzichte van de allang gevestigde ‘profeten’ van jodendom en christendom. Het probeert een islamitische annunciatie in plaats te stellen van de christelijke.

[Dit stuk verscheen oorspronkelijk op de eigen blog van Wim Raven en ook op de beëindigde website Grondslagen.net.]

Deel dit: