De Maronitische Wereldkroniek (5) Justinianus

Justinianus (Louvre, Parijs)

[Dit is het vijfde van tien blogjes met de vertaling van de Maronitische Wereldkroniek. Een inleiding, literatuur en een waarschuwing de vertaling niet al te letterlijk te nemen, vindt u hier.]

839 SE. ≡ okt.527/sept.528

Justinianus regeerde vanaf het jaar 839 alleen over het Romeinse Rijk.
In dit jaar, op 29 oktober, vond er een aardbeving plaats, waarbij sommige plaatsen in de buurt van Antiochië werden verwoest. Bij deze aardbeving stortte Laodikeia in Syrië in. Deze aardbeving vond plaats op vrijdag om elf uur ’s ochtends.

Commentaar
Mogelijk is dit een doublure met de aardbeving in Antiochië die in het vorige blogje werd genoemd.

Lees verder “De Maronitische Wereldkroniek (5) Justinianus”

De Hagia Sofia

De Hagia Sofia

Mijn zakenpartner reist bovengemiddeld veel en is niet snel ergens van onder de indruk, maar in Istanbul, in de Hagia Sofia, viel hij even stil. En ik snap hem helemaal. De kerk van de Heilige Wijsheid is ook voor mij een van de allermooiste monumenten uit de Oudheid. De Heilige Wijsheid in kwestie is overigens een andere aanduiding voor het Woord van God ofwel Christus.

De belangrijkste kerk van Constantinopel, want daarover hebben we het, stond op een boogscheut van een ouder christelijk heiligdom, de Kerk van de Goddelijke Vrede ofwel de Heilige Eirene. In de tekst die bekendstaat als de Notitia Urbis Constaninopoliana heten ze “de oude kerk” en de “nieuwe kerk”.

Lees verder “De Hagia Sofia”

Prokopios (slot)

Justinianus (Venetië)

[Dit is het laatste van vijf blogjes over de Byzantijnse geschiedschrijver Prokopios van de hand van Hein van Dolen. Het eerste was hier.]

Het schrijven van Anekdota is door latere geleerden niet op prijs gesteld. Prokopios werd betiteld als een rancuneus man, een reactionair en een achterbakse oude hypocriet. Bijna iedereen heeft getwijfeld aan het waarheidsgehalte van zijn roddelpraat en men nam hem kwalijk dat hij zijn informatie putte uit de achterklap die hij op straat of in de kroeg moet hebben gehoord en die hij zonder enige kritiek in zijn geschrift heeft overgenomen.

Toch zijn sommige mededelingen door tijdgenoten bevestigd. Zo schrijft Euagrios Scholastikos (circa 536-na 594), de auteur van een Kerkgeschiedenis:

Er is ook een andere karaktertrek van Justinianus, een gebrek dat elke denkbare dierlijkheid te boven gaat. Of deze karakterzwakte te wijten was aan lafheid en angst, kan ik niet zeggen, maar zij trad duidelijk aan de dag tijdens het Nika-oproer.noot Euagrios Scholastikos, Kerkgeschiedenis 4.32.

Lees verder “Prokopios (slot)”

Prokopios (3)

[Dit is het derde van vijf blogjes over de Byzantijnse geschiedschrijver Prokopios van de hand van Hein van Dolen. Het eerste was hier.]

De keerzijde van de medaille

Terwijl Prokopios zijn Gebouwen aan het schrijven was, vatte hij het plan op om een soort commentaar op zijn grote geschiedwerk, Oorlogen, te maken. Hij was langzamerhand tot het besef gekomen dat hij de zaken daarin veel te rooskleurig had voorgesteld en wilde nu de keerzijde van de medaille tonen. De zo geroemde kwaliteiten van keizer Justinianus werden volgens hem overschaduwd door zijn minder prettige eigenschappen en Theodora was nog een graadje erger. Prokopios besloot de volle waarheid uit de doeken te doen.

Nu was het in die tijd een riskante onderneming om de waarheid te onthullen. Dit was Prokopios zich maar al te goed bewust. Hij zag het gevaar in dat hij door een geheim agent zou worden betrapt en zijn leven op de pijnbank zou eindigen. Niemand was te vertrouwen, zelfs de naaste familie niet. Maar de innerlijke noodzaak om te zeggen wat er werkelijk aan de hand was geweest bleek sterker, en “met klapperende tanden” begon hij aan zijn “enorme taak” om het schandelijke optreden van het keizerspaar én van generaal Belisarius met diens vrouw aan de kaak te stellen.

Lees verder “Prokopios (3)”

Het Byzantijnse Rijk (2): Bloei

Mozaïek uit de Hagia Sofia

[Tweede van drie blogs over het Byzantijnse Rijk. Het eerste was hier.]

De Byzantijnse geschiedenis begint op het moment dat de Romeinse keizers Constantinopel in gebruik namen als voornaamste keizerlijke residentie. Wie een datum zoekt, zou 11 mei 330 kunnen noemen, maar iedereen begrijpt dat het niet op een dag eerder of later steekt. De geschiedenis eindigt in elk geval op een heel precies moment: op 29 mei 1453. Toen veroverde de Ottomaanse sultan Mehmet II de stad. Ik blogde er al eens over. Historici verdelen het tussenliggende millennium in drie perioden.

Justinianus

De eerste daarvan, van 330 tot 867, is te typeren als ontstaan, crisis en voortbestaan. Tijdens de regering van Justinianus (r.527-565) deden de Byzantijnen een laatste poging de westelijke provincies van het voormalige Romeinse Rijk te heroveren. Dit plan slaagde grotendeels: generaal Belisarius heroverde de rijke provincies in Italië en Afrika, de steden in Libië verjongden (de Ananeosis) en Byzantijns goud kocht invloed in Frankisch Gallië en Visigotisch Spanje. De hervonden eenheid werd gevierd met de bouw van de kerk van de Heilige Wijsheid, de Hagia Sofia, in Constantinopel. De prijs voor de hereniging was echter hoog. Justinianus moest de Sassanidische Perzen afkopen en kreeg te maken met stevig verzet, bijvoorbeeld in Ostrogotisch Italië.

Lees verder “Het Byzantijnse Rijk (2): Bloei”