
[Dit is het tweede van vijf blogjes over de Byzantijnse geschiedschrijver Prokopios van de hand van Hein van Dolen. Het eerste was hier.]
Belisarius
Van de regeringsperiode van keizer Justinianus, waarover het vorige blogje ging, zijn we goed op de hoogte door de boeken van Prokopios. Deze omstreeks 507 in het Palestijnse Caesarea geboren schrijver was afkomstig uit de christelijke bovenlaag van zijn vaderstad en had daar een gedegen opleiding genoten in de welsprekendheid en het recht. In Constantinopel kwam hij in dienst van de toen nog jonge generaal Belisarius en hij vergezelde zijn meester bij de expedities naar verschillende delen van de toenmalige wereld.
Hij werd diens privésecretaris en juridisch adviseur. Als zodanig vervulde hij enkele verantwoordelijke opdrachten in verband met de vloot en de voedselvoorziening. Met zijn vaardige pen en zijn fenomenale beheersing van het klassieke Grieks leek hij de aangewezen man om de geschiedenis van de militaire successen te beschrijven. Zijn hoofdwerk heeft de titel Oorlogen meegekregen. Het is niet zeker of Prokopios zelf zijn magnum opus zo heeft genoemd, maar in elk geval dekt de vlag de lading niet volkomen. Behalve de veldtochten van Belisarius staan er lange uitweidingen in over de geografie en de geschiedenis van vreemde volkeren en de wederwaardigheden in de hoofdstad, onder meer een ooggetuigenverslag van de pest in 542.
Justinianus
Prokopios zou zich tot de belangrijkste historicus van de late Oudheid en waarschijnlijk van het hele Byzantijnse Rijk ontwikkelen. We lezen dat hij al tijdens zijn leven grote waardering kreeg voor zijn schrijfkunst en fraaie taalgebruik. Het is overigens de vraag of de keizer wel zo ingenomen was met Oorlogen, want de vele lofprijzingen erin betreffen in de eerste plaats de verrichtingen van de bewonderde generaal en niet de opdrachtgever.
Misschien is dat de reden geweest waarom Justinianus de historicus verzocht om een boek te wijden aan zijn bouwactiviteiten.
Dit zou Gebouwen worden. Het geschrift bestaat uit zes korte boeken waarin Prokopios een min of meer volledig overzicht geeft van alle bouwwerken die Justinianus in zijn rijk heeft laten verrijzen – met uitzondering van Italië. In dit werk hanteert Prokopios de zogenoemde panegyrische stijl om de lof van de machthebber te bezingen. De toon die uit vooral uit het laatste geschrift spreekt, is positief, soms bij het kruiperige af. Prokopios wilde de roem van zijn keizer uitbazuinen en prijst al zijn maatregelen en ondernemingen uitbundig.
Theodora
Niet lang na het jaar 520 vindt de belangrijkste gebeurtenis in het persoonlijke leven van Justinianus plaats. Hij ontmoet dan Theodora. Deze vrouw was, om het voorzichtig uit te drukken, niet de ideale partner voor een toekomstige keizer. We lezen – en het hoeft niet per se waar te zijn – dat ze was voortgekomen uit de heffe des volks. Haar vader zou als berendresseur werkzaam zijn geweest in het circus waar Theodora’s moeder optrad als artieste. Al heel jong stond Theodora op de planken en vervulde ze bijrollen in derderangs-blijspelen. Zodra zij wat ouder werd, verkocht zij, een betoverende schoonheid, zich als tippelaarster aan ieder willekeurige voorbijganger. In de ogen van Prokopios was zij in deze levensfase een ontstellend vulgaire nymfomane.
Nadat Justinianus haar had leren kennen, viel hij voor haar knappe uiterlijk en haar sprankelende geest. Weldra was hij als was in haar handen. Hij trad in 525 met haar in het huwelijk, nadat hij eerst zijn oom, keizer Justinus, de wet had laten veranderen die aan hooggeplaatste personen verbood om te trouwen met prostituees. Wat de publieke opinie dacht van deze verbintenis, is niet overgeleverd, maar er is ongetwijfeld veel stof opgewaaid en het conservatieve deel van de burgerij moet met leedwezen hebben geconstateerd dat het aanzien van het keizerhuis ernstig werd beschadigd.
Twee jaar later, op 1 april 527, werd Theodora tot keizerin gekroond en zij had van meet af aan een grote invloed op het hof. Haar liederlijke gedrag leek ze te hebben afgezworen, want op een enkel boosaardig gerucht na vernemen we in latere tijden van geen misstap of overspel. Dag en nacht stond zij haar man met raad en daad terzijde en toonde zich een stuk standvastiger dan hij. Zij werd om haar liefdadigheid geprezen en de kroniekschrijver Johannes Malalas (circa 490-570) vertelt hoe zij meisjes die gedwongen in de prostitutie werkten, de vrijheid schonk door de pooiers af te kopen.
Zo bevrijdde deze vrome keizerin de meisjes van het juk van de ongelukkige slavernij. Ieder kreeg van haar kleren en werd voor één goudstuk vrijgekocht.noot
In 547/548 is Theodora, na een regering van eenentwintig jaar, overleden aan een kwaadaardig gezwel, haar man in diepe droefheid achterlatend. In de zeventien jaar dat hij haar overleefde, zou hij nooit een ander huwen.
[Wordt vervolgd. Dit was het tweede van vijf blogjes over Prokopios van de hand van Hein van Dolen. Dank je wel Hein!]
Zelfde tijdvak
Barmhartige en andere samaritanen (1)september 26, 2020
De opstand van Hermenegild (1)januari 26, 2026
De Grote Volksverhuizingenoktober 17, 2020

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.