Justinianus

Justinianus (Louvre, Parijs)

Aan het einde van hun handboek Een kennismaking met de oude wereld bieden De Blois en Van der Spek een korte typering van de regering van keizer Justinianus:

Het Oost-Romeinse (= Byzantijnse) Rijk bleef gedurende de hele Middeleeuwen bestaan. In de zesde eeuw wist de Oost-Romeinse keizer Justinianus (r.527-565) Italië, Noord-Afrika en Zuid-Spanje te heroveren, maar al kort na zijn dood gingen Zuid-Spanje en Noord-Italië weer verloren.

Dit is onhandig geformuleerd. De argeloze lezer kan denken dat Justinianus, net als Trajanus, Marcus Aurelius of Septimius Severus zelf naar het front is gegaan. Hij bleef echter, met zijn keizerin Theodora, in Constantinopel en liet de oorlogvoering over aan zijn vertrouwde generaal Belisarius.

Justinianus is om meer dan alleen zijn militaire prestaties het vermelden waard. Hij bracht het bestaande Romeinse recht bijeen in het Corpus iuris civilis en paste het aan zijn eigen tijd aan. Verder sloot hij de laatste heidense tempels, onder andere die van Isis in Philae in Egypte. Ook de filosofische scholen in Athene (onder andere de Academie van Plato) gingen in 529 dicht.

Een andere Late Oudheid

Meer vertellen De Blois en Van der Spek niet over deze vorst en ik denk dat de selectie, toen ze het handboek in de jaren tachtig samenstelden, goed verdedigbaar was. De Late Oudheid was destijds een marginaal deel van de oude wereld. De vermelding van de veroveringen is zinvol omdat de gebeurtenis toont dat de droom van één wereldrijk nog niet vergeten was. En die droom vormt een van de erfenissen van de oude wereld. Ook het Corpus Iuris Civilis, zo belangrijk voor onze kennis van het voorafgaande recht, verdient de vermelding die het kreeg.

Justinianus (Archeologisch Museum, Izmir)

Inmiddels kijken we echter anders naar de zesde eeuw en zien we dat de regering van Justinianus meer bij de Oudheid hoort dan we veertig jaar geleden dachten. Er is veel archeologisch bewijs bij gekomen en we zien scherper dat de materiële cultuur veel continuïteit vertoont. We zien ook scherper dat de kerstening niet de waterscheiding is geweest die wetenschappers ooit meenden te herkennen. De grote christologische debatten zijn bijvoorbeeld puur platoons.

Rampen

Maar ook: oudheidkundigen zien nu een zesde-eeuwse cesuur die ze eerder niet herkenden. Er waren veranderingen die weliswaar in de bronnen staan vermeld, maar waarvan pas de laatste jaren duidelijk is geworden hoe ingrijpend ze zijn geweest.

Om te beginnen koelde de wereld in de jaren 530 snel af. De Laatantieke Kleine IJstijd brak aan. In veel gebieden zouden boeren minder kunnen produceren en dientengevolge zouden keizers minder armslag hebben. Dát deze klimaatomslag zich razendsnel voltrok, weten we al sinds de jaren tachtig, toen ijskernenonderzoek bewees dat er een enorme vulkaanuitbarsting was geweest, die eveneens is gedocumenteerd in diverse jaarringenreeksen. Oudheidkundigen wezen meteen op de “zon zonder glans” en de “zomer zonder warmte” die de zesde-eeuwse auteur Cassiodorus vermeldt voor 536 en 537, en de verduisterde hemel die Prokopios noemt als reden waarom de Byzantijnse generaal Belisarius een oorlog onderbrak.

Justinianus (Venetië)

Drie jaar later was er een nieuwe uitbarsting, en daarna nog een in 547. Het jaarringenbewijs suggereert dat de gemiddelde zomertemperatuur in de Alpen met bijna twee graden afnam. In Centraal-Eurazië was het zelfs ruim drie graden! Slechte oogsten moeten hebben geleid tot ondervoeding en maakten mensen kwetsbaar voor een pest-epidemie die rond 541 is gedocumenteerd.

Het vulkanisme verklaart waarom de Laatantieke Kleine IJstijd zo abrupt aanbrak. Het stof kan lang in de stratosfeer aanwezig zijn gebleven en zonlicht hebben weerkaatst, waardoor het koel bleef. Maar de Laatantieke Kleine IJstijd hield aan. De diepere reden van de afkoeling is een afname van de zonneactiviteit. De migratiebeweging waarvan de Hunnen de eerste vertegenwoordigers waren geweest, zette zich voort: ten tijde van Justinianus kwamen de Avaren naar het westen, waar ze de staat stichtten die het komende kwart millennium Centraal-Europa zou domineren.

Arabië

Klimaatverandering, vulkaanuitbarstingen en de pest: een van de aanpassingen van de laatantieke cultuur aan deze ilias van rampen was de groeiende populariteit van de Mariaverering. De mensheid was zondig en God was vertoornd, zoveel was duidelijk, maar naar zijn moeder zou Gods zoon toch wel luisteren – en dus riepen de stervelingen haar voorspraak in. Deze cultus wees vooruit naar het middeleeuwse christendom.

Het hoofdkwartier van Al-Mundhir III ibn al-Harith in Resafa

Een andere aanpassing, die eveneens vooruitwees naar de toekomst, was dat Justinianus de verdediging van de grens met de Sassanidische Perzen moest herorganiseren. Hij maakte daarbij gebruik van de plaatselijke, Arabischsprekende stammen en wees leiders aan met opvallend grote bevoegdheden: tot 569 was dat Al-Harith ibn Jabalah, daarna Al-Mundhir III ibn al-Harith. Ze waren christelijk, al onderschreven ze de allerlaatste theologische innovaties niet en hadden ze een voorliefde voor hun eigen heiligen (zoals Sint-Sergius). En het waren formidabele krijgers. Een halve eeuw later zouden de Arabieren profiteren van de zo opgedane militaire ervaring.

Ik vermoed dat De Blois en Van der Spek bij een volgende druk meer aandacht zullen besteden aan de regering van Justinianus. Na Augustus en Constantijn is hij de derde die het Romeinse systeem transformeerde en een nieuw tijdvak inluidde.

[Er is een overzichtspagina van de blogjes over het handboek.]

Deel dit:

5 gedachtes over “Justinianus

  1. Justinianus had gewoon pech. Klimaat, ziekten.. als hij 30 jaar eerder had geleefd waren de Romeinse gebieden misschien nog wel herwinbaar geweest. Aan de ene kant omdat het verlies door de centrale staat nog relatief kort geleden was. Aan de andere kant waren er nog steeds geen grote structuren waarmee bondgenootschappen gesloten konden worden en die misschien op een latere datum ingelijfd hadden kunnen worden. Dit was de tijd van de krijgsheer en persoonlijke eedgenootschappen, die even hard uit elkaar vielen als een opvolger zwak bleek. En de Romeinen hadden niet meer de macht om het via veroveringen op eigen kracht te doen.

  2. Ben Spaans

    Ook ‘pechvogels’ kunnen rampen aanrichten.
    Het ‘Mismanagement of Belisarius’ uit de video?
    Het Nike Oproer?
    Ook pech hebben hebben met Prokopios als geschiedschrijver…?🤔😏

Reacties zijn gesloten.