Moesia

De Donau bij Ruse

Europa kent al eeuwen twee grote handelsroutes. De ene was de corridor van de Noordzee via Rijn, Moezel, Saône en Rhône naar de Middellandse Zee. De andere stond daar haaks op en leidde naar het oosten: de Donau. De eerste landbouwers, de eerste metaalwerkers en de eerste Indo-Europees-sprekenden kwamen hierlangs stroomopwaarts, later gevolgd door Sarmaten, Hunnen, Avaren en Magyaren. Bij de Zwarte Zee zagen zij vóór zich een vruchtbaar gebied, begrensd door rechts de Donau en links het Balkangebergte. Die vruchtbare zone strekt zich uit tot Belgrado, het antieke Singidunum, waar de vlakte zich noordwaarts opende naar de Hongaarse poesta.

De naam Moesia

In de vijfde eeuw v.Chr. worden tussen Donau en Balkan genoemd:

  • de Dardaniërs (in wat nu Servië heet),
  • de Triballiërs (in het noordwesten van Bulgarije)
  • en de Geten (in het noordoosten van Bulgarije).

De laatste twee worden gewoonlijk gerekend tot de Thraciërs. Romeinse bronnen uit het begin van de jaartelling suggereren dat hier ooit ook Mysiërs hadden gewoond, een groep die later zou zijn verhuisd naar de Zee van Marmara. Naar hen noemden de Romeinen de regio Moesia.

Lees verder “Moesia”

De vloot van Majorianus

Majorianus (Valkhof Mmuseum, Nijmegen)

Niemand reist met de trekschuit, geen industrieel gebruikt een stoommachine, lithografie is vooral leuk als curiosum. De achttiende eeuw is in veel opzichten voorbij, maar de inmiddels twee eeuwen verouderde History of the Decline and Fall of the Roman Empire van Edward Gibbon wordt nog geciteerd alsof dat het Woord Gods is. Menig Wikipedia-artikel is verschlimmbessert doordat correcte informatie werd vervangen door verwijzingen naar een boek uit 1776.

Keizer Majorianus

Elk nadeel heeft echter een voordeel: keizer Majorianus, aan wie Gibbon enkele positieve zinnen wijdt, is iets minder onbekend dan de andere heersers van zijn tijd. Gibbon prijst Majorianus’ energie en het is niet moeilijk te zien waarom, want toen deze keizer aantrad was het gezag van het westelijke keizerlijke hof beperkt tot Italië en Illyricum, en Majorianus deed zijn best het machtsbereik te herstellen.

Lees verder “De vloot van Majorianus”

De Maronitische Wereldkroniek (5) Justinianus

Justinianus (Louvre, Parijs)

[Dit is het vijfde van tien blogjes met de vertaling van de Maronitische Wereldkroniek. Een inleiding, literatuur en een waarschuwing de vertaling niet al te letterlijk te nemen, vindt u hier.]

839 SE. ≡ okt.527/sept.528

Justinianus regeerde vanaf het jaar 839 alleen over het Romeinse Rijk.
In dit jaar, op 29 oktober, vond er een aardbeving plaats, waarbij sommige plaatsen in de buurt van Antiochië werden verwoest. Bij deze aardbeving stortte Laodikeia in Syrië in. Deze aardbeving vond plaats op vrijdag om elf uur ’s ochtends.

Commentaar
Mogelijk is dit een doublure met de aardbeving in Antiochië die in het vorige blogje werd genoemd.

Lees verder “De Maronitische Wereldkroniek (5) Justinianus”

Byzantijns Thracië

Het slagveld van Adrianopel

[Dit is het laatste van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

Volksverhuizingen, deel één

Ik heb op deze blog regelmatig aangegeven dat de Grote Volksverhuizingen niet zo groot waren, dat er zelden hele volken bij waren betrokken en dat er eigenlijk ook niet meetbaar meer werd verhuisd dan anders. Op die regel zijn wel wat uitzonderingen, en het diocees Thracië is er daarvan een.

Om te beginnen verzochten in 375 allerlei groepen uit de noordelijke gebieden of ze zich mochten vestigen in het Romeinse Rijk. Het ging om de Goten die bekendstaan als Tervingi, maar er waren ook andere migranten. Zo’n verzoek was niet uniek en keizer Valens zag, zoals al zijn voorgangers in soortgelijke situaties, een gelegenheid om nieuwe boeren en belastingbetalers te werven. Dit keer liepen de zaken uit de hand. Weggelopen slaven en onderdrukte Thracische boeren sloten zich erbij aan – ook geen nieuw verschijnsel – en in 378 sneuvelde de keizer, die probeerde de groep in het gareel te dwingen, in de slag bij Adrianopel. Later auteurs zouden beweren dat de migranten waren opgejaagd door de naderende Hunnen (die op dit moment echter niet de geduchte vijand waren die ze een halve eeuw later zouden zijn) en dat ze in Adrianopel zouden hebben aangestuurd op een conflict (wat maar de vraag is).

Lees verder “Byzantijns Thracië”

De Romeinse “war lord” Aetius (1)

Aetius (Museum Bourges)

Twitter, daar stonden ooit best leuke dingen op, zoals de draadjes van de Gentse oudhistoricus Jeroen Wijnendaele over de Late Oudheid. Hier is er weer eens een, voor u vertaald in het Nederlands.

***

1. Vandaag of morgen, maar dan in 454 na Chr., vermoordde keizer Valentinianus III zijn magister militum Aetius, de hoogste Romeinse commandant in de westelijke provincies van het Romeinse Rijk. Een eeuw later zou de geschiedschrijver Prokopios zowel Aetius als diens rivaal Bonifatius “de laatste der Romeinen” noemen, als een eretitel. Hun carrières waren feitelijk die van war lords, die enorme schade hadden toegebracht aan de westelijke helft van het Romeinse Rijk.

Lees verder “De Romeinse “war lord” Aetius (1)”

De eerste Baiuvaren (1)

Reconstructie van twee Baiuvaren (Museum Aschheim)

In een eerder blogje schreef ik over het lemma dat de Thesaurus Linguae Latinae (het grote oerwoordenboek van de Latijnse taal) wijdde aan de Baiuvaren, zoals de bewoners van het huidige Beieren in de zesde eeuw na Chr. heetten. In dat eerdere blogje behandelde ik het korte tekstje dat bekendstaat als de Frankische Volkentabel.

In de twee blogjes van vandaag neem ik de andere bronnen onder de loep: de oudste vermeldingen van de Baiuvaren. Weliswaar doen ook latere, middeleeuwse auteurs weleens verslag van de zesde eeuw en vermelden ook zij daarbij de Baiuvaren, maar ik beperk me tot de begintijd. De eerste bekende hertog (dux) van de Baiuvaren was Garibald I, die de titel in 548 kreeg van de Frankische koning Theudowald (meer).

Lees verder “De eerste Baiuvaren (1)”

De Maghreb in de Late Oudheid (1)

Latijnse ostrakon uit Timgad, waarin iemand met een Berbernaam een transactie dateert aan de hand van een Vandaalse koning

Toen Augustinus in 430 in Hippo Regius overleed, belegerden de Vandalen zijn stad, die ze kort daarna bezetten. Karthago volgde in 439. Onder leiding van Geiserik stichtten de Vandalen een eigen koninkrijk binnen de grenzen van het aloude Romeinse imperium. De tijden waren aan het veranderen.

Eén van de redenen waardoor het zo ver had kunnen komen, is dat het keizerlijk hof in Ravenna en Constantinopel lang weinig belangstelling had gehad voor de Maghreb. De Duitse oudhistoricus Mischa Meier typeert het als een proces van terugtrekking.

Lees verder “De Maghreb in de Late Oudheid (1)”

De Hagia Sofia

De Hagia Sofia

Mijn zakenpartner reist bovengemiddeld veel en is niet snel ergens van onder de indruk, maar in Istanbul, in de Hagia Sofia, viel hij even stil. En ik snap hem helemaal. De kerk van de Heilige Wijsheid is ook voor mij een van de allermooiste monumenten uit de Oudheid. De Heilige Wijsheid in kwestie is overigens een andere aanduiding voor het Woord van God ofwel Christus.

De belangrijkste kerk van Constantinopel, want daarover hebben we het, stond op een boogscheut van een ouder christelijk heiligdom, de Kerk van de Goddelijke Vrede ofwel de Heilige Eirene. In de tekst die bekendstaat als de Notitia Urbis Constaninopoliana heten ze “de oude kerk” en de “nieuwe kerk”.

Lees verder “De Hagia Sofia”

Prokopios (slot)

Justinianus (Venetië)

[Dit is het laatste van vijf blogjes over de Byzantijnse geschiedschrijver Prokopios van de hand van Hein van Dolen. Het eerste was hier.]

Het schrijven van Anekdota is door latere geleerden niet op prijs gesteld. Prokopios werd betiteld als een rancuneus man, een reactionair en een achterbakse oude hypocriet. Bijna iedereen heeft getwijfeld aan het waarheidsgehalte van zijn roddelpraat en men nam hem kwalijk dat hij zijn informatie putte uit de achterklap die hij op straat of in de kroeg moet hebben gehoord en die hij zonder enige kritiek in zijn geschrift heeft overgenomen.

Toch zijn sommige mededelingen door tijdgenoten bevestigd. Zo schrijft Euagrios Scholastikos (circa 536-na 594), de auteur van een Kerkgeschiedenis:

Er is ook een andere karaktertrek van Justinianus, een gebrek dat elke denkbare dierlijkheid te boven gaat. Of deze karakterzwakte te wijten was aan lafheid en angst, kan ik niet zeggen, maar zij trad duidelijk aan de dag tijdens het Nika-oproer.noot Euagrios Scholastikos, Kerkgeschiedenis 4.32.

Lees verder “Prokopios (slot)”

Prokopios (4)

Theodora (Römisch-Germanische Zentralmuseum, Mainz)

[Dit is het vierde van vijf blogjes over de Byzantijnse geschiedschrijver Prokopios van de hand van Hein van Dolen. Het eerste was hier.]

Wat bewoog Prokopios?

Men heeft zich vaak afgevraagd waarom Prokopios zo gebeten was op keizer Justinianus en zijn vrouw. Er zijn geen gegevens voorhanden waaruit zou blijken dat zij hem persoonlijk hebben dwarsgezeten of zijn positie hebben benadeeld. Er moet dus naar een andere verklaring gezocht worden.

De moeilijkheid is dat we over het leven van Prokopios zo slecht zijn ingelicht. Vanwege zijn enorme belezenheid en eruditie is wel verondersteld dat hij uit de hogere kringen afkomstig moet zijn geweest, want alleen de jeunesse dorée werd in die tijden in staat gesteld hoger onderwijs te volgen. Het is denkbaar dat hij, als lid van de oude, reactionaire adel, zich geërgerd heeft aan de opgeklommen provinciaal en dat hij, vanuit een standsvooroordeel, hun doen en laten met de grootste afkeuring heeft bezien. Het moet voor hem een gruwel zijn geweest een vrouw op de verheven keizertroon te zien zitten die haar jeugd op het toneel en in het bordeel had doorgebracht.

Lees verder “Prokopios (4)”