Wat is volkscultuur? (2)

Herders in de bergen

[Eerder dit jaar overleed Hans Overduin, die me een groot aantal blogs naliet over volkscultuur, een onderwerp waar hij graag over vertelde. Hij schreef ook twee stukjes waarin hij uitlegde wat de wetenschappelijke bestudering van de volkscultuur inhield. Gisteren publiceerde ik het eerste van die twee blogjes; vandaag het slot.]

In het vorige blogje over de wetenschappelijke bestudering van de volkscultuur introduceerde ik enkele begrippen en vertelde ik over “de ontdekking van het volk”. Zeer kort door de bocht samengevat: waren in de Middeleeuwen de verschijningsvormen van de menselijke cultuur nog vrij homogeen, later ontwikkelde de elite eigen, verfijnde culturele vormen. De elite eigende zich bovendien de resultaten toe van het natuurwetenschappelijk onderzoek, terwijl het volk min of meer bleef steken in bijgelovige tradities. Zoals gezegd: dit was kort door de bocht.

In de oude stamsamenlevingen, waar nog nauwelijks verstedelijking was, bestond in feite slechts één cultuur, waar alle leden van de gemeenschap deel aan hadden. Er waren bijvoorbeeld wel aparte zangers en vertellers, maar hun epen kwamen tot stand in samenspel met de luisteraars. Zo’n samenleving noemt men wel “face-to-face”. Al in de Oudheid was de wereld complexer en was er sprake van zowel een sociale als een culturele stratificatie.

Robert Redfield

Het was de Amerikaans antropoloog Robert Redfield (1897-1958) die in de jaren dertig een dualistisch model voorstelde. Hij maakte onderscheid tussen de “great tradition” der geletterden en de “little tradition” van de overigen.

Merk op dat het hier gaat om een traditie van “overigen”, van een restcultuur: de niet-ontwikkelden, de ongeletterden, de niet-elite met hun volksverhalen, volksliederen, volksdevotie, mysteriespelen, kluchten en feesten als kerstmis, nieuwjaar, carnaval, meifeesten en midzomerfeesten. Het staat vast dat deze uitingen van de “little tradition”, anders dan de officiële kerkelijke feesten der “great tradition”, heidense overblijfselen (“archaic survivals”) bevatten, maar men moet bijzonder voorzichtig zijn met zulke interpretaties. Er zijn immers te weinig (geschreven) bronnen.

De twee tradities bestonden natuurlijk niet los van elkaar: er was sprake van wederzijdse beïnvloeding. Zo kwamen de epen en sprookjes uit de stamsamenlevingen in verfijnde vorm terecht bij de elite, waarna ze weer doorsijpelden naar het volk, bijvoorbeeld middels volksboeken, waarin ze opnieuw gewijzigd werden.

Het tweeledige model van Redfield sloot aan op de werkelijkheid van de Middeleeuwen. Desondanks is het natuurlijk nog steeds te ongenuanceerd.

Twee bezwaren

Ten eerste doet Redfields model geen recht aan de deelname van de “great tradition” aan de “little tradition”. De elite participeerde in carnavals- en andere feesten, al was het misschien op een afstandelijke of gecultiveerde wijze. Denk ook aan clowns, ridderromans en de zeventiende-eeuwse rijmprenten: combinaties van een afbeelding en een Latijns onderschrift. Redfield vermeldde weliswaar dit tweerichtingsverkeer, maar zijn model laat weinig ruimte voor de vermenging van de twee tradities.

Een tweede bezwaar tegen het model van Redford is dat daarin de “little tradition” geldt als een soort eenheid, wat ze beslist niet was. Ze had een eigen stratificatie van eigen cultuurvormen. In de woorden van de Italiaanse communist Antonio Gramsci (1891-1937) was het volk geen cultureel homogene eenheid, maar bezit het een complexe culturele gelaagheid. Een enigszins compleet overzicht van culturele strata zou deze blog te lang maken, daarom één voorbeeld van de complexiteit.

Schaapherders

Het volk van de “little tradition” woonde hoofdzakelijk op het platteland. Daarmee krijg je dus te maken met landbouwers op de vlakte en veetelers, die vaak woonden in de bergen. Veehouders kunnen dan weer verder onderverdeeld worden in koehouders, geitenhoeders, en schaapherders. Varkens liepen weer rond op de boerderij – dus in de vlakte.

Vooral de middeleeuwse herders bezaten een eigen cultuur, onder andere gesymboliseerd door een eigen omslagmantel. In tegenstelling tot de landbouwers, die vaak horigen waren, waren de schaapherders vrije mensen. Ze leidden een armoedig en geïsoleerd bestaan en leefden, meer dan andere boerenberoepen, dicht bij de natuur. Men dichtte hun vaak magische krachten toe: ze konden hun vee genezen en hadden kennis van de sterren, die ze in alle rust observeerden.

Schaapherders verbonden zich in broederschappen met eigen feesten en eigen heiligen: Sint-Wendelinus, Sint-Wolfgang en Sint-Bartolomeüs, wiens feestdag (24 augustus) het begin markeerde van de trek van de zomer- naar de wintergebieden. Op die dag kwamen de herders bijeen om een herderskoning en -koningin te kiezen en hun eigen dansen uit te voeren. Ook in de kersttijd was er voor de herders een grote rol. In Spanje speelden ze de aanbidding van de herders na in geboortespelen, een vorm van mysteriespelen.

De rest van de bevolking keek de herders met de nek aan. Landbouwers beschuldigden hen van luiheid en oneerlijkheid en vanwege hun “eerloosheid” werden ze vaak niet toegelaten tot de gilden. Kortom: de “little tradition” was niet alleen gestratificeerd, er was ook spanning tussen de “little traditions”.

En de “great tradition”

Het ligt voor de hand ook de “great tradition” op te delen in een aantal onderscheiden culturen. De cultuur van de (hogere) geestelijkheid was anders dan die van de (hogere) adel. In deze traditie was echter sprake van een zekere homogeniteit, omdat men geletterd was en dezelfde teksten las.

De participatie aan elkaars cultuur verdwijnt vanaf de zeventiende eeuw. De twee tradities worden duidelijk gescheiden werelden. De volkscultuur ging een eigen leven leiden buiten de dominante elite-cultuur, die de geschiedenis ging bepalen. De “ontdekking van het volk”, begin negentiende eeuw, was net op tijd, omdat grote delen van de volkscultuur op het punt stonden te verdwijnen.

[Een postume gastbijdrage van de eerder dit jaar overleden Hans Overduin. Dank je wel Hans, waar je ook bent.]

Deel dit:

Een gedachte over “Wat is volkscultuur? (2)

  1. Robbert

    Nooit zo mee beziggehouden, voor mij nieuw gezichtspunt, mn. de “little tradition”, interessant weer!

Reacties zijn gesloten.