Perzen, Grieken en pseudohistorici (6)

Aristoteles (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

In het vorige stukje toonde ik hoe Eduard Meyer – het had echter iedereen kunnen zijn – betekenis geeft aan het verleden. We doen dat in feite door “wat als?”-vragen te stellen en te speculeren over gebeurtenissen die niet of wel zouden zijn gebeurd. De vakterm is “contrafactisch”. Als operatie Market Garden in september ’44 zou zijn geslaagd, zou een goed uitgerust Duits leger zich een hongerwinter lang in de Randstad hebben verschanst te midden van een steeds wanhopiger burgerbevolking en was de partijpolitieke vernieuwing heel anders verlopen: je weet het niet zeker en het is onwetenschappelijk, maar het is wel wat betekenis geeft.

In het vorige stukje behandelde ik dat aan de hand van de Perzische Oorlogen. Ik vertelde hoe Weber aantoonde dat het nogal speculatief was dit een beslissend moment te noemen. Er is echter meer te zeggen. De beslissendheid van de Perzische Oorlogen is maar één aspect van een negentiende-eeuwse mythe die in welverdiende vergetelheid was geraakt tot pseudowetenschappers deze in de eenentwintigste eeuw wakker kusten.

Lees verder “Perzen, Grieken en pseudohistorici (6)”

MoM | De Oudheid en de sociale wetenschappen

Reliëf van elf goden, een heros en keizer Theodosius uit Efese (Archeologisch Museum, Selçuk)

Een punt dat in Het visioen van Constantijn enige keren aan de orde komt, is het bestaan van niet-exclusivistische christenen als keizer Severus Alexander, generaal Bacurius en de aristocraat Synesios, die Christus vereerden als een van de vele goden. In onze bronnen wordt veelal wat neergekeken op deze demi-chrétiens (om de Franse term te gebruiken): dit is geen echt christendom, vinden de auteurs van die bronnen, die zichzelf natuurlijk wél beschouwden als recht in de leer.

Het is echter denkbaar dat die niet-exclusivisten lange tijd de meerderheid vormden, dat de mogelijkheid Christus toe te voegen aan de verzameling door jou vereerde goden er altijd was en dat degenen die onze bronnen schreven niet-representatief waren. We hebben domweg de statistieken niet om er veel zinnigs over te zeggen. Wat mijns inziens wel zeker is, is dat de vervolgingen door Decius en Valerianus zich richtten op de exclusivisten, op degenen dus die meenden dat Christus exclusief diende te worden vereerd. Voor de demi-chrétiens was de eis een offer te brengen aan andere goden immers geen probleem. Het was wat je als Romein nu eenmaal behoorde te doen op de feestdagen van je stad.

Lees verder “MoM | De Oudheid en de sociale wetenschappen”

MoM | Bruce Malina

Neem de Quichot. Waar gaat die tekst over? Menigeen zal het erop houden dat het een opstapeling van dwaasheden is. Ik voor mij stel dan graag de vraag “Wie is er eigenlijk de edelman?” omdat ik vermoed dat Don Quichot in al zijn dwaasheid zijn morele kompas beter op orde heeft dan veel van de zogenaamd verstandige mensen. Weer anderen zeggen dat de ridder met het droeve gelaat een tragische figuur is. Je kunt er ook op wijzen dat het in de zeventiende eeuw helemaal niet vreemd werd gevonden zwakbegaafden, dwergen, gehandicapten en geesteszieken uit te lachen.

Dat deze interpretaties niet dezelfde zijn, komt in elk geval niet door de tekst, want die is voor alle lezers dezelfde. Het komt doordat de lezer kijkt vanuit een ander perspectief. Onze interpretatie bevat een stevige subjectieve component. Hermeneuse of hermeneutiek is een poging deze subjectiviteit te overwinnen. Het principe is vrij simpel: je probeert je een beeld te vormen van de auteur en zijn lezers en zo te bedenken wat de meest plausibele uitleg is. (Ik ga er hierbij van uit dat het de opzet is te achterhalen wat de auteur heeft wil zeggen.)

Lees verder “MoM | Bruce Malina”

Distantiëren

Vrijdagmoskee, Yazd

Eigenlijk had ik een stukje willen schrijven over de herhaalde eis dat moslims zich, hoewel de Parijse aanslag tientallen malen is veroordeeld, moeten distantiëren van het uit hun naam gepleegde terrorisme. Ik zou hebben geveinsd dat ik het daarmee eens was en zou meer voorbeelden hebben gegeven. Joden zouden zich moeten distantiëren van het Israëlische nederzettingenbeleid, protestanten moesten “nee” zeggen tegen de SGP en katholieken moesten afstand nemen van de pauselijke standpunten inzake seksualiteit. VVD-ers moesten zich distantiëren van Jos van Rey en René Leegte, Limburgers van de Bende van Venlo, voetballers van Willem II en Volendammers van misdrijven tegen de muzikaliteit.

Zo’n leutig stukje heet een reductio ad absurdum: je maakt je van een standpunt af door het tot in het extreme door te trekken. Door het belachelijk te maken, vermijd je de discussie over het eigenlijke onderwerp. In dit geval: is er in de islam misschien een norm aanwezig waarop je elke gelovige mag aanspreken?

Lees verder “Distantiëren”

Het probleem met het Marokkanenprobleem

Ik heb wel eens een stuk mogen schrijven voor een boek van de COVS, de Centrale Organisatie van Voetbalscheidsrechters. Dat was vererend, want ik koester grote bewondering voor hen en voor de grensrechters. Probeer maar eens met wijsheid leiding te geven aan een met passie gespeelde wedstrijd. Toen in december grensrechter Richard Nieuwenhuizen werd doodgeschopt, was ik het volledig eens met de PVV: een Kamerdebat was op zijn plaats, al was het maar omdat de Kamer óók het volk vertegenwoordigt als het gaat om steunbetuigingen – bijvoorbeeld aan de mensen die het vrijwilligerswerk toch maar doen.

De verblindheid van de PVV, die van alles wat lelijk is de schuld wil geven aan Marokkanen en moslims, verhinderde de zinvolle discussie die had kunnen plaatsvinden. Ik denk niet dat de familie Nieuwenhuizen veel plezier aan het Kamerdebat heeft beleefd. Dat is, geloof ik, het voornaamste wat erover gezegd moet worden.

Lees verder “Het probleem met het Marokkanenprobleem”

Culturele continuïteit

Vorige week zaterdag verzorgde ik in Utrecht een lezing voor de Vrienden van het Gymnasium. Dat is om twee redenen een sympathieke organisatie. De eerste is dat ze zich inzet voor de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs, een onderwerp dat onze permanente aandacht verdient. De tweede is dat de Vrienden niet altijd de makkelijkste weg kiezen en moeilijke vragen niet uit de weg gaan.

Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat men mij uitnodigde om te spreken over Vergeten erfenis, een boek waarin ik betoog dat de grondslagen van de westerse beschaving niet alleen moeten worden gezocht in Griekenland en Rome. De Babylonische en Arabische bijdragen zijn inmiddels genoegzaam gezegd; een lezing is alleen nog interessant als ze achtergrondinformatie geeft, en dan wordt het pittig. Zoals gezegd: men gaat moeilijke kwesties niet uit de weg.

Lees verder “Culturele continuïteit”