Het Ros Beiaard in Frankrijk

Étang du Pas Bayard

Een tijdje geleden plaatste Dieter Verhofstadt hier een mooi vierdelig artikel over het Ros Beiaard. Sindsdien ben ik erop gespitst en ik heb het edele dier al op verschillende plekken gezien. Het mooiste vond ik het taxibedrijf uit Brussel dat was gespecialiseerd in het vervoer van kinderen van en naar school. In Dinant zag ik vorige week de enorme rots die Beiaard ooit met een enkele hoeftrap had doen splijten.

Lees verder “Het Ros Beiaard in Frankrijk”

Het ros Beiaard (3)

de rotspartij in Bogny-sur-Meuse (© Mireille Grumberg)

[Derde van vier door Dieter Verhofstadt geschreven stukken over de legende van het Ros Beiaard en de Vier Heemskinderen. Het eerste deel was hier.]

De Dendermondenaren hebben de legende niet alleen gerecupereerd maar uitvergroot tot een weerkerend spektakel dat vandaag de identiteit van de stad en haar inwoners uitmaakt. Dendermonde IS de Ros Beiaardstad. Het is dus moeilijk, zeker voor een Dendermondenaar, te aanvaarden dat het eigenlijk gaat om een wijde Europese traditie met wortels in Frankrijk, met name de Maasvallei en de Ardennen. Er valt echter niet aan te ontkomen als men die streek verkent.

Bogny-sur-Meuse

Het meest tot de verbeelding sprekende landschapskenmerk zijn de vier heuveltoppen op een rij in Bogny-sur-Meuse, iets ten noorden van Charleville-Mézières. Of die heuveltoppen de inspiratie hebben gevormd voor de legende is niet geweten, noch zijn de vier broers in enige variant versteend. Op die heuvelrij staat niettemin een standbeeld van het Ros Beiaard en de Vier Heemskinderen, met een folkloristische wandeling waar de mythe wordt naverteld. Op diezelfde plek bevinden zich de ruïnes van het kasteel Regnault, dat historisch gezien eigendom was van Hughes van Réthel, maar dat een evidente kandidaat is voor het mythische kasteel Montessor. De wijk beneden de ruïnes heet overigens Château-Regnault. Aan de overkant van de Maas ligt de site l’Ermitage, waar Malegijs zijn laatste jaren zou hebben doorgebracht als kluizenaar. Niet ver daar vandaan vindt men nog ruïnes, die van het kasteel van Waridon. De naam is hier opvallend gelijkend met “Oridon”, een Ardens kasteel dat vaak voorkomt in Middeleeuwse gedichten. Dit zou een andere inspiratie kunnen geweest zijn voor Montessor.

Lees verder “Het ros Beiaard (3)”

Adonis: mythe en rivier

De waterval bij Afqa.

U weet het: oudheidkundigen hebben altijd te weinig informatie. Dataschaarste is wat de oudheidkunde onderscheidt van andere wetenschappen. Leren denken over wat je weten kunt als je te weinig gegevens hebt, is de voornaamste vaardigheid die het vak biedt. En vaak weet de oudheidkundige helemaal niets. Of bijna niets.

Romeinse mythe

Zoals bij de mythe van Adonis. De naam is onmiskenbaar Semitisch – Adon betekent zoiets als “heer” – maar over de oudste, Fenicische mythe valt weinig te weten. We moeten tot de Romeinse tijd wachten eer we een bron hebben. Dat is de dichter Ovidius, die leefde aan het begin van onze jaartelling. In zijn Metamorfosen vertelt hij dat Adonis een knappe jager was die de aandacht trok van de godin Venus. Tot haar verdriet doodde een everzwijn haar minnaar, uit wiens bloed de anemoon was ontstaan.

Lees verder “Adonis: mythe en rivier”

Koning Kyrië

Kabouterberg, Hoogeloon

Even ten oosten van Hoogeloon, dat op zijn beurt weer ten westen van Eindhoven ligt, verrijst de Kabouterberg. Het is een oud Romeins graf. Of beter, het is een gereconstrueerd Romeins graf. De eigenlijke grafheuvel is een eeuw geleden gesloopt. De aarde is gebruikt om meertjes in de omgeving te dempen. Tien jaar geleden is de bult echter opnieuw opgeworpen. Die is lastig om te vinden want ze ligt middenin een bos. Mocht u het monument willen bekijken, dan zijn er twee wegen: deze en deze. Ik zou de eerste nemen, want de tweede is een soort hindernisbaan.

Naast de grafheuvel stond een Romeins grafmonument waarvan archeologen wat sporen hebben opgegraven. Op de foto ziet u de moderne reconstructie, gebaseerd op een vergelijking met soortgelijke monumenten in het Rijnland. De naam van de overledene is ontleend aan een militair diploma dat even verderop is gevonden in een Romeinse villa. Wat u daar in het bos ziet is dus allemaal op een grandioze manier nep, maar het is in elk geval geen onzin.

Lees verder “Koning Kyrië”

Kort Irakees (13): Kufa’s Slangenpoort

De Slangenpoort van Kufa

Net als Khifl, waar moslims de voorislamitische Khidr en de joodse Ezechiël vereren, is ook Kufa een verzamelplaats van culten. Ze zijn van een keurig islamitisch jasje voorzien, natuurlijk. Hier was het huis waarvandaan Abraham vertrok om tegen de reuzen te vechten, hier vereren moslims Khidr, hier wijst men de plaats aan die de profeet Mohammed zag tijdens zijn Hemelreis, hier zijn cultusplaatsen voor Gabriël en Adam, en hier is de plaats waar de Ark afvoer. Allemaal voorislamitische culten die in de islam zijn geïntegreerd, ongeveer zoals het christelijke feest voor Sint-Nikolaas oudere heidense gebruiken kerstende.

Een van de aardigste plekken in Kufa is de Slangenpoort. Waarom die zo heet, ligt besloten in de mist der tijden. Volgens de latere legende waarmee de poort werd geïslamiseerd, was imam Ali bezig met zijn preek toen een slang naar hem toe kwam kruipen. De aanwezige gelovigen schrokken en probeerden het dier te verjagen, maar zagen dat de imam onverstoorbaar bleef, zich zelfs richtte tot het dier en er een praatje mee maakte.

Lees verder “Kort Irakees (13): Kufa’s Slangenpoort”

Sprookjes, gecatalogiseerd

Na lang intensief speuren ben ik dankzij een antiquariaat in Niesky (Saksen) voor een schappelijk bedrag in het bezit gekomen van een exemplaar van de catalogus uit 1943 van J.R.W. Sinninghe (1904-1988): Katalog der niederländische Märchen-, Ursprungssagen-, Sagen- und Legendenvarianten. Deze rubriceringscatalogus inclusief literatuurverwijzingen is na de index van Aarne-Thompson-Uther (ATU) zo’n beetje de belangrijkste indexering op dit gebied. Hij wordt bij gebrek aan een alternatief nog steeds gebruikt.

Richt de ATU zich in principe op sprookjes, Sinninghe richt zich meer op sagen en legenden. Beginnen de rubriceringen uit de Aarne-Thompson-Uther-index met de letters ATU, gevolgd door een doorlopend volgnummer, de rubriceringen uit Sinninghe worden gecodificeerd met de letters SIN gevolgd door

  • AT voor sprookjes (deze zijn namelijk een toevoeging aan de toenmalige Aarne-Thompson-index – Uther kwam er pas later aan te pas),
  • SAG voor sagen,
  • UR voor oorsprongssagen (Ursprungssagen) en
  • LEG voor legenden.

SINAT, SINSAG, SINUR en SINLEG worden telkens gevolgd door een volgnummer. Zo verwijst SINSAG 0689 op p.98 naar het motief van de rattenvanger (b.v. van Hamelen).

Lees verder “Sprookjes, gecatalogiseerd”

Het Land van Herve

Het speelbord; wit is aan zet

Zoals Vladimir Majakovski al schreef en zoals de Talking Heads al bezongen, is de hemel slaapverwekkend saai. Het zal u dus niet verbazen dat le bon Dieu zich af en toe verveelt. Van zijn kant heeft de duivel, die altijd maar mensen moet straffen, daar zo nu en dan ook weleens tabak van. Allebei gaan ze dus weleens een blokje om en omdat de eeuwigheid oneindig lang is, was onvermijdelijk dat ze elkaar een keer tegenkwamen. Ze knoopten een praatje aan en God stelde voor dat ze, om wat afleiding te hebben, eens een partijtje zouden dammen.

“Maar we hebben geen schijven!”, wierp de duivel tegen, die professioneel nou eenmaal op al het positieve negatief moet reageren.

God wist raad. “Als we daar nu eens zwartbonte koeien voor nemen!” Zonder veel moeite vonden ze wat dieren zonder witte vlekken op de kop, zodat ze goed waren te onderscheiden van de witte speelstukken, waarvoor ze schapen namen.

Lees verder “Het Land van Herve”

Armeense volkscultuur

Dvin

Nog een nagekomen krabbel uit Armenië: de christenen daar brengen nog offers. Die antieke gewoonte is in westelijker kerken als heidens terzijde geschoven maar de Armeens-Apostolische Kerk heeft haar dus gehandhaafd. Iemand kan een gelofte doen – denk aan de genezing van een dierbare of zoiets – en kan, als het gebed is verhoord, uit dankbaarheid een schaap offeren. (Ik heb de dieren te koop aangeboden zien worden langs de weg naar Geghard.) Na het offer wordt het vlees verdeeld over zeven armlastige families.

Een priester zegent van tevoren het zout dat het offerdier in de mond krijgt gelegd. Ik heb voor dit gebruik verschillende verklaringen gehoord: het dier zou erdoor worden verdoofd, het dier zou erdoor worden afgeleid, zout is het symbool van het Verbond, zout is het symbool van vriendschap. Ik vermoed dat ze allemaal waar zijn. In religieuze aangelegenheden zijn de gebruiken er eerder dan de interpretaties.

Lees verder “Armeense volkscultuur”