
Hoe meer je je bezighoudt met volkscultuur, hoe meer die aan elkaar lijkt te hangen van oeroude seizoensfeesten en vruchtbaarheidsriten. Die zijn dan vaak gekerstend of bleven voortbestaan naast een gekerstende variant. Niemand schijnt daar moeite mee gehad te hebben. Bovendien kent de volkscultuur uitlopers die overlappen met andere volksfenomenen. Laten we het eens hebben over Maria Lichtmis.
Maria Lichtmis: het christelijke feest
Het feest dat tegenwoordig bekendstaat als “Opdracht van de Heer in de Tempel” is in West-Europa niet zo bekend. Het wordt vooral gevierd in de Oosters-Orthodoxe Kerk, waar het geldt als één van de twaalf grote feesten en ook wel Hypapante heet, “ontmoeting”. Bij dit feest worden twee joodse gebruiken gecombineerd.
Aan de ene kant: het moment waarop Jezus, veertig dagen na zijn geboorte, als eerstgeborene in de Tempel in Jeruzalem werd “opgedragen aan god”. Volgens Leviticus 12 gebeurde dat door de priester wat geld of een offer in natura te geven, bijvoorbeeld twee duiven, waarmee het kind werd “vrijgekocht”. Het andere joodse ritueel dat met Maria Lichtmis wordt herdacht, is dat een joodse moeder veertig dagen na een bevalling een zuiveringsoffer moest brengen. In de kerk van Rome spreekt men wel van de Purificatio Mariae.

Een eerste vermelding van dit feest vinden we in het – slechts gedeeltelijk overgeleverde – reisverslag van de pelgrim Egeria, die van 381 tot 384 verbleef in het Heilig Land. ze vermeldt dat in Jeruzalem het opdragen van Jezus werd gevierd met een processie naar de Grafbasiliek. In de liturgie werd gepreekt over het evangelie naar Lukas 2.22, waar het verhaal van de presentatie wordt verteld, waarbij de aanwezigen Jezus herkennen als messias. Egeria noemt geen naam voor het feest.
De verspreiding van de Mariafeesten in het oosten gebeurde vanuit Constantinopel. In het westen zijn ze pas in de tweede helft van de zevende eeuw ingeburgerd. In het Verenigd Koninkrijk staat Maria Lichtmis bekend onder de naam Candlemass en is het nauw verweven met Sint-Brigid, een dag eerder, maar daarover straks meer.
Tot hier is Maria Lichtmis een feest dat verwijst naar joodse gebruiken, waaraan weinig specifiek christelijks valt te bekennen. Dat verandert met de naam Lichtmis. De traditionele verklaring luidt dat vóór de mis kaarsen worden gewijd en een kaarsenprocessie wordt gehouden. Die processie zou symbool staan voor de intrede van Christus in de tempel, als “Licht dat voor alle volkeren straalt”. Dat is mij net iets te gekunsteld. Het doet te sterk denken aan een heidense wijding van het licht waar een christelijke betekenis aan is gegeven.
Het gebruik van kaarsen kan bovendien ook verband houden met het feest van Sint-Blasius op 3 februari. Toen die in de gevangenis zat, redde hij een jongen die een visgraat had ingeslikt van de verstikkingsdood door hem te zegenen (de Blasiuszegen). Op een of andere manier heeft men dit in de Middeleeuwen gecombineerd met kaarsen. Ook hier is echter weer de vraag: waarom kaarsen offeren? Het lijkt opnieuw weinig te maken te hebben met het christelijk feest zelf.
Kerstening en vermenging
Misschien – en bij de bestudering van de volkscultuur zijn slagen om de arm altijd zinvol – moeten we te rade in de Keltische wereld. Men kan zich de Keltische kalender voorstellen als een achtpuntige ster, waarbij het noorden (Yule) samenvalt met de winterzonnewende, het zuiden (Midzomer) met de zomerzonnewende, het oosten (Ostara) met de lente-equinox tussen 19 en 22 maart en het westen (Mabon) met de herfst-equinox tussen 21 en 24 september. De diagonalen geven de feesten aan die men vierde omdat men op de helft was naar het volgende solstitium of equinox. Op 2 februari (NO) vierde men het lichtfeest Imbolic, op 1 mei (ZO) Beltane, op 1 augustus (ZW) Lughnasadh en op 1 november (NW) Samhain. De datum van 2 februari zal u zijn opgevallen.
Imbolic (Iers voor “in de buik”) was een vruchtbaarheids- en lichtfeest. Het winter-solstitium was al meer dan een maand voorbij en men ging nu echt iets merken van het lengen der dagen en de terugkeer van licht en warmte. “In de buik” slaat daarbij in eerste instantie op drachtige ooien en op kippen die opnieuw eieren leggen. In Nederland is het traditie om op Maria Lichtmis pannenkoeken te eten, want er zijn weer eieren.
Brighid en Sint-Brigid
De Kelten vereerden tijdens imbolic de godin Brighid (“bruid”). Zij was – hoe kan het anders – de godin van de vruchtbaarheid, van de geneeskunde en de landbouw. Ze was vermoedelijk een pan-Keltische godheid.
Toen Sint-Patrick de Ieren had gekerstend, verving de Kerk deze Brighid door een bijna-naamgenote: de Ierse heilige Sint-Brigid van Kildare (ca. 453-525). Haar feestdag valt dan ook op 1 februari. Dit is een kunstmatige datum, omdat niemand weet wanneer en op welke dag Brigid is overleden. Haar feestdag is duidelijk aangepast aan Imbolic en de godin Brighid.
Aan Brighid en Sint-Brigid zijn allerlei folkloristische gebruiken verbonden, die vaak met vruchtbaarheid van doen hebben. Imbolic wordt nog steeds gevierd als volksfeest, de godin Brighid wordt vereerd door neo-paganisten en Sint-Brigid is zo’n beetje een Ierse nationale feestdag (en een kerkelijk feest).
[Een postume bijdrage van de vorig jaar overleden Hans Overduin.]

Maar: wat verklaart nu het gebruik van het woord ‘lichtmis’ als synoniem voor een losbol of schuinsmarcheerder?
Kijk eens hier: https://etymologiebank.nl/trefwoord/lichtmis1
De kaarsenprocessie op 2 februari herinner ik me niet zo, maar de Blasiuszegen wordt door conservatieve priesters sinds een paar jaar weer hervat. De priester legt twee kaarsen kruislings tegen de hals van de gelovige onder het uitspreken van een gebedsformule, waar ik helaas geen tekst van heb. Het verschil met Maria Lichtmis is dat de twee kaarsen niet worden aangestoken.
Pannenkoeken zijn ook in Vlaanderen gebruikelijk op Lichtmis. Samen met de worstenbroodjes en appelbollen van Verloren Maandag lekkere lichtpuntjes in een donkere periode van feesten verstoken.
“Er is er geen vrouwke zo arm of ze maakt op Lichtmis haar panneke warm.”
Mijn moeder vertelt graag dat ik als kleuter thuiskwam en blij vertelde over de pannenkoeken op school voor “Maria Mistlicht”.
Pannekoeken – zonder tussen n – zijn cultureelhistorisch erfgoed. Zie dienen zich onttrekken aan de regeldrift van de taalhervormers. Op elke regel is wel een uitzondering. Ik pleit voor pannekoeken.
Helemaal mee eens. ‘Pannenkoeken’ is een gruwelijk woord. Paddenstoelen trouwens ook, ook al zijn die dan geen cultureel erfgoed.
Zei oma. En Rob is ook de jongste niet. Op zich maakt het natuurlijk geen donder uit. Maar ik ervaar pannenkoeken en paddenstoelen nog steeds als iets tegennatuurlijks, dat wel nooit wennen zal. Het opgelegde karakter van zo’n spellingverandering zal er ook wel wat mee te maken hebben. De pannenkoeken worden je door de strot gedouwd.
“Het opgelegde karakter”
Nee hoor. Alleen als u aan het werk bent in de klas of voor de overheid. Op bv. internet mag een ieder spelluh soo-as ut uitkomp.
Daar ben ik het niet mee is.
Mijn boek over paddestoelen (die ik vroeger zocht en opat) van 60 jaar terug heet nog “paddestoelengids”.
Maar in het indertijd (voor WO II) bekende en fraaie paddestoelenboekje van de arts Swanenburg de Veye schrijft hij overal: “paddenstoelen”.
Deze late reactie echter vooral vanwege de medische term ruggemerg, die moest veranderen in “ruggenmerg”. Als klein protest daartegen heb ik sindsdien steeds “rugmerg” geschreven.
Gezien de vele mist die ons deze winter binnen gehouden heeft en destijds waarschijnlijk ook al, was jij een snuggere kleuter, Dirk.
Boven de grote rivieren heb ik nooit van dit gebruik met panne(n)koeken gehoord. De tussen-n van onze spellinghervormers kent als uitzondering maneschijn en zonneschijn. De commissie was blijkbaar het Egidiuslied vergeten, waar duidelijk staat: claerre dan der sonnen scijn (ik citeer uit mijn hoofd). Kent iemand des pannen koek?
Ik ben voorstander van heldere taalregels. Vóór deze spellingshervorming moest je bijna altijd een woordenboek raadplegen om de AN-spelling van samenstellingen te weten te komen. Bij samenstellingen van twee zelfstandige naamwoorden staat het eerste nu in het meervoud als er maar één meervoud is. Dus pannenkoek maar behoefteanalyse. Er is een uitzondering als er van nature maar één is, zoals de zon en de maan. Vandaar zonneschijn, maneschijn en Koninginnedag. Maar ik geef toe, er zijn nog altijd twijfelgevallen. Nederlanders vieren Koninginnedag maar bijen hebben (blijkbaar) een koninginnenbij. Wellicht omdat er in de wonderbaarlijke bijenwereld een heel pak koninginnenbijen bestaan.
Ik ben voorstander van regels voor leerkrachten en ambtenaren in functie. Verder spelt iedereen maar zoals de vlag erbij hangt. Precies zo is het nu geregeld in Nederland.
Eens. Er ontstaat snel genoeg toch enige consensus. In Duitsland is het woordenboek van Duden de informele norm geworden. Daar was geen spellingswet voor nodig.
Laten we dan voor zo’n cultuur-historisch monument als de pannekoek een heldere uitzondering maken. Ik stel voor dat we dit blog oorsturen naar de Commissie Spelling van de Taalunie, om bij een volgende herziening deze dwaling ongedaan te maken.
Daarmee doen we Peter Pannekoek ook recht….
De ‘kerkgang’ die in West-Vlaanderen tot in de jaren zestig van de vorige eeuw nog in zwang was, kan als een restant worden gezien van het zuiveringsoffer bij de joden. Alhoewel de kerk dat niet zo uitdrukkelijk voorstelde, heb ik van verschillende moeders gehoord dat ze die kerkgang vernederend ervaarden. Het kwam toch zo over dat ‘de kerk’ een bevalling als iets negatiefs zag voor de vrouw in kwestie.
Dit gebeurde trouwens niet alleen in West-Vlaanderen, maar ook in Oost-Vlaanderen, waar ik vandaan kom en misschien in heel katholiek België. Mijn jongste zus is uit 1950 en bij alle zes haar kinderen heeft mijn moeder haar ‘kerkgang ‘ gedaan. Dat niet alle vrouwen het als vernederend beschouwden is omdat het door het gebrek aan uitleg door de clerus niet als vernederend gepresenteerd werd, vermoed ik.
Als alumnus van de Katholieke Universiteit Leuven heb ik mij vaak afgevraagd waarom de eredoctoraten altijd met Maria Lichtmis verleend werden, maar ik heb het nooit opgezocht.
Nu vond ik op de website van de universiteit het volgende:
… Het Patroonsfeest is de jaarlijkse feestdag van de KU Leuven. In 1834 koos de Katholieke Universiteit Maria als patroonheilige. Vanaf dan werd het Patroonsfeest gevierd op Onze-Lieve-Vrouw-Lichtmis, één van de Mariafeesten.
Lichtmis vindt plaats op 2 februari, veertig dagen na Kerstmis. Het is een feestelijke herinnering aan het zuiveringsritueel dat Maria als jonge moeder moest volbrengen volgens de Joodse wet. In Vlaanderen worden op die dag traditioneel pannenkoeken gebakken.
Het Patroonsfeest markeert de overgang naar het tweede semester. Personeelsleden en studenten genieten van een dagje verlof, terwijl de universiteit de dag viert met een professorenstoet door Leuven en een academische zitting.
Sinds 1954 is het een jaarlijkse traditie om op het Patroonsfeest eredoctoraten uit te reiken aan personen die zich hebben onderscheiden op academisch, maatschappelijk of cultureel vlak. …
Dus een antwoord op mijn vraag en inderdaad een duidelijke verwijzing naar de Joodse wet.
Maria Lichtmis slaat terug op het ‘pidjon ha bèn’ – lossing van de eerstgeborene (zoon)
https://search.app/j6u44dtVRNtiPNpb8
Een en ander doet mij denken aan het Oude Egypte, waar de oudste zoon als Ioen-moet.f (= zuil van zijn moeder), een priesterlijke functie had. Het is talloze malen verbeeld, o.a. op de zuilen in QV 66, de hypogee van Nefer.tari, echtgenote van pharao Ra-mss(moses) II. De Horus Ioen-moet.f (Her-Iunmutef) is o.a. te herkennen aan zijn pantervel.
Gelukkig wordt in Leuven voortreffelijk Egyptologie gedoceerd.
Leve de pannekoek met paddestoelen. Lekker.