De Duivelsbrug van Ginneken

De Duivelsbrug van Ginneken

Onverklaarbare zaken worden in het volksgeloof vaak als bovennatuurlijk gezien. Mensen schrijven ze dan graag toe aan een van de twee uitersten op dit gebied: god dan wel de duivel. Of iets dat daar aan onaardse wezens tussenin zit. Vreemd genoeg kon dit zowel positief als negatief uitpakken: we kennen uitdrukkingen als “duivels goed” maar ook “godsgruwelijk”. Van de Italiaanse violist en componist Niccolò Paganini werd beweerd dat zijn vioolspel zó virtuoos was dat hij wel een pakt met de duivel gesloten moest hebben om zo duivels goed te kunnen spelen. Zulke duivelse aspecten, zowel positief als negatief, komen we ook tegen in het begrip “duivelsbrug”.

Duivelsbruggen

Hoewel duivelsbruggen minder bekend zijn dan bijvoorbeeld witte wieven, komen ze in de folklore zó veel voor dat er een aparte categorie voor is in het classificatiesysteem van Aarne-Thompson-Uther. We hebben het in de regel over stenen, gewelfde bruggen, gebouwd in Europa tussen pakweg 1000 en 1600 na Chr., waarbij vaak sprake is van een destijds uitzonderlijke bouwkundige prestatie. Maar op die verhalen zijn varianten.
Lees verder “De Duivelsbrug van Ginneken”

Valentinus ofwel Sint-Valentijn

De heilige Valentinus zegent de bouw van zijn kerk in Terni

De verering van de heilige Valentinus (Valentijn in het Nederlands) is sinds 1969 in de rooms-katholieke kerk niet langer voorgeschreven, omdat we volgens deskundigen eigenlijk te weinig van hem weten om een serieuze biografie over hem te kunnen schrijven. Maar (en dat vind ik nou typisch rooms-katholiek) hij wordt nog wel erkend als zijnde een “Heilige van de Kerk”. Hoe het ook zij: voor velen is zijn naamdag (14 februari) nog steeds een belangrijk ijkpunt in het liefdesleven.

Van tweeën één?

Wat denken we te weten van Valentinus? Allereerst dat er twee christelijke martelaren zijn geweest die naar deze destijds gangbare naam luisterden. De ene Valentinus was als priester en als arts actief in Rome, de andere zou bisschop zijn geweest van Terni (zo’n 100 km noordelijk van Rome).

Lees verder “Valentinus ofwel Sint-Valentijn”

Maria Lichtmis

De presentatie van Jezus in de tempel; ikoon van de berg Athos.

Hoe meer je je bezighoudt met volkscultuur, hoe meer die aan elkaar lijkt te hangen van oeroude seizoensfeesten en vruchtbaarheidsriten. Die zijn dan vaak gekerstend of bleven voortbestaan naast een gekerstende variant. Niemand schijnt daar moeite mee gehad te hebben. Bovendien kent de volkscultuur uitlopers die overlappen met andere volksfenomenen. Laten we het eens hebben over Maria Lichtmis.

Maria Lichtmis: het christelijke feest

Het feest dat tegenwoordig bekendstaat als “Opdracht van de Heer in de Tempel” is in West-Europa niet zo bekend. Het wordt vooral gevierd in de Oosters-Orthodoxe Kerk, waar het geldt als één van de twaalf grote feesten en ook wel Hypapante heet, “ontmoeting”. Bij dit feest worden twee joodse gebruiken gecombineerd.

Lees verder “Maria Lichtmis”

Wat is volkscultuur? (1)

De gebroeders Grimm

[Eerder dit jaar overleed Hans Overduin, die me een groot aantal blogs naliet over volkscultuur, een onderwerp waar hij graag over vertelde. Hij schreef ook twee stukjes waarin hij uitlegde wat de wetenschappelijke bestudering van de volkscultuur inhield. Vandaag het eerste van die twee blogjes; morgen het tweede.]

Anders dan eerbiedwaardige disciplines als wiskunde en astronomie, is de bestudering van de volkscultuur een jonge wetenschap. Ze is eigenlijk pas in de tweede helft van de vorige eeuw tot wasdom is gekomen. Dat ging gepaard met vallen en opstaan, waarbij fouten werden gemaakt waar we nog steeds last van ondervinden. Die fouten zijn op zich ook weer spannende materie. Ik ken wetenschappers wier dag je kunt verknallen door in verband met de volkscultuur de term “Germanen” te laten vallen.

Lees verder “Wat is volkscultuur? (1)”

Het ros Beiaard (3)

De vier heemskinderen op het ros Beiaard: de rotspartij in Bogny-sur-Meuse (© Mireille Grumberg)

[Derde van vier door Dieter Verhofstadt geschreven stukken over de legende van het Ros Beiaard en de Vier Heemskinderen. Het eerste deel was hier.]

De Dendermondenaren hebben de legende niet alleen gerecupereerd maar uitvergroot tot een weerkerend spektakel dat vandaag de identiteit van de stad en haar inwoners uitmaakt. Dendermonde IS de Ros Beiaardstad. Het is dus moeilijk, zeker voor een Dendermondenaar, te aanvaarden dat het eigenlijk gaat om een wijde Europese traditie met wortels in Frankrijk, met name de Maasvallei en de Ardennen. Er valt echter niet aan te ontkomen als men die streek verkent.

Bogny-sur-Meuse

Het meest tot de verbeelding sprekende landschapskenmerk zijn de vier heuveltoppen op een rij in Bogny-sur-Meuse, iets ten noorden van Charleville-Mézières. Of die heuveltoppen de inspiratie hebben gevormd voor de legende is niet geweten, noch zijn de vier broers in enige variant versteend. Op die heuvelrij staat niettemin een standbeeld van het Ros Beiaard en de Vier Heemskinderen, met een folkloristische wandeling waar de mythe wordt naverteld. Op diezelfde plek bevinden zich de ruïnes van het kasteel Regnault, dat historisch gezien eigendom was van Hughes van Réthel, maar dat een evidente kandidaat is voor het mythische kasteel Montessor. De wijk beneden de ruïnes heet overigens Château-Regnault. Aan de overkant van de Maas ligt de site l’Ermitage, waar Malegijs zijn laatste jaren zou hebben doorgebracht als kluizenaar. Niet ver daar vandaan vindt men nog ruïnes, die van het kasteel van Waridon. De naam is hier opvallend gelijkend met “Oridon”, een Ardens kasteel dat vaak voorkomt in Middeleeuwse gedichten. Dit zou een andere inspiratie kunnen geweest zijn voor Montessor.

Lees verder “Het ros Beiaard (3)”

Het ros Beiaard (2)

De Vier Heemskinderen, gevelsteen op de hoek van de Herengracht/Leidsegracht in Amsterdam

[Tweede van vier door Dieter Verhofstadt geschreven stukken over de legende van het Ros Beiaard en de Vier Heemskinderen. Het eerste deel was hier.]

Van het verhaal bestaan sinds de dertiende eeuw diverse manuscripten met lichte variaties, ten gevolge van de mondelinge traditie waarin troubadours eigen elementen toevoegen.

Beiaard in vertaling

In 1508 komt een Nederlandse vertaling uit van de cyclus. In deze versie is Aymon niet erg opgetogen over de krijgsbuit die hem te beurt valt na trouw aan de zijde van Karel de Grote te hebben gevochten. Zelfs een huwelijk met Karels zuster Aye kan hem niet vermurwen. Hij zweert elk kind dat eruit voortkomt eigenhandig te doden. Als hij bij Aye na jaren klaagt over het kinderloos gebleven huwelijk, openbaart zij de vier zoons aan haar man. Aymon is in het bijzonder opgezet met de kloeke Reinout en schenkt hem het Ros Beiaard.

Lees verder “Het ros Beiaard (2)”

Het ros Beiaard (1)

De finale van de omgang van het Ros Beiaard op de Grote Markt in Dendermonde (©Lieve Gijsbrecht).

Op 29 mei 2022 ging in Dendermonde het Ros Beiaard uit, naar tienjaarlijkse gewoonte. Deze keer moest men zelfs twaalf jaar wachten, aangezien de voorbije twee jaar massale bijeenkomsten werden ontmoedigd of verboden. Een decennium van pauze is lang genoeg om levens gevoelig te zien veranderen, ontstaan of ophouden. Dat maakt elke ommegang voor de betrokkenen weer een emotionele, existentiële gebeurtenis, terwijl de traditionele elementen in de folklore de gelukkige deelnemers verbinden met de heimat.

Nochtans is de legende niet voorbehouden, noch ontstaan aan de monding van Dender en Schelde. Het Ros Beiaard en de Vier Heemskinderen op zijn rug stammen immers uit de verhalencyclus die we aanduiden als Chansons de geste – vrij vertaald heldendichten –  een mondelinge traditie die bloeide in de twaalfde en dertiende eeuw. Ze vertellen over de regeerperiode van Karel de Grote, soms met feitelijke achtergrond maar hoofdzakelijk opgebouwd uit verzonnen personages en mythische elementen verbonden met lokale legenden. Het bekendste dergelijke heldendicht is het Roelantslied. De in het Oudfrans geschreven chansons de geste vormen de cyclus van de Frankische roman die bestond naast de Arthurlegenden en de klassieke romans zoals de legende van Troje. In de Frankische roman vinden we Karel de Grote zowel terug als geliefde koning en held, zoals in het Roelandslied, als in de gedaante van onbetrouwbare tiran en antiheld, zoals bij de Vier Heemskinderen. Een hypothese is dat Karel een personificatie is van de historische sterke koning én van zijn zwakkere opvolgers.

Lees verder “Het ros Beiaard (1)”

Keltische stenen en Bijbelverzen

Hoewel Keltische stenen toch echt stenen zijn, zijn ze in plasticvorm te koop bij wetenschapsmuseum NEMO in Amsterdam. Het filmpje hieronder toont er eentje die is gesneden uit hout. De KNAW heeft ze ooit als chocoladekoekje gekend. Ik heb het dus over Keltische stenen.

Ik had er nog nooit van gehoord tot iemand me erover mailde. Het bleek te gaan om een steen in een vorm die je nog het beste kunt vergelijken met een banaan of aardappel. Als je ze neerlegt op tafel en er een tik tegenaan geeft, kun je ze laten roteren, zoals je ook kunt doen met een ovale kei op een tegel. Het opmerkelijke is nu dat Keltische stenen een eigen draairichting hebben. Ze roteren bijvoorbeeld wél met de wijzers van de klok mee, maar niet de andere kant op. Geef je ze een tik om ze tegen de wijzers van de klok in te laten draaien, dan gaan ze eerst wiebelen en draaien ze vervolgens tegen de wijzers van de klok in. Volkomen contra-intuïtief.

Lees verder “Keltische stenen en Bijbelverzen”

Sprookjes, gecatalogiseerd

Na lang intensief speuren ben ik dankzij een antiquariaat in Niesky (Saksen) voor een schappelijk bedrag in het bezit gekomen van een exemplaar van de catalogus uit 1943 van J.R.W. Sinninghe (1904-1988): Katalog der niederländische Märchen-, Ursprungssagen-, Sagen- und Legendenvarianten. Deze rubriceringscatalogus inclusief literatuurverwijzingen is na de index van Aarne-Thompson-Uther (ATU) zo’n beetje de belangrijkste indexering op dit gebied. Hij wordt bij gebrek aan een alternatief nog steeds gebruikt.

Richt de ATU zich in principe op sprookjes, Sinninghe richt zich meer op sagen en legenden. Beginnen de rubriceringen uit de Aarne-Thompson-Uther-index met de letters ATU, gevolgd door een doorlopend volgnummer, de rubriceringen uit Sinninghe worden gecodificeerd met de letters SIN gevolgd door

  • AT voor sprookjes (deze zijn namelijk een toevoeging aan de toenmalige Aarne-Thompson-index – Uther kwam er pas later aan te pas),
  • SAG voor sagen,
  • UR voor oorsprongssagen (Ursprungssagen) en
  • LEG voor legenden.

SINAT, SINSAG, SINUR en SINLEG worden telkens gevolgd door een volgnummer. Zo verwijst SINSAG 0689 op p.98 naar het motief van de rattenvanger (b.v. van Hamelen).

Lees verder “Sprookjes, gecatalogiseerd”

De duivel bouwt een kerk

Twee leeuwenkoppen op de deur van de Dom in Aken

Aken, de residentie van de in de Middeleeuwen welhaast legendarische Karel de Grote, is de stad waar ooit de Duitse koningen, als de keurvorsten een beslissing hadden genomen, werden gekroond. Later ging de vorst dan naar Italië om zich door de paus te laten kronen tot keizer. Het was natuurlijk wel de bedoeling dat de Akense kerk waar de koningskroning plaatsvond, er een beetje leuk uitzag en daar wilde het stadsbestuur wel voor zorgen. Het probleem: er was nauwelijks geld. De leden van de raad waren dus beslist geïnteresseerd toen een vreemdeling aanbood de financiering van het project op zich te nemen.

De vreemdeling die de raadszaal betrad, ging opvallend gekleed en iedereen begreep dat hij inderdaad rijk genoeg was. Ik stel me voor dat er over en weer complimenten zijn uitgewisseld en dat na deze inleidende opmerkingen het ontbrekende bedrag zal zijn genoemd. De vreemdeling zal toegezegd hebben het op tafel te leggen, maar stelde één voorwaarde: hij wilde de ziel hebben van de eerste die de nieuwe kerk zou betreden. Het was, zoals u hebt begrepen, der Teufel höchstpersönlich.

Lees verder “De duivel bouwt een kerk”