Archeoastronomie

Stonehenge, fase 1

Ik weet zeker dat higgsbosonen, Vietnam, sequoia’s en tektonische platen bestaan, al heb ik ze nooit gezien. Verder betwijfel ik niet dat er ooit triceratopsen over deze planeet hebben rondgewandeld. Ik neem het aan zonder bewijs. Als het gaat om de Oudheid, weet ik echter graag waarom we dingen weten. Bijvoorbeeld: hoe weten archeologen dat monumenten uit het Late Neolithicum en de Bronstijd zijn georiënteerd op astronomische verschijnselen?

Voordat ik verder ga: ik schrijf dit precies om de reden die ik noem. Ik wil weten hoe archeologen weten wat ze weten. Ik schrijf het niet vanuit pseudoscepsis (“ik stel alleen maar vragen”). Ik heb echter een stukje uit de bewijsvoering nooit gehoord, of ben dat vergeten, en ik vertrouw erop dat een archeoloog me straks doorverwijst naar een wetenschappelijk artikel dat ik niet ken. Sta me nu een redenering toe die bij elke stap allerlei nuanceringen behoeft die ik zal overslaan; het gaat me even om de hoofdlijn.

Lees verder “Archeoastronomie”

De omtrek van de aarde: Eratosthenes

De omtrek van de aarde volgens Eratosthenes

In mijn vorige blogje vertelde ik dat Dionysodoros van Melos de straal van de aarde schatte op 42.000 stadiën, wat betekent dat de omtrek 264.000 stadiën was. Als hij als lengtemaat een Olympische stadion heeft gebruikt, zou dat neerkomen op 50.688 kilometer. De anonieme bron van de Romeinse encyclopedist Plinius de Oudere, corrigeerde het tot 252.000 stadiën, wat deze anonymus baseerde op de wetenschappelijke berekening door Eratosthenes van Kyrene (273-194 v.Chr.). Hij is een van de grootste geleerden uit de Oudheid en werkte in Alexandrië. Ik geef het woord opnieuw aan Plinius:

Door Eratosthenes, een man die in de finesses van alle wetenschappen en in elk geval op dit gebied boven alle anderen uitsteekt in scherpzinnigheid, en met wiens visie, naar ik zie, de geleerden ook algemeen instemmen, is de omtrek van de gehele aardbol gesteld op 252.000 stadiën. … Een brutaal waagstuk, maar steunend op een zo ingenieuze argumentatie dat ik me zou schamen er geen geloof aan te hechten.noot Plinius de Oudere, Natuurlijke historie 2.247; vert. Van Gelder e.a..

Lees verder “De omtrek van de aarde: Eratosthenes”

Maria Lichtmis

De presentatie van Jezus in de tempel; ikoon van de berg Athos.

Hoe meer je je bezighoudt met volkscultuur, hoe meer die aan elkaar lijkt te hangen van oeroude seizoensfeesten en vruchtbaarheidsriten. Die zijn dan vaak gekerstend of bleven voortbestaan naast een gekerstende variant. Niemand schijnt daar moeite mee gehad te hebben. Bovendien kent de volkscultuur uitlopers die overlappen met andere volksfenomenen. Laten we het eens hebben over Maria Lichtmis.

Maria Lichtmis: het christelijke feest

Het feest dat tegenwoordig bekendstaat als “Opdracht van de Heer in de Tempel” is in West-Europa niet zo bekend. Het wordt vooral gevierd in de Oosters-Orthodoxe Kerk, waar het geldt als één van de twaalf grote feesten en ook wel Hypapante heet, “ontmoeting”. Bij dit feest worden twee joodse gebruiken gecombineerd.

Lees verder “Maria Lichtmis”

De winterzonnewende

Een Arabische zonnewijzer (Archeologische Musea, Istanbul)

Paulus de Diaken was een achtste-eeuwse monnik uit Italië, die een geschiedenis schreef van de Langobarden. Of beter: in zijn tijd claimde de elite van noordelijk Italië – met meer of minder recht – af te stammen van de Germaanse Langobarden, en Paulus zorgde voor een respectabel verleden. Zoals in het genre gebruikelijk was, kwam het beschreven volk vanaf de randen van de aarde naar het centrum van de mediterrane wereld en werd ze stap voor stap beschaafder. De Visigoten zouden vanaf de Oostzee zijn gekomen, de Arabieren vanuit Jemen – dat werk.

En dus kwamen de Langobarden uit het hoge noorden, waar de Romeinse auteur Velleius Paterculus inderdaad een groep met die naam vermeldt,noot Velleius Paterculus, Romeinse geschiedenis 2.106.2. ergens aan de Elbe. Dat is voor Paulus echter nog niet noordelijk genoeg en dus voegt hij toe dat de Langobarden eigenlijk uit Scandinavië kwamen. Dat brengt hem dan tot een digressie over de bolvorm van de aarde, die te aardig is om niet te citeren.

Lees verder “De winterzonnewende”

De Hemelschijf van Nebra: Naschrift

Hemelschijf van Nebra, reconstructie van de oervorm

[Van Ab Langereis, die vorige week vier keer schreef over de Hemelschijf van Nebra (één, twee, drie, vier) is nog een naschrift gekomen.]

Omdat ik op de dagen waarop Jona mijn stukjes over de Hemelschijf van Nebra op de blog zette elders was, was ik niet in de gelegenheid commentaar te geven op de hier geplaatste opmerkingen. Jona heeft op adequate wijze geantwoord. Echter ook van mij een paar woorden als naschrift.

Eerst een correctie. In het tweede stukje stond oorspronkelijk dat de bladgouden sterren twee millimeter dik waren. De juiste dikte is 0,2  – 0,4 millimeter.

De vervaardiging

We kennen allemaal brons als een gegoten legering van koper en tin, maar gesmeed? Gegoten brons heeft een samenstelling van 8 – 15 % tin en is daarmee een keihard metaal.

Lees verder “De Hemelschijf van Nebra: Naschrift”

De hemelschijf van Nebra (4): Aanpassingen

De constatering dat de Hemelschijf van Nebra een astronomische vuistregel bevatte die destijds bekend was in Mesopotamië, maakte het mysterie alleen maar groter. Astronomen menen dat de benodigde kennis niet in het Nebra-gebied kan zijn opgedaan. De hemel, redeneren zijn, is niet helder genoeg om gedurende minimaal veertig jaar de benodigde waarnemingen te doen. Daar staat tegenover dat de mensen in het noordwesten van Europa al ver vóór Nebra een grote kennis van de jaarcyclus hadden; Stonehenge is maar één voorbeeld. Hoe dat ook zij, er speelt nog een ander probleem: hoe zou je in een schriftloze cultuur het inzicht moeten vastleggen en doorgeven?

Speculaties

In zijn boek De Hemelschijf van Nebra speculeert Harald Meller dat de kroonprins van een (hypothetische) Únětice-staat bij het hof van een Mesopotamische vorst op bezoek is geweest, bijvoorbeeld ter versterking van de goede handelsrelaties. Vergelijk het met de wijze waarop wij tegenwoordig handelsmissies organiseren met onze koning aan het hoofd. Die Mesopotamische vorst zou mogelijk de van zijn Wetten bekende Babylonische koning Hammurabi kunnen zijn geweest, want uit zijn tijd stamt de Hemelschijf van Nebra.

Lees verder “De hemelschijf van Nebra (4): Aanpassingen”

De hemelschijf van Nebra (1): Únětice

De hemelschijf van Nebra behoort tot de Únětice-cultuur

Mijn “relatie” met de hemelschijf van Nebra begon drie jaar geleden. Ik las toen in de weekendeditie van 27/28 april  2019 van de NRC de recensie van Theo Toebosch over De Hemelschijf van Nebra. Dit boek is geschreven door Harald Meller directeur van het Landesmuseum für Vorgeschichte in Halle Duitsland in samenwerking met de historicus en journalist Kai Michel. En zoals het soms gaat na het lezen van een boeiend verhaal, het laat je niet meer los.

Deze hemelschijf, brons met gouden afbeeldingen van sterren, manen, horizon-bogen en een schip, is de oudste gevonden afbeelding van de hemel op aarde.

Lees verder “De hemelschijf van Nebra (1): Únětice”