
Zoals u wellicht heeft gemerkt, was ik onlangs in Algerije. Daarover later meer. Maar eerst eens een blogje over een mozaïek dat ik in Algiers zag in het Musée national des antiquités. Het is gevonden in een voorstad van Batna die Ouled Arif heet; in de Oudheid heette de plaats Lambiridi. Het mozaïek vormde de vloer van een familiegraf, waarin drie sarcofagen stonden. De voornaamste was van een zekere Cornelia Urbanilla, die hier rustte na “te zijn gered van een groot gevaar” en een leven van achtentwintig jaar, tien maanden twaalf dagen en negen uur. Dat is vreemd precies, want doorgaans wisten Romeinen niet zo goed hoe oud ze waren.
Het schijnt dat zulke nauwkeurige aanduidingen duiden op horoscoopgebruik, maar ook als dat zo is, is mij niet duidelijk aan welk gevaar Urbanilla is ontkomen. Misschien is het leven zelf wel het bedoelde gevaar. Daarvoor pleit dat links twee pauwen zijn afgebeeld, vogels die in de derde eeuw na Chr., toen dit mozaïek werd gemaakt, een symbool waren voor de wederopstanding en verlossing uit dit ondermaanse tranendal. Maar ja, dat verklaart dan weer niet waarom rechts twee eenden staan.
Cornelia Urbanilla is afgebeeld op het mozaïek, maar niet als portret, zoals we zouden verwachten, maar als lijk. Helemaal bovenaan zien we haar mummie, waaronder afgekort staat
MC Urbanillae
Memoriae Corneliae Urbanillae
Aandenken aan Cornelia Urbanilla
Dit is in Latijnse letters, net zoals het daaronder afgebeelde Griekse woord Euterpius, wat zoiets betekent als “veel blijdschap brengend”. Verder zien we vier slangpotige reuzen die een cirkelvormige afbeelding dragen van een arts die een mannelijke patiënt onderzoekt. De dokter draagt een Grieks kledingstuk, wat suggereert dat de mozaïeklegger een voorbeeldenboek gebruikte, en niet probeerde een arts af te beelden zoals je die in Romeins Numidië zou hebben kunnen ontmoeten.
Ook hier is een tekst, dit keer in het Grieks:
οὐκ ἤμην
ἐγενόμην
οὐκ εἰμί
οὐ μέλει μοιIk was niet
Ik was er
Ik ben niet
Het deert me niet
Je krijgt, ondanks de onbegrijpelijke eenden, de indruk dat Cornelia Urbanilla heeft willen zeggen blij te zijn dat ze is verlost van de ziekte die leven heet. Ik moest denken aan de woorden van de stervende Sokrates, geciteerd in de dialoog Faidon van Plato, dat zijn vrienden een offer verschuldigd waren aan de god van de geneeskunst. De interpretatie dat Sokrates dacht dat de dood zag als een soort genezing, staat al heel lang ter discussie omdat er niet zoveel bewijs is dat de Atheners het leven zagen als ziekte. (En bovendien, de proloog van de Faidon noemt iemand die moet genezen, en u zoekt zelf maar op aan wiens genezing de stervende Sokrates, althans volgens Plato, heeft gedacht.) Misschien hebben we met dit mozaïek echter toch een aanwijzing dat er in de Oudheid een traditie heeft bestaan dat het leven een ziekte was.
De kwaliteit van het mozaïek is overigens niet geweldig: het palet is nogal vlak, hoewel steentjes met allerlei kleuren in de omgeving van Batna betrekkelijk gemakkelijk te krijgen zijn. Het oogt als haastwerk en misschien moeten we het eindresultaat wel heel anders uitleggen: dit mozaïek is onnadenkend tot stand gekomen, er is geen diepere betekenis, het is gewoon een allegaartje.
[Dit was het 513e voorwerp in mijn reeks museumstukken.]
Zelfde tijdvak
Aionnovember 11, 2017
“Woestijnkunst” (bij gebrek aan betere naam)juni 1, 2019
Damnatio memoriaejuni 23, 2016

De patiënt is opvallend mager, en de dokter heeft duidelijk overgewicht. Alsof hij alle dagen eend (of pauw) kan eten van het geld dat zijn klanten mogen ophoesten.
Het grote gevaar zal toch niet hebben gescholen in de oplopende doktersrekeningen?
Als deze patient al veel betaalde, heeft hij er weinig aan gehad…
OK, mozaiek niet geweldig en het volgende is wellicht ook niet bizonder, maar mij viel hier opeens de behoorlijk goed uitgevoerde drie-dimensionale ronde rand op, met de open “kubusjes”, die drie-dimensionaal blijven als je de afbeelding van verschillende kanten bekijkt.
We zagen onlangs in Trier overigens geweldige mozaieken in het Landesmuseum (en nog veel meer…).
Die rand is inderdaad bijzonder (dank voor de opmerking); het hele reliëf is m.i. bijzonder, maar misschien zeggen anderen: oe melei moi.
Dan toch een ontroerend allegaartje …