Het apothekershandboek: Dioskourides

Manuscript van Dioskourides (Pergamonmuseum, Berlijn)

Hoe verspreidt een cultuur zich? In elk geval via mensen, die in het ene land of in het ene deel van een samenleving een aspect oppikken van het complexe geheel dat we cultuur noemen, en dat overplaatsen naar een ander land of ander samenlevingsdeel.

Hasdai ibn Shaprut

Voorwaarde voor cultuuroverdracht is dat er behalve een “zender” en een “overbrenger” ook een “ontvanger” is, en het hof van kalief Abd al-Rahman III van Córdoba (r.912-961) was zo’n plek. Aan zijn hof kreeg de joodse geleerde Hasdai ibn Shaprut een warm onthaal: niet alleen was hij de lijfarts van de vorst, maar ook diens belastinggaarder en secretaris voor Latijnse correspondentie. Daarvoor was natuurlijk kennis van het Latijn noodzakelijk, en Hasdai beheerste die taal in twee varianten: het geschreven Latijn en het gesproken Latijn (ofwel het vroege Spaans). Daarnaast sprak hij natuurlijk Arabisch en Hebreeuws. Zijn talenkennis maakte hem tot de ideale gezant en de kalief stuurde hem dus naar de Byzantijnse keizer Konstantinos VII Porfyrogennetos (r.945-959).

Lees verder “Het apothekershandboek: Dioskourides” →

Naar de dokter

Bezoek aan de dokter (Musée national des antiquités, Algiers)

Zoals u wellicht heeft gemerkt, was ik onlangs in Algerije. Daarover later meer. Maar eerst eens een blogje over een mozaïek dat ik in Algiers zag in het Musée national des antiquités. Het is gevonden in een voorstad van Batna die Ouled Arif heet; in de Oudheid heette de plaats Lambiridi. Het mozaïek vormde de vloer van een familiegraf, waarin drie sarcofagen stonden. De voornaamste was van een zekere Cornelia Urbanilla, die hier rustte na “te zijn gered van een groot gevaar” en een leven van achtentwintig jaar, tien maanden twaalf dagen en negen uur. Dat is vreemd precies, want doorgaans wisten Romeinen niet zo goed hoe oud ze waren.

Het schijnt dat zulke nauwkeurige aanduidingen duiden op horoscoopgebruik, maar ook als dat zo is, is mij niet duidelijk aan welk gevaar Urbanilla is ontkomen. Misschien is het leven zelf wel het bedoelde gevaar. Daarvoor pleit dat links twee pauwen zijn afgebeeld, vogels die in de derde eeuw na Chr., toen dit mozaïek werd gemaakt, een symbool waren voor de wederopstanding en verlossing uit dit ondermaanse tranendal. Maar ja, dat verklaart dan weer niet waarom rechts twee eenden staan.

Lees verder “Naar de dokter” →

Kosmas en Damianos

Kosmas en Damianos (Martinikerk, Groningen)

In nogal wat kerken in de provincie Groningen zijn fresco’s te bewonderen uit de Late Middeleeuwen. Veel daarvan zijn in de loop van de tijd helaas verloren gegaan, maar er zijn er gelukkig ook veel overgeleverd, mede dankzij overschildering met kalk na de Reformatie en de zorgvuldige restauratie in de afgelopen decennia. Eén zo’n schildering is die van de heiligen Kosmas en Damianos, in de Martinikerk in de stad Groningen. Via het internet zocht ik deze broers op, en kwam gelijk in een heel erg interessant verhaal terecht, zeker waar het de parafernalia betreft die vaak met de broers werden afgebeeld.

Rijk Groningen

De anonieme kunstenaar heeft de schildering aan het eind van de vijftiende eeuw op de gewelven van deze kerk aangebracht, toen Groningen één van de rijkste steden van de lage landen was, mede dankzij het zogenaamde “stapelrecht”, waardoor de stad nogal wat inkomsten genereerde uit het recht om alle handel uit bijvoorbeeld het Oostzeegebied via de stad te laten verlopen. Het meest zichtbare symbool van die rijkdom is de zesennegentig meter hoge Martinitoren, waarvan de bouw ook op driekwart van die vijftiende eeuw begon.

Lees verder “Kosmas en Damianos” →

De Papyrus Ebers

De Papyrus Ebers (Albertina, Leipzig)

Ik schreef al dat de expositie in Leipzig, waar ik hoopte de Codex Sinaiticus te zien, me wat tegenviel. In plaats van het origineel toonde men een foto in een lichtbak. Dat laat onverlet dat wat men toonde, de moeite waard was en dat de bibliotheek het goed uitlegde. Zo was er ook een replica te zien van de Papyrus Ebers. Het origineel is in de Tweede Wereldoorlog beschadigd geraakt.

De Duitse egyptoloog Georg Ebers (1837-1898) doceerde aan de universiteit van Leipzig, maar hij bezocht natuurlijk ook Egypte. Wat in de negentiende eeuw geen peulenschil was. In 1872/1873 ontdekte hij in Luxor een bijzondere papyrusrol met een medische tekst. Het voorwerp, dat dateert uit de late zestiende eeuw v.Chr., was bovendien compleet. Meestal zijn zulke rollen beschadigd of alleen fragmentarisch over. De Papyrus Ebers is bijna negentien meter lang, bestaat uit ruim honderd pagina’s tekst en vermeldt zo’n 900 behandelingen voor een stuk of tachtig aandoeningen. Het laatste blad bevat een kalender.

Lees verder “De Papyrus Ebers” →

Alexandre Yersin in Vietnam

Alexandre Yersin

Koloniën die onafhankelijk zijn geworden willen meestal liever niet te veel herinnerd worden aan hun vroegere overheersers. Straten en steden krijgen nieuwe namen. Batavia wordt Jakarta bijvoorbeeld. Ook in Vietnam zijn de meeste Franse namen uit het straatbeeld verdwenen en vervangen door Vietnamese namen (die voor de reiziger niet altijd even makkelijk te onthouden zijn). Maar er zijn een paar uitzonderingen en wel voor wetenschappers. Er zijn nog steeds Pasteur- en Yersin straten en vooral die laatste naam is onlosmakelijk verbonden met Vietnam.

Louis Alexandre John Emile Yersin werd op 22 september 1863 geboren in het Zwitserse Lavaux en studeerde medicijnen in Parijs, waar Louis Pasteur baanbrekend werk verrichtte op het gebied de bacteriologie. Pasteur rekende definitief af met het vooroordeel (of de kwakwetenschap) dat ziekten werden veroorzaakt door slechte lucht of iets dergelijks en de ene na de andere microbe werd ontdekt, tyfus in 1880, tuberculose in 1882 enzovoort.

Lees verder “Alexandre Yersin in Vietnam” →

Geneeskunde bij de Kruisvaarders

De Arabische diplomaat en schrijver Usama ibn Munqidh (1095-1188) was de neef van een vooraanstaande Syrische heer. Zelf diende hij op verschillende missies. Zijn autobiografie toont dat er in de tijd tussen de Eerste en de Tweede Kruistocht aanzienlijke samenwerking was tussen de diverse partijen. Zo stuurde zijn machtige oom eens de christelijke arts Thabit naar een van de leiders van de Kruisvaarders. Die deed sarcastisch verslag van de lokale geneeskunde.


Thabit was pas tien dagen weg toen hij alweer terugkeerde. We zeiden: “Die patiënten heb je snel genezen zeg!”

Lees verder “Geneeskunde bij de Kruisvaarders” →

Aderlaten

Kommen voor bij het aderlaten (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Een van de voor ons wat lastig navoelbare aspecten van de antieke wereld was het idee dat de gezondheid van een patiënt samenhing met zijn vochthuishouding. Men herkende vier humores ofwel lichaamssappen: bloed, gele gal, zwarte gal, slijm. Ze correspondeerden met de vier elementen (lucht, water, aarde, vuur), met de vier jaargetijden en met vier soorten temperamenten. Wie bijvoorbeeld wat meer zwarte gal had dan gele gal, bloed en slijm, zou een zwartgallig karakter hebben.

De auteur van een aan de arts Hippokrates van Kos (460-377 v.Chr.) toegeschreven tekst legt uit:

  • mensen die wat meer rood bloed hebben zijn vriendelijk, maken grapjes, zijn rooskleurig, ja een beetje rood, en hebben een mooie huid;
  • mensen met gele gal zijn bitter, opvliegend en moedig, zien er wat groenachtig uit en hebben een gelige huid;
  • zwartgallige mensen zijn lui, angstig en ziekelijk, hebben donker haar en donkere ogen;
  • mensen met veel slijm zijn neerslachtig, vergeetachtig en hebben wit haar.

Lees verder “Aderlaten” →

Medische instrumenten

Medische instrumenten (Archeologisch museum, Pafos)

Soms zie je iets dat je nooit eerder zag. Dat maakte ik vandaag mee in het nieuwe museum van Pafos, in het zuidwesten van Cyprus. Zie bovenstaande vitrine. Op de tekening van een menselijk lichaam zijn bruine terracotta’s gelegd: op de oren, op de borstkas, op een elleboog, op de genitalia, op de handen, op een bovenbeen, op een knie, op een scheen, op de voeten. Het zijn wat vreemd gevormde waterflessen.

Ze dateren uit de Romeinse tijd en zijn gevonden in het plaatselijke heiligdom van de genezende godheid Asklepios. De archeologen die ze opgroeven, denken dat er heet water of warme olie in werd gedaan. Ze werden dan gelegd op de corresponderende lichaamsdelen. Misschien hielp zo’n warme kruik om pijn te verlichten. Althans, dat is de interpretatie die het museum eraan geeft.

Lees verder “Medische instrumenten” →

Antieke magie

Verzameling magische voorwerpen (Louvre, Parijs)

Stel je eens voor dat een Egyptenaar of Griek of Romein zomaar twintig eeuwen vooruit kon reizen en in onze tijd belandde. En stel je even voor dat hij of zij op miraculeuze wijze ineens lezen kon en zelfs Nederlands begreep. Wat zou zo iemand vinden van deze blog? Vermoedelijk keek onze gast verbaasd op van de onderwerpskeuze. Een van de meest wezenlijke aspecten van het toenmalige leven schittert door afwezigheid: de magie.

Terwijl iedereen – uit alle lagen van de bevolking, uit alle windstreken – wel deed aan wat bekendstaat als Schadenzauber: magische handelingen om iemand in de problemen te brengen. Er waren nog andere vormen van magie, waarover zo meteen meer. Omdat magie zo extreem veelvormig en zo gewoon was, is het woord “magie” misschien ook wel verkeerd gekozen. In ons taalgebruik is het immers de valse tegenhanger van de officiële godsdienst. Wij associëren magie met de duivel, niet met het goddelijke. Maar zo’n onderscheid is in de Oudheid niet zo makkelijk te maken.

Lees verder “Antieke magie” →

Klassieke literatuur (7b): wetenschap

Bouwkunde is een wetenschap: entasis in de (onvoltooide) tempel van Segesta

[Bij mijn mail zat een tijdje geleden de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich er echt in wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit bij een cursus aanschuiven. Voor de Latijnse literatuur is er Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en christelijke literatuur is zo’n boek er niet. Vandaag behandel ik de antieke wetenschappelijke literatuur.]

In het vorige stukje behandelde ik dé antieke wetenschappelijke tekst bij uitstek, de encyclopedie van Plinius de Oudere. Daarmee begon ik in feite aan het einde, want Plinius is, behalve een goed observator die zijn eigen ervaring nooit negeert, vooral een verzamelaar, vertaler en bewerker van oudere, vooral Griekse wetenschap. Het woord “wetenschap” moet u overigens met een slag om de arm nemen. Andere literaire doelen waren zelden ver weg, maar vandaag behandel ik toch vooral wat zakelijker teksten.

Lees verder “Klassieke literatuur (7b): wetenschap” →