Curio in Africa

Juba (Louvre, Parijs)

In het eerste stukje schreef ik dat Gaius Scribonius Curio in de zomer van 49 v.Chr. Sicilië verzekerde voor Caesar. Daarna stak hij over naar Afrika met vijfhonderd Gallische ruiters en het Vijftiende en het Zestiende Legioen, twee eenheden die in 53 v.Chr. waren gelicht toen Rome ook het door Ambiorix verslagen Veertiende moest vernieuwen. Het Vijftiende was in Italië gebleven om deel te nemen aan Crassus’ expeditie tegen de Parthen en was meteen naar Caesar overgelopen toen deze de Rubico was overgestoken; over eerdere avonturen van het Zestiende weten we niets. Veel gevechtservaring lijken de mannen echter niet te hebben gehad.

Schermutselingen

Curio landde bij Kaap Bon en rukte in slechts drie dagen op door het achterland van het verwoeste Karthago tot hij aankwam bij de rivier de Medjerda, waar zijn tegenstander op hem wachtte: Publius Attius Varus. Hij verdedige Utica, de hoofdstad van de provincie Africa.

Tijdens de eerste schermutselingen wist Curio een graanvloot te onderscheppen. Nu had hij de middelen voor een rustig beleg van Utica. Inderdaad rukte hij daarheen op, maar hij vergat zijn flank te dekken en werd verrast door een Numidisch leger, gestuurd door koning Juba. De Gallische cavalerie wist de vijandelijk ruiterij echter terug te drijven.

Lees verder “Curio in Africa”

Nog eens Regulus

Een Numidische ruiter (Musée national des antiquités, Algiers)

Een tijdje blogde ik over de expeditie van Regulus, een Romeinse consul in 256/255 v.Chr., naar wat nu Tunesië heet. Hij won eigenlijk alles tot de Karthagers een capabele Spartaanse huurlingenleider, Xanthippos, in dienst namen en hem versloegen. De veldtocht, die deel uitmaakt van de Eerste Punische Oorlog, is me bezig blijven houden omdat er iets raars mee aan de hand is. Een consulair leger bestond uit zo’n 18.000 man en Regulus commandeerde er maar 15.000. Het leger is te klein voor een zo belangrijke operatie, zeker als we erbij bedenken dat de Romeinen een kolossale vloot– 330 oorlogsbodems! – bouwden om het expeditieleger over te zetten.

Ik vermoed nu dat Regulus niet alleen was. De Numidiërs speelden een belangrijke rol. Daarvoor zijn enkele aanwijzingen.

Lees verder “Nog eens Regulus”

Het Numidisch en het Proto-Berber

Een Numidische ruiter (Musée national des antiquités, Algiers)

Een ruim jaar geleden – het was ten tijde van de verkiezingen – reisde ik door Algerije en korte tijd daarna door Tunesië. Je loopt er van de ene naar de andere Romeinse stad; er zijn er uit de Maghreb ongeveer 500 bij naam bekend, wat aanzienlijk meer is dan de 60 uit Gallië. Dit was een van de verstedelijkste gebieden uit de oude wereld.

T-steden

Op een gegeven moment viel me op dat ontzettend veel plaatsnamen, zowel antieke als moderne, beginnen met een t-klank. Systeem kon ik er niet in ontdekken. Het kon gaan om een havenstad als Tipasa, om een heuvelfort als Tiddis en om een bronnenheiligdom als Thubursicum, maar ook om steden als Thugga, Tebessa, Thysdrus, Thuburbo Maius, Thagaste en Thamugadi. De /t/ lijkt wel universeel te zijn.

Lees verder “Het Numidisch en het Proto-Berber”

Een Algerijnse Augustinusfilm

Je kunt het aan mij overlaten om door Algerije te reizen, kijkend naar de steden waar Augustinus moet hebben gewoond en gewerkt, zonder in de gaten te hebben dat er in de Algerijnse bioscopen een film draaide over de bisschop van Hippo: Augustine, Son of Her Tears. Of ook wel Aghstynws, abin dumueuha. Dat schrijf ik niet uit pedanterie, maar omdat het aangeeft wat de film is: een poging de man weg te halen uit de wereld van het Europese christendom maar te presenteren als Algerijn.

Gemeten aan wat de filmmakers beoogden, kan de film alleen worden getypeerd als succes. We krijgen de Algerijnse en Tunesische landschappen te zien. We zien Aghstynws niet alleen in een Romeinse tunica en toga, maar ook in een kandora en een qessabiya. De acteurs komen uit de Maghreb en dat heb ik in films over de Oudheid nog maar zelden gezien. Ik vond dat prettig ontregelend. De film verveelt beslist niet. Maar om nu te zeggen dat het een meesterwerk is dat u gezien hebben móet, nee.

Lees verder “Een Algerijnse Augustinusfilm”

De Numidisch-Karthaagse Oorlog

Een Numidische ruiter (Musée national des antiquités, Algiers)

In de Tweede Punische Oorlog (218-201) hadden de Romeinen de Karthagers verslagen en het vredesverdrag verbood de verslagenen om zonder toestemming van de Romeinse Senaat ten oorlog te gaan. Dat vormde voor de Romeinse bondgenoot Massinissa van Numidië natuurlijk een uitnodiging om de Karthaagse bezittingen aan te vallen. Ook moesten de Karthagers nog vijftig jaar een schadevergoeding betalen aan de Romeinen. Pas tegen het midden van de tweede eeuw zou Karthago vrij zijn van deze verplichting en tenminste één Romeinse senator, Cato de Oudere, leefde in de veronderstelling dat de voormalige vijand spoedig daarna weer een supermacht zou zijn.

Aanleiding

In 151 v.Chr. verdreven de Karthagers, op voorstel van een zekere Hamilkar de Samniet, veertig pro-Numidische politici. Ze vluchtten naar Kirta, de residentie van Massinissa, het huidige Constantine in Algerije. De Numidische koning stuurde nu zijn zonen Gulussa en Mikipsa naar Karthago, om de stad te vragen de ballingen terug te ontvangen. Het gezantschap had geen succes: nadat de twee prinsen de hoofdstad hadden bereikt, werden ze weggestuurd. Erger nog, Hamilkar en zijn aanhangers vielen Gulussa’s konvooi aan en doodden enkele begeleiders. De Numidiërs konden dit niet over hun kant laten gaan. Een Numidisch-Karthaagse Oorlog was onvermijdelijk.

Lees verder “De Numidisch-Karthaagse Oorlog”

Een Algerijnse officier in Vechten

Inscriptie van Antistius Adventus (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Een half jaar geleden was ik op reis door Algerije en hoewel ik veel mooie dingen heb gezien, was er ook een mini-teleurstelling: terwijl ik wél de grafsteen vond van Adiutor, iemand uit Nederland die belandde in Algerije, vond ik niets over Antistius, een Romeinse bestuurder uit de tweede eeuw n.Chr. die de omgekeerde reis maakte. Er zijn in Algerije minstens twee inscripties (deze EDCS-13100076 en EDCS-16300167) maar ik heb die niet gezien. Een derde inscriptie is gevonden bij de Muur van Hadrianus (EDCS-07801373) en een vierde – hier boven – komt uit Vechten, even onder Utrecht. Die staat bekend als EDCS-11100902 en als u denkt dat ze slecht leesbaar is, heeft u gelijk, maar zie hieronder.

De jonge bestuurder

Quintus Antistius Adventus Postumius Aquilinus is rond 128 geboren in een senatoriële familie uit de Numidische stad Thibilis, halverwege Cirta en Hippo Regius, en profiteerde van het netwerk van Afrikaanse bestuurders dat in de loop van de tweede eeuw steeds meer invloed kreeg in Italië en uiteindelijk een keizer zou leveren, Septimius Severus. Uit de vier inscripties kennen we Antistius’ loopbaan, die hem kort voor 150 moet hebben gebracht naar Rome, waar hij een van de leden was van het college der vigintiviri, de beginnende magistraten, meest senatorenzonen, die ieder jaar werden benoemd. Hij was een van het viertal dat samen verantwoordelijk was voor het onderhoud van de straten in Rome.

Lees verder “Een Algerijnse officier in Vechten”

Twee heel oude dames

Graf van Antonia en Artema (Thubursicum Numidarum, Algerije)

Het is u vergeven als u nog nooit hebt gehoord van Thubursicum Numidarum, want het was een nogal obscuur Romeins stadje in Numidië. Tacitus zou het één keer kunnen vermelden maar zelfs dat is niet zeker, want hij heeft het over Thubuscum en er zijn andere kandidaten.

Ik belandde er afgelopen december dan ook min of meer bij toeval. Ik was in Madauros geweest, er was tijd over en de bewakers van Madauros wisten nog iets dat ons zou boeien. Zo belandden we op een volkomen onbekende opgraving met een theater, een forum, een tempel op een heuvel en een waterheiligdom bij de bronnen van de rivier de Medjerda, die oostwaarts stroomt via Bulla Regia naar Utica.

Lees verder “Twee heel oude dames”

Maximinus de Thraciër

Inscriptie voor Maximinus Thrax uit El-Eulma, nu in Sétif

Mijn zakenpartner heeft het weleens over de inscriptietoeter die afgaat als hij ergens op een opgraving een steen ziet waarop wat woorden staan geschreven. Ik stuiter er dan meteen op af om foto’s te maken. Later zal ik er dan een nummer aan toevoegen uit de EDCS, de Epigrafische Database van de Duitse oudheidkundigen Manfred Clauss en Wolfgang Slaby, en als daar nog geen foto’s in staan, dan stuur ik die op. Meer dan eens gaat het om materiaal dat nog niet is gedigitaliseerd of zelfs volkomen onbekend was.

In januari heb ik iets van vierhonderd foto’s gestuurd en dat is mede doordat ik op een regenachtige ochtend in Sétif heb staan fotograferen in twee met inscripties gedecoreerde parken, de Jardin Emir Abdelkader en de wat kleinere Jardin Rafaoui. Daar zat ook de bovenstaande foto bij van een inscriptie die kort voor 1920 moet zijn ontdekt in wat toen nog Saint-Arnaud heette en tegenwoordig El-Eulma heet. Zoals u ziet heeft iemand de tekst van die inscriptie doorgestreept. Een damnatio memoriae.

Lees verder “Maximinus de Thraciër”

Sofonisba

De stad waar ik u gisteren had achtergelaten was Constantine, het antieke Cirta. Het was de scène van een reeks gebeurtenissen uit de Tweede Punische Oorlog die even beroemd als complex zijn. Om te beginnen: ten westen van Karthago lagen twee Numidische koninkrijken, enerzijds het westelijke, dat van de Masaeisylische Numidiërs, geregeerd door Syfax, anderzijds het oostelijke, dat van de Massylische Numidiërs, geregeerd door Gaïa. Het laatste was met Karthago verbonden. Gaïa’s zoon Massinissa streed bijvoorbeeld in Spanje in het leger van een broer van Hannibal.

Massinissa zou trouwen met een zekere Sofonisba (Sapanba’al in het Karthaags), de dochter van de Karthaagse edelman Hasdrubal. Onze bronnen presenteren haar, zoals u vermoedelijk al verwacht, als jong, beschaafd, muzikaal en verleidelijk mooi. Prins Massinissa had zijn verloofde echter nog nooit gezien en voelde zich dan ook niet gehouden aan het bondgenootschap tussen zijn vader en Hasdrubal. De oorlog in Spanje, die desastreus verliep voor de Karthagers, gaf Massinissa een voorgevoel van wat komen ging en hij overwoog zich te verbinden met de Romeinen.

Lees verder “Sofonisba”

Constantine en Tiddis

Constantine

Het was eigenlijk mijn opzet om u, afgezien van wat stukjes die ik had voorbereid voordat ik naar Algerije vertrok, in ruwweg chronologische volgorde op onze reis mee te nemen. Die chronologie is wat doorbroken geraakt door twee Algiers-stukjes, maar ik neem nu de draad weer op waar ik u had achtergelaten: in Batna, waarvandaan we naar Timgad/Thamugadi en naar Tazoult/Lambaesis waren geweest. Van die laatste plek begeleidde de politie ons terug naar Batna en eerlijk gezegd weet ik nog altijd niet waarom. We hielden het erop dat men geen pottenkijkers wilde maar zouden enkele dagen later onder begeleiding worden weggebracht van een plek waar inderdaad verhoogd risico was.

Enfin. Van Batna bereikten we opnieuw Constantine, het antieke Cirta. De stad is beroemd om de enorme kloof met de geweldige bruggen – zie boven – en heeft een ietwat stoffig museum met een geweldige collectie. Vooral de verzameling munten trof me als tiptop. Achterin het museum is een zaal vol met de in 1950 ontdekte Numidische steles waarover ik al eerder blogde. Ik vond het erg indrukwekkend en was des te meer onder de indruk omdat we het eigenlijk niet hadden verwacht in een ietwat achenebbisj museum.

Lees verder “Constantine en Tiddis”