Een Algerijnse officier in Vechten

Inscriptie van Antistius Adventus (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Een half jaar geleden was ik op reis door Algerije en hoewel ik veel mooie dingen heb gezien, was er ook een mini-teleurstelling: terwijl ik wél de grafsteen vond van Adiutor, iemand uit Nederland die belandde in Algerije, vond ik niets over Antistius, een Romeinse bestuurder uit de tweede eeuw n.Chr. die de omgekeerde reis maakte. Er zijn in Algerije minstens twee inscripties (deze EDCS-13100076 en EDCS-16300167) maar ik heb die niet gezien. Een derde inscriptie is gevonden bij de Muur van Hadrianus (EDCS-07801373) en een vierde – hier boven – komt uit Vechten, even onder Utrecht. Die staat bekend als EDCS-11100902 en als u denkt dat ze slecht leesbaar is, heeft u gelijk, maar zie hieronder.

De jonge bestuurder

Quintus Antistius Adventus Postumius Aquilinus is rond 128 geboren in een senatoriële familie uit de Numidische stad Thibilis, halverwege Cirta en Hippo Regius, en profiteerde van het netwerk van Afrikaanse bestuurders dat in de loop van de tweede eeuw steeds meer invloed kreeg in Italië en uiteindelijk een keizer zou leveren, Septimius Severus. Uit de vier inscripties kennen we Antistius’ loopbaan, die hem kort voor 150 moet hebben gebracht naar Rome, waar hij een van de leden was van het college der vigintiviri, de beginnende magistraten, meest senatorenzonen, die ieder jaar werden benoemd. Hij was een van het viertal dat samen verantwoordelijk was voor het onderhoud van de straten in Rome.

Lees verder “Een Algerijnse officier in Vechten”

Twee heel oude dames

Graf van Antonia en Artema (Thubursicum Numidarum, Algerije)

Het is u vergeven als u nog nooit hebt gehoord van Thubursicum Numidarum, want het was een nogal obscuur Romeins stadje in Numidië. Tacitus zou het één keer kunnen vermelden maar zelfs dat is niet zeker, want hij heeft het over Thubuscum en er zijn andere kandidaten.

Ik belandde er afgelopen december dan ook min of meer bij toeval. Ik was in Madauros geweest, er was tijd over en de bewakers van Madauros wisten nog iets dat ons zou boeien. Zo belandden we op een volkomen onbekende opgraving met een theater, een forum, een tempel op een heuvel en een waterheiligdom bij de bronnen van de rivier de Medjerda, die oostwaarts stroomt via Bulla Regia naar Utica.

Lees verder “Twee heel oude dames”

Maximinus de Thraciër

Inscriptie voor Maximinus Thrax uit El-Eulma, nu in Sétif

Mijn zakenpartner heeft het weleens over de inscriptietoeter die afgaat als hij ergens op een opgraving een steen ziet waarop wat woorden staan geschreven. Ik stuiter er dan meteen op af om foto’s te maken. Later zal ik er dan een nummer aan toevoegen uit de EDCS, de Epigrafische Database van de Duitse oudheidkundigen Manfred Clauss en Wolfgang Slaby, en als daar nog geen foto’s in staan, dan stuur ik die op. Meer dan eens gaat het om materiaal dat nog niet is gedigitaliseerd of zelfs volkomen onbekend was.

In januari heb ik iets van vierhonderd foto’s gestuurd en dat is mede doordat ik op een regenachtige ochtend in Sétif heb staan fotograferen in twee met inscripties gedecoreerde parken, de Jardin Emir Abdelkader en de wat kleinere Jardin Rafaoui. Daar zat ook de bovenstaande foto bij van een inscriptie die kort voor 1920 moet zijn ontdekt in wat toen nog Saint-Arnaud heette en tegenwoordig El-Eulma heet. Zoals u ziet heeft iemand de tekst van die inscriptie doorgestreept. Een damnatio memoriae.

Lees verder “Maximinus de Thraciër”

Sofonisba

De stad waar ik u gisteren had achtergelaten was Constantine, het antieke Cirta. Het was de scène van een reeks gebeurtenissen uit de Tweede Punische Oorlog die even beroemd als complex zijn. Om te beginnen: ten westen van Karthago lagen twee Numidische koninkrijken, enerzijds het westelijke, dat van de Masaeisylische Numidiërs, geregeerd door Syfax, anderzijds het oostelijke, dat van de Massylische Numidiërs, geregeerd door Gala. Het laatste was met Karthago verbonden. Gala’s zoon Massinissa streed bijvoorbeeld in Spanje in het leger van een broer van Hannibal.

Massinissa zou trouwen met een zekere Sofonisba (Sapanba’al in het Karthaags), de dochter van de Karthaagse edelman Hasdrubal. Onze bronnen presenteren haar, zoals u vermoedelijk al verwacht, als jong, beschaafd, muzikaal en verleidelijk mooi. Prins Massinissa had zijn verloofde echter nog nooit gezien en voelde zich dan ook niet gehouden aan het bondgenootschap tussen zijn vader en Hasdrubal. De oorlog in Spanje, die desastreus verliep voor de Karthagers, gaf Massinissa een voorgevoel van wat komen ging en hij overwoog zich te verbinden met de Romeinen.

Lees verder “Sofonisba”

Constantine en Tiddis

Constantine

Het was eigenlijk mijn opzet om u, afgezien van wat stukjes die ik had voorbereid voordat ik naar Algerije vertrok, in ruwweg chronologische volgorde op onze reis mee te nemen. Die chronologie is wat doorbroken geraakt door twee Algiers-stukjes, maar ik neem nu de draad weer op waar ik u had achtergelaten: in Batna, waarvandaan we naar Timgad/Thamugadi en naar Tazoult/Lambaesis waren geweest. Van die laatste plek begeleidde de politie ons terug naar Batna en eerlijk gezegd weet ik nog altijd niet waarom. We hielden het erop dat men geen pottenkijkers wilde maar zouden enkele dagen later onder begeleiding worden weggebracht van een plek waar inderdaad verhoogd risico was.

Enfin. Van Batna bereikten we opnieuw Constantine, het antieke Cirta. De stad is beroemd om de enorme kloof met de geweldige bruggen – zie boven – en heeft een ietwat stoffig museum met een geweldige collectie. Vooral de verzameling munten trof me als tiptop. Achterin het museum is een zaal vol met de in 1950 ontdekte Numidische steles waarover ik al eerder blogde. Ik vond het erg indrukwekkend en was des te meer onder de indruk omdat we het eigenlijk niet hadden verwacht in een ietwat achenebbisj museum.

Lees verder “Constantine en Tiddis”

Het Algerijnse Xanten: Timgad

Een abstract mozaïek uit TImgad

Vanuit Batna is het niet ver rijden naar Timgad, het antieke Thamugadi, een stad die door keizer Trajanus is gesticht en die in feite het zusje is van Xanten: een schaakbordachtige stad met alles erop en eraan. Ik geloof dat ik alleen het amfitheater heb gemist, maar verder was alles aanwezig wat een Romein in een stad verwachtte, dus tempels, markten, een theater, badhuizen, een basiliek, geplaveide straten, stadspoorten, een bibliotheek en in de Late Oudheid ook een Byzantijns fort en kerken. Numidië zijnde Numidië waren die kerken leverbaar in diverse soorten en maten, inclusief een Donatistische kathedraal én een grafschrift waarop de naam “Donatus” rauw was weggekrast. Kortom, Timgad is een stad waar mensen woonden.

Het is lastig te beschrijven dus ik toon maar wat plaatjes en hierboven ziet u een van de schitterende mozaïeken in het museum. Grappig was hier dat we alles mochten fotograferen, maar niets in de vitrines. Buiten het museum was een soort lapidarium, waar een eindeloze rij grafstenen en votiefsteles was te zien, zoals het mooie reliëfje hieronder.

Lees verder “Het Algerijnse Xanten: Timgad”

Lambaesis

De noordelijke poort van Lambaesis

Vanuit Constantine reden we naar Batna, een kapsonesloos provinciestadje dat drie uur verder naar het zuiden ligt. We deden er wat langer over omdat we ook naar het graf van Massinissa – als het van deze Numidische koning is – en het enorme graf bij Madghacen wilden gaan. Dit laatste is een kolossale stenen tumulus. Het mausoleum wordt gedateerd in de vierde eeuw v.Chr.

Even voorbij Batna ligt Tazoult, het antieke Lambaesis, de plek waar het Derde Legioen Augusta was gestationeerd. Ik heb me voorgenomen ooit alle legioenbases te hebben gezien – het zijn de plaatsen waarvandaan het Romeinse gezag werd gevestigd en uitgeoefend – en deze plek stond dus hoog op mijn wensenlijstje. Het is een complexe site, die bestaat uit de eigenlijke legioenbasis met een amfitheater, een klein fort, een heiligdom gewijd aan Aesculapius, burgerlijke bewoningskernen, grafsteden en een Byzantijns fort.

Lees verder “Lambaesis”

Massinissa

Soumaa d’el Khroub

Ik zal niet zeggen dat afgelopen donderdag een dag van teleurstellingen was, want we hebben een prima dag gehad. Maar na een dag in Annaba en een dag in Madauros en Khemissa kon het alleen wat minder zijn. Hierboven het graf dat bekendstaat als Soumaa d’El Khroub. De laatste twee woorden zijn de naam van een stadje ten zuiden van Constantine en het eerste is een woord dat zowel graanspijker als kluizenaarscel kan betekenen. Daar lijkt het gebouw wel een beetje op maar ik wil nog eens uitzoeken of deze woordkeuze niet kan zijn ingegeven doordat zo’n mausoleum heel wel in de Oudheid aangeduid kan zijn geweest als een sema, “graf”. Hoe dat ook zij, dit is een van de koninklijke mausolea in Algerije die op de lijst van Werelderfgoed staan. Het is dus ook uw erfgoed.

Wie ligt er begraven? De Algerijnen weten het zeker: hier ligt Massinissa, de Numidische vorst die een bondgenoot was van Rome en die na de Tweede Punische Oorlog, waarin de Romeinen de Karthagers versloegen, eindeloos doorging met aanvallen op het grondgebied van de verslagen stad. Hij annexeerde zelfs Sabratha, Oea (het huidige Tripoli) en Lepcis Magna. in het huidige Libië. Uiteindelijk sloeg Karthago terug, voerde daarmee oorlog zonder toestemming van de Romeinse Senaat. Dat was de aanleiding van de Derde Punische Oorlog. Massinissa overleed in 148 v.Chr. en Tunesiërs weten zeker dat hij begraven ligt bij hun stad Dougga.

Lees verder “Massinissa”

Taaitaai in Madauros

Het Byzantijnse fort van Madauros

Ik vertelde al dat ik woensdag naar Souk Ahras was geweest. We volgden vanuit Annaba een riviertje omhoog, de bergen in (een oostelijke uitloper van de Atlas) en kwamen zo door een prachtig groen gebied met wilgen, sparren en olijfbomen. Een beeld dat me zal bijblijven is dat van de rode tractor die op een helling een veld aan het bewerken was en werd gevolgd door witte vogels. We lunchten langs de weg naar M’daourouch, het antieke Madauros. Eerlijk gezegd vond ik de gekookte pens en maag niet heel erg smakelijk, dus ik heb het laten staan met als excuus dat het petit-déjeuner in Annaba niet zo heel erg petit was geweest.

De hoogvlakte. Nog meer groen, nog meer bomen, nog meer weiden. Runderen, waaronder een enkele roodbonte koe. Dit was heel anders dan bijvoorbeeld Libië, waar al vrij snel achter de kuststrook de halfwoestijn begint. Ik zag nergens paarden, hoewel de hoogvlakte zich leent voor deze dieren en hoewel Numidische ruiterij ooit beroemd was.

Lees verder “Taaitaai in Madauros”

Augustinus’ olijfboom

Wat opvalt bij het lezen van Augustinus is dit: hij was rusteloos op zoek naar de waarheid. Hij bekeerde zich dus eerst (na de lectuur van Cicero’s Hortensius) tot de filosofie, bekeerde zich tot het manicheïsme, bekeerde zich tot het christendom, bekeerde zich daarbinnen weer tot de variant die we nu orthodox noemen en vond geen rust. De polemieken rond het pelagianisme zijn niet de teksten van een man die tevreden is met wat hij heeft gevonden of heeft bereikt.

Hij was bereid voor de waarheid een hoge prijs te betalen. Hij had, in de keizerlijke residentie Milaan, een voorname positie aan het hof, stond op het punt zich in te trouwen in een vooraanstaande familie en mocht vooruitzien naar lucratieve betrekkingen in het rijksbestuur, toen hij ineens een punt zette achter die loopbaan en zich terugtrok. Hij was maar een venditor verborum geweest, een kletsmajoor. Het is alsof iemand die op het punt staat de Nobelprijs voor de Letteren te krijgen, concludeert dat literatuur eigenlijk maar prietpraat is, de Zweedse Academie adviseert naar de pomp te lopen en besluit de waarheid buiten de literatuur na te jagen. Dat Augustinus zoiets deed, illustreert zijn gedrevenheid.

Lees verder “Augustinus’ olijfboom”