Naar de dokter

Bezoek aan de dokter (Musée national des antiquités, Algiers)

Zoals u wellicht heeft gemerkt, was ik onlangs in Algerije. Daarover later meer. Maar eerst eens een blogje over een mozaïek dat ik in Algiers zag in het Musée national des antiquités. Het is gevonden in een voorstad van Batna die Ouled Arif heet; in de Oudheid heette de plaats Lambiridi. Het mozaïek vormde de vloer van een familiegraf, waarin drie sarcofagen stonden. De voornaamste was van een zekere Cornelia Urbanilla, die hier rustte na “te zijn gered van een groot gevaar” en een leven van achtentwintig jaar, tien maanden twaalf dagen en negen uur. Dat is vreemd precies, want doorgaans wisten Romeinen niet zo goed hoe oud ze waren.

Het schijnt dat zulke nauwkeurige aanduidingen duiden op horoscoopgebruik, maar ook als dat zo is, is mij niet duidelijk aan welk gevaar Urbanilla is ontkomen. Misschien is het leven zelf wel het bedoelde gevaar. Daarvoor pleit dat links twee pauwen zijn afgebeeld, vogels die in de derde eeuw na Chr., toen dit mozaïek werd gemaakt, een symbool waren voor de wederopstanding en verlossing uit dit ondermaanse tranendal. Maar ja, dat verklaart dan weer niet waarom rechts twee eenden staan.

Lees verder “Naar de dokter”

Kosmas en Damianos

Kosmas en Damianos (Martinikerk, Groningen)

In nogal wat kerken in de provincie Groningen zijn fresco’s te bewonderen uit de Late Middeleeuwen. Veel daarvan zijn in de loop van de tijd helaas verloren gegaan, maar er zijn er gelukkig ook veel overgeleverd, mede dankzij overschildering met kalk na de Reformatie en de zorgvuldige restauratie in de afgelopen decennia. Eén zo’n schildering is die van de heiligen Kosmas en Damianos, in de Martinikerk in de stad Groningen. Via het internet zocht ik deze broers op, en kwam gelijk in een heel erg interessant verhaal terecht, zeker waar het de parafernalia betreft die vaak met de broers werden afgebeeld.

Rijk Groningen

De anonieme kunstenaar heeft de schildering aan het eind van de vijftiende eeuw op de gewelven van deze kerk aangebracht, toen Groningen één van de rijkste steden van de lage landen was, mede dankzij het zogenaamde “stapelrecht”, waardoor de stad nogal wat inkomsten genereerde uit het recht om alle handel uit bijvoorbeeld het Oostzeegebied via de stad te laten verlopen. Het meest zichtbare symbool van die rijkdom is de zesennegentig meter hoge Martinitoren, waarvan de bouw ook op driekwart van die vijftiende eeuw begon.

Lees verder “Kosmas en Damianos”

De Papyrus Ebers

De Papyrus Ebers (Albertina, Leipzig)

Ik schreef al dat de expositie in Leipzig, waar ik hoopte de Codex Sinaiticus te zien, me wat tegenviel. In plaats van het origineel toonde men een foto in een lichtbak. Dat laat onverlet dat wat men toonde, de moeite waard was en dat de bibliotheek het goed uitlegde. Zo was er ook een replica te zien van de Papyrus Ebers. Het origineel is in de Tweede Wereldoorlog beschadigd geraakt.

De Duitse egyptoloog Georg Ebers (1837-1898) doceerde aan de universiteit van Leipzig, maar hij bezocht natuurlijk ook Egypte. Wat in de negentiende eeuw geen peulenschil was. In 1872/1873 ontdekte hij in Luxor een bijzondere papyrusrol met een medische tekst. Het voorwerp, dat dateert uit de late zestiende eeuw v.Chr., was bovendien compleet. Meestal zijn zulke rollen beschadigd of alleen fragmentarisch over. De Papyrus Ebers is bijna negentien meter lang, bestaat uit ruim honderd pagina’s tekst en vermeldt zo’n 900 behandelingen voor een stuk of tachtig aandoeningen. Het laatste blad bevat een kalender.

Lees verder “De Papyrus Ebers”

Alexandre Yersin in Vietnam

Alexandre Yersin

Koloniën die onafhankelijk zijn geworden willen meestal liever niet te veel herinnerd worden aan hun vroegere overheersers. Straten en steden krijgen nieuwe namen. Batavia wordt Jakarta bijvoorbeeld. Ook in Vietnam zijn de meeste Franse namen uit het straatbeeld verdwenen en vervangen door Vietnamese namen (die voor de reiziger niet altijd even makkelijk te onthouden zijn). Maar er zijn een paar uitzonderingen en wel voor wetenschappers. Er zijn nog steeds Pasteur- en Yersin straten en vooral die laatste naam is onlosmakelijk verbonden met Vietnam.

Louis Alexandre John Emile Yersin werd op 22 september 1863 geboren in het Zwitserse Lavaux en studeerde medicijnen in Parijs, waar Louis Pasteur baanbrekend werk verrichtte op het gebied de bacteriologie. Pasteur rekende definitief af met het vooroordeel (of de kwakwetenschap) dat ziekten werden veroorzaakt door slechte lucht of iets dergelijks en de ene na de andere microbe werd ontdekt, tyfus in 1880, tuberculose in 1882 enzovoort.

Lees verder “Alexandre Yersin in Vietnam”

Geneeskunde bij de Kruisvaarders

De Arabische diplomaat en schrijver Usama ibn Munqidh (1095-1188) was de neef van een vooraanstaande Syrische heer. Zelf diende hij op verschillende missies. Zijn autobiografie toont dat er in de tijd tussen de Eerste en de Tweede Kruistocht aanzienlijke samenwerking was tussen de diverse partijen. Zo stuurde zijn machtige oom eens de christelijke arts Thabit naar een van de leiders van de Kruisvaarders. Die deed sarcastisch verslag van de lokale geneeskunde.


Thabit was pas tien dagen weg toen hij alweer terugkeerde. We zeiden: “Die patiënten heb je snel genezen zeg!”

Lees verder “Geneeskunde bij de Kruisvaarders”

Aderlaten

Kommen voor bij het aderlaten (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Een van de voor ons wat lastig navoelbare aspecten van de antieke wereld was het idee dat de gezondheid van een patiënt samenhing met zijn vochthuishouding. Men herkende vier humores ofwel lichaamssappen: bloed, gele gal, zwarte gal, slijm. Ze correspondeerden met de vier elementen (lucht, water, aarde, vuur), met de vier jaargetijden en met vier soorten temperamenten. Wie bijvoorbeeld wat meer zwarte gal had dan gele gal, bloed en slijm, zou een zwartgallig karakter hebben.

De auteur van een aan de arts Hippokrates van Kos (460-377 v.Chr.) toegeschreven tekst legt uit:

  • mensen die wat meer rood bloed hebben zijn vriendelijk, maken grapjes, zijn rooskleurig, ja een beetje rood, en hebben een mooie huid;
  • mensen met gele gal zijn bitter, opvliegend en moedig, zien er wat groenachtig uit en hebben een gelige huid;
  • zwartgallige mensen zijn lui, angstig en ziekelijk, hebben donker haar en donkere ogen;
  • mensen met veel slijm zijn neerslachtig, vergeetachtig en hebben wit haar.

Lees verder “Aderlaten”

Medische instrumenten

Medische instrumenten (Archeologisch museum, Pafos)

Soms zie je iets dat je nooit eerder zag. Dat maakte ik vandaag mee in het nieuwe museum van Pafos, in het zuidwesten van Cyprus. Zie bovenstaande vitrine. Op de tekening van een menselijk lichaam zijn bruine terracotta’s gelegd: op de oren, op de borstkas, op een elleboog, op de genitalia, op de handen, op een bovenbeen, op een knie, op een scheen, op de voeten. Het zijn wat vreemd gevormde waterflessen.

Ze dateren uit de Romeinse tijd en zijn gevonden in het plaatselijke heiligdom van de genezende godheid Asklepios. De archeologen die ze opgroeven, denken dat er heet water of warme olie in werd gedaan. Ze werden dan gelegd op de corresponderende lichaamsdelen. Misschien hielp zo’n warme kruik om pijn te verlichten. Althans, dat is de interpretatie die het museum eraan geeft.

Lees verder “Medische instrumenten”

Na de slag bij Issos (2)

Een arts die een beenwond geneest (of aanbrengt: het is mogelijk dat hij bezig is met een aderlating) (Isola Sacra, Ostia)

[Zestiende deel van een achttiendelige reeks over de slag bij Issos (6 november 333 v.Chr.), waarin de Macedonische koning Alexander de Grote de Perzische heerser Darius III versloeg en de ondergang van het Achaimenidische Rijk inluidde. Het eerste deel was hier.]

In de nacht na de slag bij Issos werd er vrolijk gegeten, geplunderd en gedronken. Alleen de vele gewonden deelden niet in de algemene vreugde en de artsen maakten overuren. Bij maan- en fakkellicht verrichten zij honderden operaties.

Wie op zijn ledematen was geraakt met een zwaard, had een goede kans dat de schade beperkt zou blijven tot een stevig litteken, dat later met trots aan kinderen en kleinkinderen kon worden getoond. Breuken konden meestal worden gespalkt en behandeld.

Lees verder “Na de slag bij Issos (2)”

De genezing van de verlamde (2)

Betzata, waar Jezus een verlamde genas

We hadden het over het verhaal over de genezing van de verlamde. Naast de versie van Marcus, waarover ik het in het vorige blogje had, is er een versie van Johannes. Die speelt in Jeruzalem en is opvallend anders.

Voor ik u die te lezen geef, even een tekstkritische kwestie: in de NBV21 is ervoor gekozen een bijzinnetje weg te laten dat niet in de oudste manuscripten staat en vermoedelijk een later ingevoegde toelichting is. Dat zinnetje luidt dat er weleens een engel neerdaalde die het water van Betzata in beweging bracht en geneeskrachtig maakte.

Lees verder “De genezing van de verlamde (2)”

Silphium

Silphium op een niet zo beste foto die ik ooit maakte in het Bode-Museum in Berlijn

Het is zoiets als de coelacanth. U weet wel, de vissensoort die miljoenen jaren geleden zou zijn uitgestorven maar toch nog bleek te bestaan. Zo lijkt het nu ook te zijn met silphium, een plant die in de Oudheid een zekere beroemdheid had om zijn medicinale eigenschappen, die leek te zijn uitgestorven maar die toch blijkt te bestaan.

Dat is althans de claim die de Turkse farmacognost Mahmut Miski doet in dit artikel. De lezer moet nogal wat wetenschappelijk struikgewas kappen – het is maar een “preliminary morphological, chemical, biological and pharmacological evaluation”, het is slechts een “initial conservation study” en wil niet meer bieden dan een “reassessment of the regional extinction event”. Maar toch: het is de moeite van het overwegen waard.

Lees verder “Silphium”