De drie antieke filosofische culturen (1)

Debat in India (Musée Guimet, Parijs)

[De komende tijd zal Kees Alders, auteur van De wereld vóór God, in enkele blogseries de verschillende stromingen binnen de antieke Chinese en Indische filosofie behandelen. Vandaag het eerste deel van de inleiding.]

Waar is de filosofie ontstaan?

Het woord filosoof komt uit het Grieks en betekent liefhebber van de wijsheid. De term is waarschijnlijk gemunt door Pythagoras. Naar verluidt gebruikte hij het woord uit bescheidenheid, omdat hij zichzelf geen wijze wilde noemen.

De westerse filosofie vond zijn basis vooral in de Griekse filosofie, en vond zijn weg naar onze moderne beschaving via achtereenvolgens de Romeinen, de Arabieren, de Middeleeuwen, de Renaissance en de Verlichting.

In talen niet van niet-westerse culturen vinden we oorspronkelijk geen woord dat qua betekenis gelijk staat aan filosofie. Als je puur op de oorsprong van het woord afgaat, zou je dus kunnen zeggen dat filosofie in Griekenland is uitgevonden, en een westerse activiteit is.

In koloniale tijden dacht men dan ook dat dit het geval zou zijn. Onzin natuurlijk. In andere culturen deden ze wel degelijk ook aan activiteiten die wij filosofie zouden noemen. Maar … wanneer is het terecht om iets dan zo te noemen?

Wat is filosofie?

Om te kunnen bepalen wat filosofie is, moeten we de filosofie afbakenen van andere geestelijke activiteiten. We kunnen dan zeggen dat de filosofie zich plaatst tussen religie enerzijds en wetenschap anderzijds.

Filosofie is geen religie, maar heeft wel een overlap daarmee. Filosofie en religie doen allebei uitspraken over hoe de wereld in elkaar zou zitten, maar daarbij doen ze ook uitspraken over wat moreel juist zou zijn om te doen. Filosofie onderscheidt zich echter van religie doordat ze kritisch (met behulp van ratio en waarneming) onderzoekt of beweringen wel kloppen. Ook religie kan zelfkritisch zijn, maar om uitspraken te valideren gebruikt religie vooral openbaring en traditie.

Je zou trouwens met deze definitie succesvol kunnen bepleiten dat er ook veel filosofie in religie te vinden is, en dat er ook veel religie in filosofie is te bekennen. Dat doet aan het onderscheid denk ik niets af, het maakt het des te waardevoller.

Filosofie is ook geen wetenschap. De wetenschap kijkt naar de wereld zoals deze wordt waargenomen, en probeert die te begrijpen. De filosoof gaat verder dan dat: de filosoof is niet alleen een kritisch waarnemer, hij is ook kritisch ten opzichte van het waarnemen zelf. Een wetenschapper die dat doet begeeft zich op het terrein van de wetenschapsfilosofie. Daarnaast is er een ander verschil: een wetenschapper blijft altijd neutraal – hij kan geen waardeoordelen vellen. Een filosoof kan dat wel. Een filosoof kan onderzoeken wat de moreel juist handelen is, terwijl de wetenschapper niet verder komt dan het effect van een handeling voorspellen. Of dat effect juist of onjuist is om na te streven, daar heeft de wetenschapper geen bemoeienis mee. Een filosoof wel.

Filosofie in niet-westerse culturen

De antieke Chinezen en de Indiërs mogen het woord filosofie dan wel nooit gekend hebben, toch zien we aan de hand van de bovenstaande criteria dat de filosofie niet alleen in Griekenland, maar ongeveer tegelijkertijd ook in India en China is ontstaan. We zien namelijk op die drie plaatsen een cultuur ontstaan waarin vermeende wijsheden en inzichten niet alleen geponeerd en herhaald werden, maar ook werden beargumenteerd, en er een kritische debatcultuur ontstond.

Dat betekent overigens niet dat er voor die tijd en in andere culturen niet systematisch werd nagedacht en geargumenteerd. Sommige auteurs beweren dat er in de Oudheid ook een Iraanse wijsbegeerte moet zijn geweest, die zou dan blijken uit het zoroastrisme en de Perzische mythologie en kosmologie. Andere mensen zijn benieuwd naar de Keltische wijsbegeerte. Weer anderen wijzen op de Afrikaanse orale traditie rond Orunmila, die zo oud zou zijn als Sokrates, en er ook aanspraak op zou mogen maken filosofie te heten. En hadden hoogontwikkelde Zuid-Amerikaanse culturen (zoals de Maya’s) geen filosofie? Hoe lang bestaat de orale Zuid-Afrikaanse filosofische traditie van Ubuntu?

Het is best mogelijk dat al deze culturen ooit een bloeiende filosofische traditie hebben gekend, met boeiende filosofische discussies. Het is zelfs heel erg waarschijnlijk dat er nog veel meer van die tradities zijn geweest in de uiteenlopende culturen van de menselijke geschiedenis, waar we nog nooit van gehoord hebben. Maar dat is juist het probleem. Deze discussies zijn, als ze al ooit zijn vastgelegd, niet of nauwelijks overgeleverd, en ze hebben geen voor ons waarneembare invloed gehad op latere filosofische discussies. We kennen uit die culturen wel mythen, wetten, gebruiken en overtuigingen van hoe de wereld in elkaar zou zitten en wat juist zou zijn om te doen, maar we weten niets van eventuele systematische discussies daarover. Daarom zeggen we in afwachting van nieuwe vondsten of inzichten dat de filosofie zoals we die nu kennen rust op bovengenoemde drie culturele pilaren.

Bekentenis

In 2008 publiceerde ik De wereld vóór God, een toegankelijk maar toch vrij grondig overzicht van de filosofie van de Oudheid. Vooral de Griekse en Romeinse stromingen worden daarin uitgebreid behandeld, op een manier waarop ook middelbare-scholieren van de bovenbouw het kunnen volgen. Veel hoofdstukken zijn later ook op deze blog verschenen. De stukken over de algemene historische context lieten we weg, omdat die op deze plaats niet zoveel toevoegden.

Afgezien van de delen waarin het Boeddhisme zijn behandeld, zijn de hoofdstukken over Chinese en Indische filosofie destijds niet gepubliceerd. Ik vond ze zelf bij nader inzien te oppervlakkig, en webmaster Jona Lendering achtte zich incompetent om over het oude China te oordelen. Dat lag echt te ver.

Inmiddels weten we dat mensen in de Oudheid veel mobieler waren dan gedacht. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat de Chinezen en de Romeinen direct contact hadden. In beide culturen zijn beschrijvingen gevonden van elkaar, en de vondst van bijvoorbeeld kleingeld maakt het aannemelijk dat niet alleen waardevolle goederen, maar ook Romeinse reizigers naar het Verre Oosten gereisd moeten zijn, en wellicht ook andersom. En waar mensen reizen, reizen ideeën mee.

Jona publiceerde daarom onlangs op dit blog een beknopt overzicht van de Chinese geschiedenis, en vroeg mij daarop of ik de hoofdstukken over India en China uit De wereld vóór God alsnog hier zou willen delen.

Dat vond ik niet zo’n goed idee. Want nu, zeven jaar nadat ik het boek publiceerde, vind ik alleen de stukken over Boeddha nog voldoen, en die waren al gepubliceerd. De andere stukken over de Chinese en Indische filosofie beoordeel ik nu zelf als te kort en te oppervlakkig. Dat heeft een reden. Tijdens het schrijven aan De wereld vóór God volgde ik nog veel teveel de westerse filologische traditie, waarin de Indische en Chinese filosofie als kleine bijgerechten bij de westerse denktraditie worden gepresenteerd. Inmiddels heb ik meer gelezen en weet ik hoe ik ze tekort heb gedaan.

Daarom schrijf ik de komende tijd een aantal nieuwe hoofdstukken, waarin ik de filosofische tradities van de Oudheid van achtereenvolgens China en India zal beschrijven op een manier waarop ze mijns inziens beter recht worden gedaan. Mogelijk worden deze blogs vervolgens onderdeel van een herziening van mijn boek, of vormen ze de basis voor iets nieuws.

Een volgende keer beginnen we met een beknopte vergelijking van de ontstaansgeschiedenis van de drie grote antieke filosofische culturen en hun (mogelijke) wederzijdse invloeden.

[Deze gastbijdrage van Kees Alders, auteur van De wereld vóór God, wordt morgen vervolgd. Bedankt Kees!]

Deel dit:

9 gedachtes over “De drie antieke filosofische culturen (1)

  1. FrankB

    “hij is ook kritisch ten opzichte van het waarnemen zelf.”
    Je zou met deze definitie succesvol kunnen bepleiten dat er veel filosofie in wetenschap te vinden is. Alle sociale wetenschappers doen dit immers ook. En volgens de quantummechanica beïnvloedt de proefopstelling van de waarnemer de uitkomst van het experiment. Ik kan nog wel een paar natuurkundige voorbeelden noemen.

    1. Uiteraard. Het is een kunstmatig onderscheid. Niemand doet in praktijk maar één geestelijke activiteit. Het onderscheid is met name om te kijken wanneer we iets filosofie kunnen noemen. De resultaten van sterrenkijkers in Babylon kan je zien als wetenschap, en ook wel als religie, maar het filosofie noemen gaat mij te ver, omdat er geen discussies over hoe waar te nemen, te ordenen, en voorspellingen en adviezen te staven overgeleverd zijn. Dat betekent natuurlijk niet dat die er nooit geweest zijn. Waarschijnlijk wel zelfs. Maar we kennen ze niet.

  2. FrankB

    “een wetenschapper blijft altijd neutraal – hij kan geen waardeoordelen vellen”
    Tegen deze formulering maak ik bezwaar. Deze is gebaseerd op de foute aanname dat in een persoon wetenschapper en moreel mens strikt gescheiden zijn. De zaak is heel wat ingewikkelder.

    1. Natuurlijk kan hij ook een moreel mens zijn, maar zodra hij morele oordelen velt treedt hij daarmee buiten de discipline die we wetenschap noemen.

      Het is natuurlijk wel ethisch wenselijk dat wetenschappers dat tijdens hun werk ook doen. Je maakt geen atoombom voor een dictatuur. Maar dat is dan dus geen wetenschappelijke beslissing. Het is een menselijke beslissing, waar je een ethische discussie over kan voeren.

  3. Ik ga je autoriteit zeker niet aanvechten maar ik had een ander of toch zeker breder idee over filosofie. Zoals jij het hier stelt lijkt de definitie me eerder samen te vallen met moraalfilosofie. Filosofie in de brede zin van het woord zag ik eerder als “het denken zelf”. Dat raakt aan de wiskunde (mijn “vakgebied”) in de formele logica en in bewijsvoeringen zoals die van Gödel, die flirt met “ik kan in mijn broek, en mijn broek kan in mijn koffer, dus ik kan in mijn koffer”. Dan is er zoiets als cultuurfilosofie, die abstractie maakt van de moraliteit van bv Trump, en nagaat of de vergelijking met andere potentaten opgaat. Of de hardere filosofie zoals we die vinden bij Kant en later Wittgenstein, twee filosofen die ik proberen lezen heb.

    Ik zie dus wel hoe filosofie deel kan uitmaken van religie (het moraalfilosofische aspect), maar ik zie niet goed hoe religie kan deel uitmaken van filosofie, tenzij we het “geloof in iéts, al was het de wetenschappelijke methode” of “het op schrift stellen van iets, zoals een dissertatie” of “rituele bijeenkomsten, zoals symposia” als religieuze activiteiten beschouwen.

    Zie dit niet als kritiek, wel als interesse. Ik volg!

    1. Dank voor je reactie Dieter! Ik ben daar erg blij mee: kritische reacties zijn het zout in de pap :). Om te beginnen: ik ben hierin niet zo’n autoriteit. Ik heb wat colleges wetenschapsfilosofie en filosofie gevolgd en heb filosofen gelezen maar ik ben geen filosoof. En dan nog … ware ik dat wel geweest dan vind ik dat autoriteit zich keer op keer moet bewijzen ;).

      Uit je reactie leer ik dat ik een beetje vaag ben: het kan scherper. Ik had óf moeten zeggen dat ik niet placht een definitie van filosofie te geven maar haar alleen maar wilde onderscheiden van religie en wetenschap, of wat fundamenteler moeten gaan en eerst een definitie geven. Impliciet geef ik die door te zeggen dat filosofie “een geestelijke activiteit” is maar dat is een slechte definitie want er zijn natuurlijk veel meer geestelijke activiteiten die geen filosofie zijn dan alleen religie en wetenschap (een emotie hoort denk ik wel onder het .

      Een andere voorwaarde die ik later impliciet geef is dat het om een geschreven cultuur moet gaan. Maar ik had nog mogen noemen dat er natuurlijk ook zoiets als wetgeving en mythologie is. En inderdaad is het goed om wat meer te zeggen over wat filosofie wél is, zodat duidelijk is dat bijvoorbeeld ook taalfilosofie en logica eronder vallen.

      En dan religie: zelf hanteer ik normaliter een bredere definitie van religie dan er vaak in het dagelijks taalgebruik onder verstaan wordt. Veel mensen denken religie = godsdienst, maar waarom hebben we dan twee woorden? Ik zelf versta onder religie een cultureel verschijnsel met bepaalde aannames die dogmatisch zijn, in die zin dat ze voortkomen uit gewoonte, traditie of openbaring. Misschien had ik het mezelf makkelijker en de lezer duidelijker kunnen maken door te spreken over “cultuur en religie” (want van ook definities van religie geven zou het stuk erg lang geworden zijn).

      Wat ik bedoel met dat er ook “religie” (ik schrijf het nu maar tussen aanhalingstekens) in de filosofie zit, is dat veel filosofen ook allerlei (verborgen) aannames doen die mijns inziens samenhangen met de cultuur waarin ze verkeren. Plato gelooft in reïncarnatie: hij geeft daar een volgens hem logisch bewijs van, maar naar mijn idee komt hij niet zelf met dit idee, en is het hem aangereikt door de Pythagoreërs, die het volgens mij uit de Griekse mysteriën haalde. Aristoteles neemt een “natuurlijke morele superioriteit” van de man over de vrouw aan. Hij zal vast zijn best gedaan hebben dat de onderbouwen, maar we zien dat toch als een overerfsel van een patriarchale cultuur. Het is gezien de biologische en psychologische kennis die we nu hebben moeilijk vol te houden. Enfin, zo denk ik dat in iedere filosofie wel impliciete culturele aannames zitten, al dan niet logisch gerechtvaardigd. Dat geldt zelfs voor Descartes. Helemaal ontkomen aan aannames kunnen we niet, want ergens moet een houvast zijn.

      Enfin, ik ben blij dat je vraag hier onder het stuk staat: hier staat het goed en ik neem het te zijner tijd zeker mee mocht ik nog met deze tekst verder gaan. Mocht je hier nog vragen of kritische opmerkingen bij hebben dan ben je van harte uitgenodigd me desnoods terecht te wijzen, dat geldt ook voor het vervolg ;).

      1. Dag Kees, bedankt voor je omstandige reactie. Ik wou ze gewoon “liken” maar wordpress wil dat ik inlog terwijl ik al ingelogd ben. Begrijpe wie kan.

        Hoe dan ook: het verduidelijkt. En ik ben het met je eens dat gezagsargumenten ondergeschikt zijn aan inhoudelijke waarde. Ik beschouw religie en godsdienst inderdaad als synoniemen maar “een cultureel verschijnsel met dogmatische aannames” is een mooie definitie. Ik vind het een boeiend filosofisch vraagstuk of de wetenschap, met zijn voorwaarden van bv falsifieerbaarheid, ook als een religie kan worden beschouwd. Ik zie een wezenlijk verschil, maar zal de discussie hier nu niet dunnetjes overdoen.

        1. Ha Dieter – ja het loginsysteem is lastig: er is een verschil tussen reageren als persoon en reageren via de WordPress functies – dat is een WordPress-dingetje waar Jona en ik eerder tegenaan liepen: maak je er maar niet te druk om ;).

          Leuke suggestie dat de wetenschap dan ook wellicht onder mijn definitie zou vallen. Ik zou willen van niet 😉

Reacties zijn gesloten.