De drie antieke filosofische culturen (1)

Debat in India (Musée Guimet, Parijs)

[De komende tijd zal Kees Alders, auteur van De wereld vóór God, in enkele blogseries de verschillende stromingen binnen de antieke Chinese en Indische filosofie behandelen. Vandaag het eerste deel van de inleiding.]

Waar is de filosofie ontstaan?

Het woord filosoof komt uit het Grieks en betekent liefhebber van de wijsheid. De term is waarschijnlijk gemunt door Pythagoras. Naar verluidt gebruikte hij het woord uit bescheidenheid, omdat hij zichzelf geen wijze wilde noemen.

Lees verder “De drie antieke filosofische culturen (1)”

Manicheeërs in China

Schijf met manichese motieven (Wereldmuseum, Leiden)

Het manicheïsme is een verdwenen godsdienst uit de Late Oudheid. De stichter was de Mesopotamische profeet Mani (216-274 na Chr.), die onderwees dat het universum was verdeeld in twee strijdige kampen, de kwade materiële wereld (“de Duisternis”)  en de goede wereld van de geest (“het Licht”). Dit dualisme deelde het manicheïsme met het Perzische zoroastrisme. Daarnaast accepteerde het elementen uit het neoplatonisme, het rabbijnse jodendom, de gnosis, de hellenistische godsdiensten van Mesopotamië en het vroege christendom. Mani beschouwde zich als de Trooster (Parakleet) die in het Johannes-evangelie wordt aangekondigd.noot Johannes 14.16. Mani kende ook de Indische godsdiensten en er zijn in de manichese geschriften ook boeddhistische elementen aan te wijzen.

Van Mani naar China

Het manicheïsme ontstond in het nog jonge Sassanidische Rijk, geregeerd door een dynastie die als voorvader een belangrijke priester van Anahita had. De eerste koningen waren geen scherpslijpers en kunnen Mani’s opvattingen, die een synthese vormden van alle binnen het rijk bestaande ideeën, hebben beschouwd als nuttig om eenheid te scheppen.

Lees verder “Manicheeërs in China”

Het manicheïsme

Illustratie uit een manichees handschrift (Humboldtforum, Berlijn)

Vrijwel zeker kent u de Dode-Zee-rollen: een kleine duizend teksten die documenteren hoe veelkleurig het jodendom was. Iets minder bekend zijn de teksten uit Nag Hammadi, die varianten op het christendom documenteerden die vóór de ontdekking van deze boeken alleen bekend waren uit de polemische geschriften van orthodoxe auteurs. Nog iets minder bekend: bij de verkoolde boekrollen uit Herculaneum waren filosofische traktaten die licht wierpen op het epicurisme. En helemaal onbekend zijn de laatantieke, manichese teksten die zijn gevonden op verschillende plaatsen in Centraal-Azië. Daarover straks meer. Eerst iets over het manicheïsme zelf.

Ideeën

De manicheeërs geloofden dat de kosmos bestond uit twee conflicterende principes: het Rijk van het Licht staat tegenover dat van de Duisternis. Goed versus kwaad dus. Nu zegt dat op zich niet zo veel. De crux is het mensbeeld. De manicheeërs meenden dat mensen bestonden uit een lichtvonk, de ziel of geest, die gevangen was geraakt in de materie, de duisternis. Een gelovige probeerde de gevangen lichtvonk te bevrijden, wat betekende dat de geest krachtiger moest zijn dan het lichaam.

Lees verder “Het manicheïsme”

B4: Het achtvoudige pad van het Boeddhisme

Boeddha (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Vanmorgen behandelden we de drie juwelen ofwel de drie wegen naar boeddhistische kennis, die leidden tot vier waarheden, waaruit een achtvoudig pad viel af te leiden dat richting nirwana voerde.

Het achtvoudige pad

Het eerste pad is dat van inzicht in de werking van het lijden. De boeddhist leert begrijpen wat lijden is en leert inzien hoe het valt op te heffen. Dit inzicht komt neer op de eerder genoemde ‘vier waarheden’.

De drie volgende paden lijken wat op de drieslag van het zoroastrisme: goed denken, goed spreken, goed handelen. Het tweede pad is dus het nastreven van de juiste gedachten en bedoelingen. De boeddhist is onzelfzuchtig, liefdevol, vriendelijk, geweldloos en harmonieus, en heeft mededogen.

Lees verder “B4: Het achtvoudige pad van het Boeddhisme”

Het Rijk van de Sassaniden (2)

De ideologie van de Sassaniden: Mithra en Ahuramazda staan links en rechts van Shapur II, die de Romeinse keizer Julianus vertrapt

Ik vertelde in het vorige stuk over het ontstaan van het Rijk van de Sassaniden. Het leek wel eindeloos in conflict te zijn met het Romeinse Rijk in het westen. Koning Shapur II (r.309-379) voerde weer een agressieve politiek en viel de Romeinse bezittingen in Mesopotamië aan. De Romeinse keizer Julianus de Afvallige, die een wraakexpeditie organiseerde, kwam om tijdens een gevecht (363). Bij het vredesverdrag moesten de Romeinen de terreinwinst van 298 opgeven.

Net als Shapur I viel Shapur II het Kushana-rijk aan. De invloedssfeer van de Sassaniden reikte nu tot de grenzen van China. Shapur viel ook Arabië binnen. Andere vijanden waren de Witte Hunnen, die in de vijfde eeuw de noordgrens van het rijk bedreigden.

Lees verder “Het Rijk van de Sassaniden (2)”

Het Rijk van de Sassaniden (1)

Shapur I (Bishapur)

Ik kondigde het al aan: in mijn reeks naar aanleiding van het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, vandaag een stuk over de Sassaniden. Deze dynastie, die vanuit Perzië regeerde over Irak, Iran, Afghanistan en omringende gebieden, speelde een belangrijke rol in wat voor het Romeinse Rijk “de Crisis van de Derde Eeuw” heet. De Sassaniden waren echter meer dan een Angstgegner voor de Romeinen. De periode tussen 224 en 651 is ook te beschouwen als onderdeel van de geschiedenis van Voor-Azië. Een recente studie heet Re-Orientalizing the Sasanians.

De vroege Sassaniden

De naam “Sassaniden” is afgeleid van die van een Anahita-priester genaamd Sassan, die gold als de voorouder van de dynastie. De familie behoorde tot wat De Blois en Van der Spek de “grootgrondbezittende aristocratie van krijgers” noemen. Haar grootgrondbezit was in de omgeving van Firuzabad en Istakhr, dat niet ver ligt van het aloude Persepolis. Deze streek heette Persis, het Perzische kernland. Een van Sassans zonen, Papak, kwam aan het begin van de derde eeuw na Chr. in opstand kwam tegen de wettige heerser van heel Iran, de Parthische koning Artabanos IV.

Lees verder “Het Rijk van de Sassaniden (1)”

Het zoroastrisme

De kosmologie van het zoroastrisme als rotsreliëf. Rechts vertrapt Ahuramazda de duivel Angra Mainyu, links vertrapt Ardašir I zijn tegenstander Artabanos IV .

De Gatha’s, die ik in het vorige stukje introduceerde, vormen slechts een deel van de Avesta, en taalkundigen herkennen de jongere delen. De belangrijkste innovatie van het latere zoroastrisme is dat Zarathuštra’s volgelingen De Leugen personaliseerden. In verschillende teksten, geschreven in een taal die even oud lijkt als die van de Gatha’s, krijgt het kwaad een naam: Angra Mainyu, “de vijandige geest”. Hij geldt als leider van de demonen en in het Scheppingsverhaal plaatst hij tegenover alles wat goed is steeds iets slechts. De Geist der stets verneint staat in jongere teksten ook bekend als Ahriman.

Onuitgewerkt monotheïsme

Dat twee kosmische machten, de scheppende kracht Ahuramazda en de anti-kracht Angra Mainyu, tegenover elkaar staan, leidt tot de vraag of de laatste door de eerste is geschapen. In voor ons iets herkenbaarder jargon: schiep god de duivel? Wilde het goede het kwade? Het lijkt erop dat de vroegste zoroastriërs deze concepten, die zij als eersten ontwikkelden, nog niet volledig hadden doordacht.

Lees verder “Het zoroastrisme”

Zarathuštra

Zarathustra (Wereldmuseum, Leiden)

Een doodenkele keer heb ik op deze blog de persoon van de Iraanse profeet Zarathuštra genoemd. De Grieken noemden hem Zoroastres en de Romeinen maakten daar Zoroaster van. De op zijn onderricht teruggaande religie, het zoroastrisme, noemde ik wat vaker. Misschien is het zinvol eens wat uitgebreider in te gaan op de profeet, zijn leer en de godsdienst. Over een paar dagen is het immers kerstmis en je kunt er goud, wierook & mirre onder verwedden dat er weer iemand is die de wijzen uit het oosten zal identificeren als zoroastrische sterrenwichelaars.

Om die koe even bij de hoorns te vatten: de evangelist Matteüs noemt magoi, en dat zijn inderdaad Iraanse religieuze specialisten, maar geen astrologen. Een maguš, zoals het beroep in het Iraans heet, was iemand die gebeden en hymnen kon reciteren. Iranologe Heleen Sancici-Weerdenburg definieerde magiërs als specialisten in de Iraanse mondelinge tradities. Bepaald geen sterrenwichelaar dus. De toenmalige specialisten in de sterrenkunde heetten in het Grieks chaldaioi, astrologoi of mathematikoi. Geen magoi. Als magiërs een ster hebben gevolgd om ergens in het verre westen een pasgeboren koningszoon te aanbidden, kun je daar dus geen zoroastriërs van maken, al is die uitleg al te vinden bij Marco Polo.

Lees verder “Zarathuštra”

Vragen rond de jaarwisseling (1)

Een van uw vragen ging over Echnaton (Museum August Kestner, Hannover)

Stuur uw vragen maar in, schreef ik, en wie weet of ik ze beantwoorden kan rond oud en nieuw. Dat heb ik geweten! Ik kreeg ruim veertig vragen, waarvan een kwart onbeantwoordbaar was, althans voor mij. Ik had verwacht dat ik vandaag en morgen alles zou kunnen beantwoorden, maar we zullen nog een eind het nieuwe jaar in gaan. Wat natuurlijk leuk is. Ik beantwoord dertig vragen in ruwweg chronologische volgorde, dus beginnend in de Bronstijd en eindigend bij de Late Oudheid.

1. Via de blog: Een korte serie over de Babylonische proto-astronomen zou ik geweldig vinden.

Gaan we doen, maar het zal wel maart worden.

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling (1)”

De sji’ieten van Irak (4)

Abbas haalt water: afgebeeld op een fontein in Basra. Dit is een standaardmodel-fontein dat je overal in Irak ziet.

[Dit is het vierde stuk over de geschiedenis van de sji’ieten. Het eerste is hier.]

Irak is momenteel een overwegend sji’itisch land. De imams die ik in het vorige stukje noemde, liggen begraven in grote heiligdommen in Najaf, Kerbala, Bagdad en Samarra en meer dan de helft van de bevolking rekent zich tot de sji’a. Na de verdrijving van Saddam Hussein wonnen de sji’ieten aan politieke invloed. Toen het leger op de vlucht sloeg voor de zogenaamd Islamitische Staat, speelden sji’itische milities een belangrijke rol bij het herstel van het centrale gezag. De laatste verkiezingen gingen vooral over de vraag welke sji’itische groep de meeste stemmen zou krijgen, degenen die vooral naar Iran keken of degenen die een meer nationale koers wilden varen.

Soennitisch Irak

Omdat de heiligdommen hier zijn en het sji’itische bevolkingsdeel zo groot is, zou je verwachten dat deze vorm van islam altijd de meeste aanhang heeft gehad. Toegegeven, de Abbasidische kaliefen en de Ottomaanse sultans waren soennieten, maar een soennitische overheid sluit een sji’itische bevolking niet uit. Het wonderlijke is dat de bevolking van het Tweestromenland pas na pakweg 1830 is gesji’itiseerd. Voordien beperkte de sji’a zich tot de steden met de heiligdommen – en die waren klein. In Najaf woonden op een gegeven moment maar dertig families.

Lees verder “De sji’ieten van Irak (4)”