
Een tijdje geleden gaf iemand me een boek dat op het gymnasium werd gebruikt als de leerlingen de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius leren vertalen. Het verbaasde, ja ergerde me dat de auteurs van dit schoolboek de geschiedwetenschap typeerden als het beschrijven van de gebeurtenissen uit het verleden. Dat is natuurlijk onzinnig gezever. Historici proberen de gebeurtenissen uit het verleden te voorzien van een verklaring. Anders gezegd: de auteurs verwarden de wetenschap met haar voorbereiding.
Positivisme, hermeneutiek en meer
Een verklaring is per definitie het leggen van verbanden tussen gegevens, en historici hebben daarvoor vijf methoden. Ze duiden die aan als verklaringsmodellen. Het eerste is het wetmatige verklaringsmodel, dat de geschiedwetenschap deelt met bijvoorbeeld de natuurwetenschap en de taalkunde. Het wordt ook wel aangeduid als positivisme en komt erop neer dat de verbanden die je beschrijft, een wetmatig karakter hebben, waardoor je oorzaken kunt aanwijzen. De historische demografie is een mooi voorbeeld.
De tweede benadering heet hermeneutiek, hermeneuse of het hermeneutische verklaringsmodel. Dit is de kunst om elkaar te begrijpen en als zodanig de gedeelde methode van de geesteswetenschappen. De verbanden zijn niet wetmatig of zo, maar hebben te maken met begrip en inleving: in een situatie als deze zou een persoon als deze om die en die reden zo en zo handelen. Bijvoorbeeld: Alexander de Grote had een heftig verlangen om andere mensen te overtreffen en veroverde daarom de halve antieke wereld, steeds nét iets verder gaand dan eerdere veroveraars. De verbanden zijn dus meer psychologisch van aard. Ik heb er ooit dit blogje over geschreven, maar het is niet mijn beste. Goed boek: Tussen tekst en lezer van Arie Zwiep.
Vervolgens is er het narrativisme ofwel de verhalende geschiedschrijving. De aanname is dat het niet langer mogelijk is de werkelijke verbanden, zoals ze in het verleden werkelijk hebben bestaan, accuraat te reconstrueren. De historicus moet de verbanden zelf leggen door middel van het verhaal dat hij vertelt. De narrativist begint dus afscheid te nemen van de wetenschappelijke ambitie. Hoewel ik erken dat de accurate reconstructie van het verleden niet makkelijk is, zeker als het gaat om de Oudheid met haar niet-robuuste data, gooit de narrativist mijns inziens het kind weg met het badwater.
“Physics of society” is de deftige naam voor analyses door middel van computers. Feitelijk beschrijf je het historisch proces alsof het een computerspel is (bijvoorbeeld Civilization) en door steeds de variabelen te veranderen, kun je diverse scenario’s doornemen. Zo kun je zien welke variabelen relevant zijn. Veel historici beschouwen dit als geen geschiedwetenschap, maar ik heb de indruk dat ze zich er ook niet echt in hebben verdiept. Goed boek: Critical Mass van Philip Ball.
Vergelijkingen
Tot slot is er het vergelijkend-oorzakelijke verklaringsmodel, dat ook wel comparatisme wordt genoemd. Het komt erop neer dat je oorzakelijke verbanden opspoort door middel van vergelijking. Als je bijvoorbeeld, zoals Tom Holland doet in zijn hopeloze boek over het christendom, wil bewijzen dat het christendom de latere samenleving heeft gevormd, moeten de effecten overal dezelfde zijn. Alleen: de effecten waren in West-Europa totaal anders dan in de Grieks-orthodoxe wereld. Hieruit volgt dat het christendom nooit de (enige) verklarende factor kan zijn.
Een ander voorbeeld: wat maakte dat Rome de Middellandse Zee verenigde? Het kwam niet door de centrale ligging, want Karthago, Capua en Syracuse lagen even centraal. Het kwam niet door een martiaal karakter, want andere staten waren even agressief. Ook kwam het niet door bevolkingsomvang of andere factoren die we door vergelijking kunnen wegstrepen. Wat je niet kunt wegstrepen: Rome had een dienstplichtigenleger en kon, omdat andere grootmachten huurlingenlegers hadden, de Tweede Punische Oorlog als enige inflatoir financieren. Dit is het oorzakelijke verband dat Rome groot maakte.
Geschiedenis is een wetenschap
In een blogje van 755 woorden kan ik slechts beperkt uitleggen wat verklaringen zijn. Maar de thematiek is belangrijk. Zwartwit geformuleerd: anders dan een amateurhistoricus, weet een geschoold historicus wat hij aan het doen is, langs welke weg hij probeert een verklaring voor gebeurtenissen te geven en welke voetangels en klemmen liggen op die weg. Zou de historicus dat niet weten, dan was zijn vak inderdaad slechts het beschrijven van gebeurtenissen uit het verleden.
Maar dat is dus niet zo. De geschiedvorsing heeft een beredeneerde methode, die maakt dat zij een wetenschap is. En het trof me onaangenaam dat classici die een boek maken over een geschiedschrijver dat niet bleken te weten.
[De oudheidkundige wetenschappen (en dus ook de geschiedvorsing) zijn in de eerste plaats wetenschappen. Een overzicht van stukjes over het wetenschappelijk aspect, vindt u daar.]

Een goed historisch boek verenigt die modellen, toch? Geschiedenis is mensenwerk in een omgeving onderhevig aan (natuur)wetten. Je kan computers aanwenden om mogelijke uitkomsten te voorspellen, vergelijken met parallellen uit de socio-economische en etnografische wetenschappen, je inleven in het karakter van degene die aan de knoppen zat en het resultaat presenteren als een lijvig artikel vol voetnoten of meer verhalend, afhankelijk van je publiek.
Terzijde: de neoliberale regeringen (meervoud) in dit land willen het onderwijs hervormen om de dalende kwaliteit aan te pakken. Daar is heel wat over te zeggen maar opvallend is de keuze om het vak wereldoriëntatie in het lager onderwijs weer op te splitsen in aardrijkskunde, geschiedenis en …wetenschappen en techniek. Ergo: geschiedenis is geen wetenschap. Ook tekenend dat het tijdpad voorziet dat wetenschappen en techniek als eerste geïmplementeerd moet worden. Dat is niet omdat de historici hun leerplan niet klaar hebben. Daar zit een rangorde achter, een appreciatie die verraadt wat onze bestuurders de taak en het doel van onderwijs vinden.
Bij jullie gebeurt er tenminste iets om het onderwijs te verbeteren. Onze nieuwste regering heeft wel geld gereserveerd, maar een concreet plan is er nog niet.
Dat is misschien niet eens zo erg. Weer een hervorming in het onderwijs maakt de zaken alleen maar ingewikkelder. We zijn al een heel end als de kinderen strax goet kunne sgrijve.
De VPRO, die pretendeert de radio- en televisie-omroep van denkend Nederland te zijn, had ooit een wedstrijd over boeken: fictie, wetenschap en geschiedenis.
“gooit de narrativist mijns inziens het kind weg met het badwater.”
Naar mijn onbescheiden mening geldt dat voor iedereen die zich beperkt tot slechts één methode. Eigenlijk is het aanmatigend te denken dat zoiets ingewikkelds als geschiedonderzoek daar mee kan volstaan.
“anders dan een amateurhistoricus”
Toch is er hoop voor lieden als ik. Ook amateurs kunnen immers leren.
Daarom schreef ik: zwartwit geformuleerd. Er zijn goede amateurs en slechte professionals. Ik noem geen namen.
Precies zo. Helaas is de geschiedwetenschap hier slachtoffer van problematische filosofie.
Als ik, historicus zijnde, per se moet kiezen, dan voel ik mijzelf toch het meest een narrativist. Geschiedenis is zo’n levend ding, er zijn vast wel wetmatige invloeden aan te wijzen (geografisch, economisch, sociologisch), maar het gaat mij te ver om het handelen van individuen te verklaren met wetten. Hermeneutisch klinkt mooi, maar om dat praktisch te kunnen toepassen moeten we begrijpen hoe iemand gedacht heeft. Als dat al mogelijk is op grond van de beschikbare bronnen, moeten we dan ook de gedachtengang van een persoon kunnen volgen – er is veel over Alexander geschreven maar zonder zijn dagboek is dat allemaal interpretatie. Omgekeerd met de computermodellen – ik geef direct toe dat ik me niet in verdiept heb, maar omdat het om modellen gaat neem ik aan dat het om grote bakken data gaat. Dat beperkt de zaak al tot ‘grote geschiedenis, maar met beperkingen – ondanks de filmpjes die ik langs zie komen hebben nauwelijks of geen idee van het aantal inwoners van de provincie Gallia Cisalpina in de jaren 300vC, het jaar 1 of het jaar 300nC, om maar iets te noemen. Ook verklaart een computermodel volgens mij niet waarom Caesar het met Cleopatra aanlegde en Augustus juist niet.
Narrativisme gooit volgens mij niet het kind weg met het badwater. Het kan heel wetenschappelijk blijven door het blijven focussen op de wetenschap achter het onderzoek van de bron. Zo kom je het dichtst bij de achtergrond van de bron, waarom die schreef wat die schreef – Tacitus had een reden om te schrijven. Maar we zullen nooit 100% zeker weten of wat hij schreef ook 100% accuraat was.
“wat maakte dat Rome de Middellandse Zee verenigde? Het kwam niet door de centrale ligging, want Karthago, Capua en Syracuse lagen even centraal. ”
Zeker, Rome had een veel betere militaire positie vanwege dat dienstplichtige leger, maar Hannibal had met zijn huurlingen Rome kunnen uitwissen. Omdat hij dat niet deed hebben we nu deze vergelijking.
Rome lag trouwens wel degelijk centraler dan Karthago, Capua en Syracuse. Karthago had nauwelijkls een achterland, Syracuse ligt op een eiland en Capua ligt te ver naar het zuiden./ Rome breidde al heel snel uit in de richting van de Alpen, Griekenlanden Spanje, waarmee het zwaartepunt in een andere richting ging. Ook toen Rome aan belang verloor namen Karthago, Capua en Syracuse nooit enige rol van betekenis over – het werden Trier, Arles, Milaan, Constantinopel en Antiochië.
Over alles valt een boom op te zetten & ik hoef het laatste woord niet te hebben. Maar “Karthago had nauwelijks een achterland” schrééuwt om een antwoord. De klei van de Medjerda is even vruchtbaar als die van de Nijl, Eufraat en Tigris, en misschien nog belangrijker: alleen in Egypte was/is de oogst voorspelbaarder dan op de Hautes Plaines, waar vrijwel geen misoogsten voorkwamen.
Verder houd ik best wel van je hoor.
Vergeleken met Rome had Carthago (die k snap ik niet) inderdaad weinig achterland. Voor je het weet ben je in de woestijn. Dat is niet zo in Italië.
Geografisch gezien is het inderdaad heel logisch dat Rome zijn macht steeds verder uitbreidde, inderdaad geholpen door het leger.
Ik dacht dat in de oudheid Afrika een stuk vruchtbaarder was dan nu en de woestijngrens in 2 eeuwen flink noordwaarts is opgeschoven.
Blijft Rome niet het enige voorbeeld van een stad die een echt Wereldrijk wist te vestigen?
Ur, Assur, Babylon.
Dat was allemaal lokaal. De enige andere stad die een wereldrijk wist te vestigen was Mekka.
En dan eerder Yathrib.
Ur – toch wel erg lokaal hoor.
Assur – toch meer een koninkrijk?
Babylon – nam toch vooral het rijk van Assur over?
Zijn er andere voorbeelden bekend van volkeren in de oudheid met een dienstplichtigenleger? Zo ja, waren die ook succesvoller dan buren met huurlingenlegers? Kwestie van het comparatisme te steekproeven over het ganse universum.