
[Kees Alders schrijft over de oosterse filosofische stromingen. Een inleiding was hier. De eerste serie over de Chinese filosofie stond daar en we zijn inmiddels aanbeland in de derde reeks: over Meester Mo, over het boek Mozi en de leer van het mohisme. Het eerste deel is hier.]
In welke volgorde de mohisten hun doctrines zelf plaatsten is niet duidelijk. Uit de latere taoïstische canons waarin de Mozi is overgeleverd, zijn twee volgordes bekend, wat latere vertalers de vrijheid bood om met eigen volgordes te komen, die in hun ogen een beter inzicht gaven. En dit geeft mij op mijn beurt weer de vrijheid met mijn eigen volgorde te komen, die mij als het meest logisch aanvoelt.
Universele liefde (doctrine #1)
Hoe is een welvarende en vredige, geordende samenleving zonder honger en uitputting te bereiken? Het belangrijkste antwoord op die vraag is voor de mohisten de eerste doctrine die we zullen behandelen: die van de universele liefde.
Dit klinkt natuurlijk erg hippie, maar voor het mohisme was Universele Liefde hét logische argument. Immers, als iedereen de ander zou liefhebben, dan zou er geen oorlog zijn, geen diefstal, en er zou geen onrecht zijn.
Dat is natuurlijk een waarheid als een koe, en een ware mohist zet zich er daarom toe aan om alle mensen lief te hebben. Iets is goed of juist als het in het belang van welzijn van allen is, en daarin mag absoluut geen partijdigheid optreden. Het spreekwoord “het hemd is nader dan de rok” is aan de mohist dan ook niet besteed. Daarin verschillen de mohisten wezenlijk met de confucianisten, die de samenleving willen structureren in familieverbanden en dorpsverbanden, en zichzelf met dat standpunt als realistischer en praktischer beschouwen.
Maar, zo betogen de mohisten, sommige mensen hebben nu eenmaal geen familie: hoe borgen we dan hun geluk? Daarbij, stel dat partijdigheid in de liefde oké is, en stel dat je dat als basis neemt voor je filosofie, dan krijg je natuurlijk bijval en tegenstand. Je tegenstanders, redeneren de mohisten, prediken universele liefde, en zien jou met je partijdigheid dus als een bedreiging daarvan. Maar je medestanders zien jou ook als bedreiging, want de meeste mensen zijn nu eenmaal geen vriend of familie van je. Het is dus sowieso gevaarlijk en schadelijk om niet het uitgangspunt van universele liefde aan te hangen. Wie de universele liefde niet aanhangt, doet er dus sowieso beter aan zijn mond te houden.
Het ontstaan van de samenleving
Het model voor de perfecte samenleving is volgens de mohisten niet alleen haalbaar, ze menen zelfs dat ze daarvoor het bewijs in handen hadden. Volgens de overlevering was de perfecte samenleving er namelijk ooit al geweest: in de oude literatuur van de Zhou-dynastie wordt gesproken over een “gouden tijd” ver voor die dynastie, een tijd waar ook Confucius al graag naar verwees. In die tijd zou de beschaving ontstaan zijn doordat wijze koningen eerst allerlei nuttige uitvindingen deden, en daarna voorspoedig over een stabiel en welvarend rijk geregeerd zouden hebben. Deze gouden tijd gebruikt niet alleen voor Confucius als model, maar ook de mohisten doen dat – zij het dat zij er een heel andere interpretatie aan geven.
Zoals ook al aangegeven toen we het over Confucius hadden: moderne geleerden twijfelen op zijn zachtst gezegd sterk aan het bestaan van zo’n gouden tijd. Archeologische vondsten uit de Chinese prehistorie bewijzen immers het tegendeel. Maar dat doet er niets aan af dat de mohisten, opgevoed in het China van toen en met de literatuur van toen, heilig in die gouden tijd geloofd hebben.
Maar … hoe kan zo een gouden tijd ooit ontstaan? De mohisten kennen als antwoord op die vraag een zogenaamde “ontstaansmythe” van de eerste samenleving. Om te beginnen, menen de mohisten, kan deze gouden tijd nooit de oorspronkelijke natuurlijke gang van zaken geweest zijn. Oorspronkelijk, stellen zij, was er helemaal geen gestructureerde samenleving, maar een soort oerchaos, waaruit dan de wereld moet zijn ontstaan. En omdat die wereld uit chaos ontstond kan deze niet zomaar uit het niets perfect geordend zijn geweest.
Volgens de mohisten leefden de mensen voordat de gouden tijd aanbrak dan ook in een primitieve natuurlijke staat van zijn. Die primitieve staat was gekenmerkt door onderlinge strijd. Dit kwam omdat de mensen het niet eens waren over de belangrijkste waarden. Waar de één wellicht de liefde voor zijn familie als centrale waarde had, zocht de ander naar materiële welvaart, en verlangde de derde weer naar genot, enzovoort. Wanneer de centrale waarden van mensen verschillen, zeggen de mohisten, dan kunnen ze niet samenleven.
Mohisme vergeleken met Europees verlichtingsdenken
Zo’n ontstaansmythe doet denken aan de ontstaansmythen die verlichtingsdenkers van Europa bijna twee millennia later zouden uitdenken. Dit verhaal doet met name denken aan de “strijd van allen tegen allen”, waarover de Engelse denker Thomas Hobbes zou schrijven.
Toch is er een belangrijk verschil. Volgens Hobbes hingen individuen in de voorbeschaafde wereld wel degelijk dezelfde centrale waarde aan: namelijk materieel eigenbelang. En omdat mensen op termijn beseften dat dit materieel eigenbelang toch beter gediend is met wat afspraken, groeide volgens Hobbes dan een sociaal contract. Hiermee staat hij tegenover Jean-Jacques Rousseau, die stelt dat het materieel eigenbelang datgene is wat mensen in de oorspronkelijke, bezitloze samenleving uiteindelijk uit elkaar zou hebben gedreven. Maar ook hij neemt hiermee impliciet aan dat alle mensen een gedeelde belangrijkste waarde zouden hebben gehad, namelijk materieel eigenbelang.
De mohisten verschillen met deze twee denkers doordat het volgens hen niet door egoïsme komt, maar door verwarring dat mensen in een primitieve samenleving maar moeilijk tot samenwerking komen. De waarde van de Universele Liefde is hun uiteindelijke oplossing daarvoor.
De juiste inrichting
Een samenleving met Universele Liefde als kernwaarde is volgens de mohisten te bereiken met de juiste inrichting van de samenleving. Het moet volgens hen met de juiste strategie mogelijk zijn om de mensheid in één generatie zó te veranderen dat het welzijn van allen voortaan volledig geborgd is. De volgende twee doctrines tonen hoe de mohisten dit voor zich zagen.
[Wordt morgenochtend vervolgd]
Zelfde tijdvak
Het portret van Alexanderjuni 10, 2013
Achaimenidisch Perzië (4)oktober 14, 2023
Plato (2): Plato’s politieke indelingaugustus 29, 2022

“maar voor het mohisme was Universele Liefde hét logische argument”
Het eerste probleem is dat volgens psychologen mensen niet in staat zijn tot Universele Liefde. Zo uit mijn hoofd: mensen zijn bij maximaal 150 tot 200 andere mensen emotioneel betrokken. Toch weerhoudt dat veel mensen er niet van zich over de gehele mensheid druk te maken.
Daarom lijkt mij het werkelijke probleem dat de mohisten geen onderscheid maken tussen empathie en liefde. Het laatste bewaren voor onze privélevens. Dan is er ook geen gezeur met mede- en tegenstanders.
Dat zou een mooie oplossing kunnen zijn geweest natuurlijk, en in principe vormen de late mohisten een antwoord dat wel een beetje die richting op gaat. Ik weet echter niet hoe die twee woorden empathie en liefde uit het oude chinees vertalen – wellicht is het ook een taalkundig probleem. In ieder geval is “liefde” voor mohisten iets heel praktisch – het zit hem echt in het gunnen, en dat maakt natuurlijk dat wellicht empathie net zo toepasselijk is.