Neanderthal Museum

Neandertal 1 (Neanderthal Museum)

Jarenlang was het een van de topstukken in het Landesmuseum in Bonn: het skelet van de eerst-gevonden Neanderthaler, ook wel bekend als “Neandertal 1”. Ontdekt in 1856 in het naar een meneer Joachim Neumann Neander genoemd dal, en opeens belangrijk na de publicatie van Darwins Origin of Species, is dit gedeeltelijk bewaarde skelet een van de belangrijkste voorwerpen uit de wetenschapsgeschiedenis.

De vondst, waarvan ontdekker Johann Carl Fuhlrott meteen begreep dat het ging om een andere mensensoort, is destijds niet zo grondig gedocumenteerd als wij nu wenselijk vinden. Waar de botten hebben gelegen, was daardoor lange tijd onduidelijk, maar gelukkig is de vindplaats rond 2000 teruggevonden, inclusief enkele nieuwe stukjes van het 40.000 jaar oude skelet. Deze gebeurtenis lijkt de aanleiding te zijn geweest voor de bouw van een nieuw museum in het Neanderdal, gewijd aan zijn beroemdste ingezetene, op nog geen halve kilometer van de vindplaats. Bonn moet zich, qua beroemde ingezetenen, nu beperken tot Beethoven.

Lees verder “Neanderthal Museum”

Duitsland in de ochtend

Apollo en Marsyas (intaglio, Academisch Kunstmuseum, Bonn)

Mijn vriendin en ik waren een week op vakantie in Duitsland. De fietsen konden mee in de trein naar Keulen en daarvandaan peddelden we via Brühl, waar we weleens eerder waren geweest, naar Bonn. Hoewel het de afgelopen week heet was, hebben we eigenlijk alleen die eerste middag wat moeite met de warmte gehad, want alle andere dagen stonden we om 5:30 op, waardoor we de hitte steeds vóór waren. We hebben Duitsland dus vooral in de ochtend gezien en musea in de middag.

Bonn

Ik wilde al een tijd naar Bonn, want het Haus der Geschichte, het nationaal historisch museum van de Bondsrepubliek, had een nieuwe vaste opstelling. Daarover blog ik aanstaande maandag, maar ik kan u alvast vertellen dat het museum opnieuw de moeite van een bezoek dubbel en dwars waard is.

Lees verder “Duitsland in de ochtend”

Prehistorisch Apulië

De geografie van Apulië

In dit artikel wil ik samenvatten wat we weten over de pre-Romeinse geschiedenis van de huidige Italiaanse provincie Puglia, die grotendeels samenvalt met de gelijknamige historische regio Apulië. Ik was er zopas op reis en dat geeft altijd inspiratie. Bovendien is de cultuur die aan de Romeinen voorafging mij aangenaam raadselachtig.

Geografische situering

Dat Apulië een eigen geschiedenis heeft, begrijpen we door eerst te kijken naar de aardrijkskunde.  De Apennijnen, de ruggengraat van Italië, buigen in het zuiden af en maken zo in het oosten ruimte voor een vlakte, die de historische regio vormt. Er zijn enkele uitzonderingen: de kleine uitstulping in het noorden – het “spoor” van de laars – is een geïsoleerde hoogvlakte, het nationaal park van Gargano. Centraal ligt de Alta Murgia, eveneens een hoger gelegen nationaal park.

De laagvlakte daar tussenin wordt verdeeld in de Tavoliere rond Foggia en de Salento, de echte hak van Italië. Bijzonder is dat er quasi geen rivieren zijn in deze regio. In het noorden heb je nog wel de Ofanto, die zich amper 170 kilometer richting Adriatische Zee slingert, en rond Bari is er bescheiden afwatering van de Alta Murgia, maar in de Salento is er … niks. Dat komt niet alleen doordat de streek zeer vlak is, maar vooral doordat ze geologisch bestaat uit kalksteen. Het water baant zich geen weg naar zee maar sijpelt de grond in. Wat je dus mist aan rivierenschoon, win je aan karstgrotten en andere spelingen der natuur.

Prehistorisch Apulië

De Prehistorie

De ons bekende menselijke geschiedenis van Apulië begint bij Foggia. In Pirro Nord zijn vuurstenen gevonden, die ongeveer 800.000 jaar oud zijn.noot Een studie uit 2024, gepubliceerd in Quaternary Geochronology, reviseert de traditionele datering van anderhalf miljoen jaar naar ca. 800.000 op basis van nieuwe dateringen van sediment en fossielen. Het blijft een van de oudste sites in West-Europa, maar niet meer het alleroudste. In het bergdorp Altamura nabij Bari zit een gefossiliseerd skelet van een Neanderthaler in een karstgrot verankerd. Bijzonder is dat men het sinds de ontdekking in 1993 mooi heeft laten zitten. Men denkt nog altijd na over een manier om het skelet uit de karst te halen, maar men is bang onherstelbare schade aan te richten en intussen is de geest van de archeologie verschoven van ophalen naar laten zitten voor later. Men is er echter alvast in geslaagd via de Uranium-Thorium-datering van een stukje karst het skelet te dateren tussen 172 en 128 duizend jaar oud. Een schraapsel uit een schouderblad leverde in 2015 een genetisch staal op dat zich liet identificeren als dat van de Neanderthaler. Het was daarmee destijds het oudste dergelijke DNA.

De Neanderthaler van Altamura (© Wikimedia Commons)

De oudste fossielen van de Homo Sapiens in Italië zijn aangetroffen in de Grotta del Cavallo in Salento: twee tanden van 43.000 tot 41.000 jaar oud. Ze werden een tijdlang beschouwd als de oudste in Europa, maar o.a. in Bulgarije is intussen ouder materiaal gevonden. Dan is er Delia, een vrouwelijke hominide die 28.000 jaar geleden leefde. Zij is ontdekt in Ostuni, met de resten van een terminale foetus in haar baarmoeder, een zeldzaamheid in het archeologisch onderzoek.

Botten uit de Grotta delle Veneri bij Parabita suggereren het bestaan van vruchtbaarheidsculten uit het Gravettien-tijdperk (ongeveer 25.000 jaar geleden), terwijl in de grot Le Mura in Monopoli fossiele resten zijn gevonden van een kind van ongeveer anderhalf jaar, gedateerd op 17.000 jaar. DNA-onderzoek uit 2024 voegt toe dat het kind blauwe ogen had en een donkere huid. Deze en andere vondsten leiden tot de hypothese dat Apulië deel uitmaakte van de toevluchtsoorden (“refugia”) voor de eerste Europese moderne mensen tijdens de laatste ijstijd.

Bij Manfredonia zijn de nederzetting en de graven van Masseria Candelaro ontdekt, daterend uit het zesde millennium v.Chr., die aantonen dat de vlakte ten zuiden van de Gargano sinds het vroege Neolithicum bewoond was. In Passo di Corvo, aan de rand van Foggia, staat een van de grootste neolithische archeologische sites van Europa (zesde tot vierde millennium  millennium v.Chr.). De daar aangetroffen landbouwpraktijk kwam vermoedelijk vanuit het Midden-Oosten naar Italië en entte zich op de vruchtbare Apulische vlakte.  De Laterza-cultuur, vernoemd naar het dorp waar de grafplaatsen zijn aangetroffen, was mogelijk de laatste neolithische cultuur van Italië voor de Bronstijd.

Bronstijd

Recente opgravingen in Roca Vecchia hebben een imposant vestingwerk uit de Bronstijd (zeventiende tot en met elfde eeuw v.Chr.) aan het licht gebracht, met aanwijzingen voor Mykeense contacten. In hetzelfde gebied bevindt zich nog een belangrijke archeologische site: de grot van Posia Piccola (ook Poesia Piccola genoemd), ontdekt in 1983. Die draagt talrijke votiefinscripties, soms over elkaar gelegd, uit verschillende tijdperken en beschavingen.

Ook uit de Bronstijd dateren de vondsten rond Ruvo di Puglia: een nederzetting op de weg van Molfetta naar Matera uit ongeveer 2000 v.Chr. In de hutten zijn sporen aangetroffen van metaal- en steenbewerking, waaronder een bronzen bijl.

[Deze vijfdelige gastbijdrage van Dieter Verhofstadt wordt vervolgd. Dank je wel Dieter!]

Halle, Landesmuseum für Vorgeschichte

De Ruiter van Hornhausen

Vorige maand was ik in Saksen, waar ik Dresden en Leipzig bezocht. Vanuit die laatste stad brengt de trein je in twintig minuten naar Halle, dat een beroemd Landesmuseum für Vorgeschichte heeft. Het is inderdaad verbluffend.

Om te beginnen zijn er de topstukken. Het beroemdst is de Hemelschijf van Nebra, maar ook de Ruiter van Hornhausen mag er zijn. Vrijwel alle voorwerpen staan mooi opgesteld, goed in het licht, zodat je ze van alle kanten kunt bekijken. De uitzondering is, gek genoeg, de Hemelschijf, die in het aardedonker staat en eigenlijk ook geen beste uitleg krijgt. De expositie in Assen deed het bijzondere voorwerp meer recht.

Lees verder “Halle, Landesmuseum für Vorgeschichte”

Het Archéoforum van Luik

Romaanse sculptuur (Archéoforum, Luik)

Je kunt het op één dag doen: een bezoek brengen aan museum Le Phare in Andenne en aan het Archéoforum in Luik. Het eerste museum wijdt een complete verdieping aan één onderkaak: de onderkaak van een neanderthalermeisje. De bezoeker krijgt daarbij uitleg over alle wetenschappelijke technieken waarmee archeologen informatie verwerven. Dit is een superieur museum en ik ken in ons taalgebied niets dat de kwaliteit ook maar begint te benaderen.

Vijftig kilometer stroomafwaarts langs de Maas – er is een mooi RAVel-fietspad – is in Luik het Archéoforum. Het is complementair aan Le Phare. Waar in Andenne de nadruk ligt op de methoden, ligt in Luik de nadruk op de resultaten en de ethiek. Concreet: de bezoeker krijgt er informatie over de complexe en grote (70×50 meter) opgraving onder de huidige Place Saint-Lambert. Hartje Luik dus. Ook is er aandacht voor archeologische dilemma’s.

Lees verder “Het Archéoforum van Luik”

Een oeroud gebit

Gebit van een Neanderthalermeisje (Le Phare, Andenne)

De bovenstaande kaak is millennia oud. Deze tanden behoorden aan een neanderthalermeisje waarvan de resten zijn opgegraven in de Scladina-grot bij Sclayn, niet ver van de Maas. Het museum Le Phare in Andenne, halverwege Namen en Hoei, stelt niet alleen tentoon wat archeologen hebben gevonden, maar legt ook uit hoe ze weten wat ze weten. Loop maar even mee wat we allemaal kunnen afleiden van deze tanden.

Om te beginnen, heel simpel: de dunne, ronde onderkaak helpt om vast te stellen dat we te maken hebben met een meisje. Mannen, zowel Homo neanderthalensis als Homo sapiens, hebben doorgaans een wat vierkantere onderkaak. De identificatie is inmiddels bevestigd door het DNA-onderzoek: geen Y-chromosomen. Een huzarenstukje, want dit DNA is 80.000 jaar oud.

Lees verder “Een oeroud gebit”

Tjerk Vermaning en Ad Wouters

Frans de Vries geeft uitleg

Op blz.229 van Valsheid in gesteente, het boek van Frans de Vries c.s. schreven over de door Tjerk Vermaning opgegraven vervalste voorwerpen, staat de misschien wel belangrijkste passage.

In dit hoofdstuk vatten we allereerst de resultaten van ons onderzoek naar de aard van [Vermanings vondsten] samen en trekken we de eindconclusie over de aard van deze stenen. Door de specifieke argumentatie-opzet die we gekozen hebben is het vanzelfsprekend geen verrassing meer wat onze eindconclusie is: het gaat om een duidelijk geval van vervalsing. Maar wie zat of zaten achter deze fraude?

Tot nu toe hebben de auteurs bewijs geleverd voor wat al bekend was: dit spul is vals. Nu blijkt echter de meerwaarde van hun onderzoek. Er komen nieuwe en boeiendere vragen in zicht.

Lees verder “Tjerk Vermaning en Ad Wouters”

Valsheid in gesteente

Het archeologiemuseum in Brugge heeft de coronacrisis niet overleefd en nu zitten we met de gebakken peren. Of althans zonder museum dat uitlegt wat archeologen en andere oudheidkundigen doen. Dat is om twee redenen een probleem.

  • Als je de methoden niet uitlegt, denken geïnteresseerden dat je alleen maar claims doet en die niet onderbouwen kunt. Dan keren mensen zich tegen je.
  • Als je als oudheidkundige niet uitlegt waarom je een wetenschap beoefent, weten ook journalisten het niet. Dan reduceren ze je tot leverancier van trivialiteiten.

Ik ben dus blij dat een team rond Frans de Vries een boek heeft gemaakt waarin ze allerlei archeologische technieken uitleggen. Ze kozen bovendien een aansprekend thema: hoe stellen we in het lab vast of de vondsten van Tjerk Vermaning vervalsingen waren? De titel Valsheid in gesteente verraadt alvast een van de conclusies.

Lees verder “Valsheid in gesteente”

Misverstand: Neanderthaler

Skelet van een Neanderthaler (Rheinisches Landesmuseum, Bonn)

De reeks over misverstanden, gebaseerd op mijn boekje Spijkers op laag water, mag dan zijn afgerond, dat betekent natuurlijk niet dat er geen nieuwe misverstanden ontstaan of dat ik ze niet zelf de wereld in help. Dat deed ik bijvoorbeeld in mijn boek De klad in de klassieken, mijn overzicht van de theoretische onderbouwing van de oudheidkunde. In mijn beschrijving van de groei van de archeologie schreef ik:

In de negentiende eeuw veranderde het Europese beeld van het verleden sterker dan ooit daarvoor. Al eerder was men op het idee gekomen dat de mensheid van wildheid naar beschaving was geëvolueerd en was intrigerend bewijsmateriaal gevonden: veenlijken in Drenthe en skeletten in de vallei van de Neander, om eens iets te noemen, en vuistbijlen, ketels, pijlpunten en mantelspelden, maar ook mosasaurussen en iguanodons. De vraag hoe “diep” de menselijke Prehistorie was, werd urgent toen de Franse onderzoeker Jacques Boucher de Perthes het opmerkelijke idee opperde dat er meer dan één Zondvloed moest zijn geweest. Dikke kleilagen golden in de vroege negentiende eeuw als bewijs voor de historiciteit van de oudtestamentische catastrofe, en stenen werktuigen onder zo’n kleilaag werden beschouwd als de voorwerpen die de verdronkenen hadden verloren. Boucher de Perthes zag echter verschillende kleilagen boven elkaar, met verschillende soorten werktuigen er tussenin. In zijn Antiquités celtiques et antediluviennes (1847) concludeerde hij daarom dat de mensheid verschillende keren was ontstaan. De laatste keer vanuit de overlevenden van de Zondvloed, de voorlaatste keer vanuit Adam en Eva. De kleilagen en de stenen voorwerpen bewezen dat de mensheid nog vaker door het oog van de naald was gekropen.

Lees verder “Misverstand: Neanderthaler”

Fluitende neanderthalers

Fluit (Nationaal Museum van Slovenië, Ljubljana)

Cerkno is een dorpje in westelijk Slovenië, richting Italiaanse grens. Archeologen vonden in een grot die “Divje babe” wordt genoemd het bovenstaande voorwerp: een stuk bot, afkomstig van een holenbeer, waarin gaten waren geboord. Een fluit.

Een leuke vondst natuurlijk, maar de echte sensatie was de ouderdom: het voorwerp is 60.000 jaar oud. Dat is fors ouder dan twee andere fluiten, die beide zijn gevonden in zuidelijk Duitsland, te Hohler Fels en Geiβenklösterle. Die zijn zo’n 39.000 tot 40.000 jaar oud. De fluit uit Cerkno is dus niet zomaar wat ouder, maar heel erg veel. En dat maakt het ook heel erg veel leuker.

Lees verder “Fluitende neanderthalers”