Faits divers (56)

Dodecaëder (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer: dodecaëders, historische taalkunde en Hannibals Alpentocht, een onderwerp waarbij de grens tussen wetenschap en pseudowetenschap is vervallen. Wat ons automatisch brengt bij Erich von Däniken.

Dodecaëder

Dodecaëders zijn metalen voorwerpen met twaalf dezelfde vijfhoekige vlakken, waarin cirkelvormige openingen zitten. Op de hoeken zijn knopjes aangebracht. Sommige dodecaëders zijn maar vier centimeter in doorsnee, andere wel twaalf; de zwaarste weegt een kilo, de lichtste nog geen veertig gram. Geen mens weet waarvoor ze dienden, al zijn ze vooral in Noordwest-Europa gevonden in uiteenlopende Romeinse contexten. Dat kan een graf zijn, of een legerkamp, een badhuis, een muntschat, een theater of een Friese terp, zoals het exemplaar dat u hierboven ziet, dat is gevonden in Hartwerd.

Lees verder “Faits divers (56)”

“Briljante” nieuwe inzichten

“Ja natuurlijk, maar Schliemann was ook geen archeoloog”: ik weet niet meer hoe vaak ik dat zinnetje heb gelezen. Of iets dat erop lijkt. En steeds dezelfde context: iemand denkt een briljant inzicht te hebben, mailt me, wil dat ik er aandacht aan besteed en is verbolgen als ik uitleg dat ik er onvoldoende van verwacht om er mijn (en uw) schaarse tijd aan te besteden. Dat is geen kwaaie wil mijnerzijds, en ongetwijfeld wil ook u álles lezen, maar iedereen heeft meer te doen dan alles lezen. En we mogen sceptisch zijn over claims dat Dorestad eigenlijk Doornik is, dat de Feniciërs in Brazilië zijn geweest, dat Varus ten onder is gegaan bij Oberhausen en dat de kerstster valt te identificeren met deze of gene komeet. Allemaal heel boeiend. De beste verhalen zijn de verhalen die niemand anders vertelt. Maar dat maakt ze niet per se waar.

Opleiding en vakliteratuur

Elke gedachte valt te overwegen, zeker, maar op voorhand zijn sommige gedachten plausibeler dan andere. Bijvoorbeeld als degene die een nieuw idee oppert, ervoor heeft doorgeleerd. Een oudheidkundige opleiding is geen noodzakelijke voorwaarde om kwaliteit te leveren, maar helpt wel. Ook is de kans dat iemand een goed nieuw idee heeft, groter als zo iemand de vakliteratuur kent. En dan bedoel ik niet alleen Engelstalige publicaties, maar ook artikelen en boeken in het Duits en Frans. Als het gaat over de historische achtergrond van de Trojaanse Oorlog, wil ik verwijzingen zien naar publicaties over Wiluša.

Lees verder ““Briljante” nieuwe inzichten”

Von Däniken en waarschijnlijkheid

De ouderdom van de Artemidorospapyrus

De spreekwoordelijke pseudowetenschapper is Erich von Däniken, die met Waren de goden kosmonauten niet alleen een batterij onzin de wereld inschoot maar ook een model heeft geschapen om aandacht te genereren. Je verdient geld met leuke weetjes, niet door uit te leggen wat wetenschap eigenlijk is. De feitelijke schade is ontstaan toen wetenschappers dit sensationalisme overnamen: we hebben, zoals u weet, wel boeken over gladiatoren maar geen websites met uitleg van hermeneutiek. En uitleg over archeologie gaat altijd over vondsten, nooit over archeologie.

Is Von Däniken dan een wegbereider voor academische miscommunicatie, veel invloed hebben zijn eigenlijke ideeën over ancient astronauts niet. (Wat aan desinformatie circuleert, komt doordat onderzoekers – hyperspecialisten dus – zich bezighouden met een voorlichting, een typische generalistenactiviteit. Eenmaal buiten hun specialisme vallen ze terug op handboekkennis en die is strijk-en-zet verouderd.) Omdat ancient astronauts dus wat marginaal zijn, was ik verbaasd toen ik een mailtje kreeg waarin iemand me erop wees dat ik genuanceerder had moeten schrijven over Von Däniken. Wetenschappers als ik, zo werd me uitgelegd, moesten dingen niet op voorhand uitsluiten.

Lees verder “Von Däniken en waarschijnlijkheid”

Erich von Däniken

De piramide van Cheops

Sommige artikelen zou je zelf geschreven willen hebben, zoals het stuk van Martijn van Calmthout in De Volkskrant van afgelopen zaterdag over Erich von Däniken. Terwijl Van Calmthout enerzijds duidelijk maakt hoe pseudowetenschappelijk Von Dänikens idee is dat de aarde ooit is aangedaan door buitenaardse bezoekers, schetst hij een uiteindelijk sympathiek portret.

Daar is niets mis mee, maar door dit accent is er geen aandacht voor de negatieve impact van Von Dänikens gefantaseer. Die is echter onverminderd actueel.

Een misantroop met invloed

Eén probleem is makkelijk te benoemen. Von Däniken heeft een charmante belangstelling voor het erfgoed van exotische culturen, waar hij verbaasd naar kijkt. Die piramiden, zoiets indrukwekkends kunnen die Egyptenaren natuurlijk nooit zélf hebben gebouwd. Die wereldkaart van de Ottomaanse admiraal Piri Reis is zó nauwkeurig dat een Turk het niet kan hebben vervaardigd. Je zou haast denken dat Von Däniken een eurocentrist is die de niet-Europese culturen elke creativiteit ontzegt.

Lees verder “Erich von Däniken”

Wat stelt dat voorwerp voor?

Typemachine

Het is een bekend grapje: als iets kwaakt als eend, loopt als een eend en eruitziet als een eend, zal het wel een eend zijn. Dat heet gezond verstand. Maar kijk eens naar hierboven. Het ziet eruit als een typemachine, dus zal het wel een typema-… nou nee. Het is een plaquette van Nubische scarabee uit het museum in Khartoum, gevonden in Wad Ban Naga. Het plaatje is afkomstig uit een Frans boek waarvan ik de titelgegevens niet heb.

Nu ratelt dit ding niet als een typemachine en gaat er ook geen lade heen en weer zoals in een typemachine, dus de overeenkomst is niet zo groot als bij opgemelde eend, maar de vraag is hopelijk voldoende duidelijk: wanneer is iets eigenlijk hetzelfde? Het oeuvre van Von Däniken, die beweerde dat de goden kosmonauten waren geweest, biedt voldoende voorbeelden: als een antiek reliëf lijkt op een astronaut, dan stelt het bij Von Däniken ook een astronaut voor. Van deze redenatiewijze zijn meer voorbeelden en daarvoor hoef je niet te kijken bij pseudowetenschappers.

Lees verder “Wat stelt dat voorwerp voor?”

Het Romeinse Rijk van Fik Meijer (4)

De zelfmoord van de Dacische koning Decebalus op de Zuil van Trajanus

[Dit is het vierde deel van een beschouwing over Macht zonder grenzen van Fik Meijer. Het eerste deel leest u hier.]

Mijn bezwaar tegen Macht zonder grenzen van Fik Meijer is, zoals ik in het eerste deel aangaf, tweeledig: zijn beheersing van de oudheidkundige methoden schiet tekort en hij bezit te weinig kennis van de feiten. Van een hoogleraar verwacht je meer kwaliteit. Ik heb, denk ik, nu wel voldoende onderbouwd dat er methodische fouten zitten in Meijers boeken, die ertoe leiden dat u een verkeerd beeld krijgt van de oude wereld. Dit is moeilijk te repareren. Dat ligt anders bij ’s mans tekortschietende kennis van bij oudhistorici algemeen bekende feiten. Hier is het probleem meer dat simpele verbeteringen niet worden doorgevoerd. Alvorens daarop in te gaan echter een passage die niet in de twee genoemde categorieën valt.

Pseudowetenschap

De definitie van pseudowetenschap is notoir lastig en daarom heb ik ooit de term “kwakgeschiedenis” gemunt om claims te typeren die verder gingen dan methodisch verantwoord was, maar bleven binnen de grenzen van het fysisch mogelijke. Er is een verschil tussen enerzijds Tom Holland, die eeuwenlange continuïteiten postuleert zonder het benodigde bewijs te kunnen leveren, en anderzijds Immanuel Velikovsky of Erich von Däniken, die dingen claimen die in strijd zijn met de natuurwetten.

Lees verder “Het Romeinse Rijk van Fik Meijer (4)”

E.T.

De Zwitserse auteur Erich von Däniken baarde ooit opzien door te beweren dat de goden kosmonauten waren geweest. De pseudowetenschapper had zijn succes niet te danken aan het feit dat de lezers te weinig van wetenschap wisten – over het algemeen wisten ze dat het larie was – maar aan het feit dat hij een reëel psychologisch mechanisme op het spoor was: als we ooit contact maken met E.T., maken we ook contact met iets dat niet past in onze gebruikelijke denkkaders en dat daarom zou kunnen worden uitgelegd in religieuze termen.

Dat zou niet voor het eerst zijn. De Indiërs, die de IJzertijd nog maar net achter zich hadden gelaten, beschouwden Alexander de Grote als een avatar van Vishnu. De genocide in de Punjab oversteeg wat de Indiërs beschouwden als de menselijke maat. De Azteken deden hetzelfde: toen ze voor het eerst paarden en kanonnen zagen, meenden ze dat Hernán Cortéz een godheid was.

Lees verder “E.T.”