Het oudste Babylon

Stèle met een afbeelding van een moeder met kind (Pergamonmuseum, Berlijn)

U kent de stad als Babylon, maar dat is Grieks. Het geeft de naam Babillu weer, een naam uit een onbekende taal. Later, toen de bewoners van Mesopotamië Semitische talen als Akkadisch waren gaan spreken, dus na pakweg 2400 v.Chr., herkenden ze er twee van hun eigen woorden in: Bab en ili, “poort der goden”. We zouden meer over de oudste fase van de stad weten, maar de resten liggen onder het grondwaterpeil van de Eufraat en opgraving is vrijwel onmogelijk. Uit schriftelijke bronnen blijkt echter dat de stad belangrijker begon te worden na de val van het rijk van de Derde Dynastie van Ur, toen de Amorieten het gebied binnenvielen en de macht overnamen in Babili.

Het oude Babylonische Rijk

Mesopotamië assimileerde nieuwkomers eigenlijk altijd en de Amorieten waren geen uitzondering. Ze kregen weliswaar de macht maar “mesopotamiseerden”. In het eerste kwart van het tweede millennium v.Chr. verenigde Babylon, onder leiding van een van oorsprong Amoritische dynastie, het Tweestromenland. De bekendste koning van dit Oud-Babylonische Rijk is Hammurabi. Hij leefde in de eerste helft van de achttiende eeuw. Er speelt hier een fascinerende chronologische kwestie, waarover ik hier blogde. Als u geïnteresseerd bent in de pervertering van het oudheidkundig debat, is dit stukje iets voor.

Afdruk van een rolzegel met een gebed tot Marduk (Louvre, Parijs): “Grote heer Marduk, god vol genade, zie naar de dienaar die u vereert, opdat hij vol is van nieuw leven”.

De macht van Babylonië, zoals we Zuid-Irak noemen, kende in de twee millennia v.Chr. zijn ups en downs. Babylon bleef echter de culturele hoofdstad van het oude Nabije Oosten. Eén van de gevolgen was dat de tot dan toe onbelangrijke stadsgod van Babylon, Marduk, aan prestige won. Hij verdrong de Sumerische oppergod Enlil, nam diens attributen over, en kwam te staan aan het hoofd van het pantheon. Deze samenvoeging kwam tot uitdrukking in een mooie titel: Marduk was de “enlil der goden”. Daarbij moeten we de naam van de afgeloste oppergod lezen als functieaanduiding, vertaalbaar als “voorzitter van het college van goden”.

Centrum van de wereld

De beroemde tempel van Marduk, de Esagila, en de daarbij horende ziggurat, de Etemenanki, golden als het fundament van de hemel op aarde. Dat Babylon het middelpunt was van de wereld, kwam op allerlei manieren tot uiting. Zo was er het Nieuwjaarsfeest (Akitu), waarbij de goden van Babylonië hun steden verlieten, Marduk kwamen bezoeken en op nieuwjaarsdag samen hun beleidsvoornemens voor het nieuwe jaar bekendmaakten. Ook droegen de stadswijken van Babylon de naam van belangrijke Babylonische steden (b.v. Eridu), alsof Babylon een soort microkosmos was.

Eeuwen later zou de samensteller van het Bijbelboek Genesis het idee op zijn kop zetten. Zeker, Babylon lag midden op de aardschijf en de mensheid had zich na de schepping daarvandaan verspreid. Wat dat betreft gaf de Joodse schrijver de Babyloniërs gelijk. Het was echter gebeurd na de spraakverwarring waarmee God hen had geslagen wegens hun hovaardij.

Muzikante (Pergamonmuseum, Berlijn)

Dat dit deel van de Bijbel een millennium na Hammurabi is geschreven, illustreert hoezeer het Oud-Babylonische Rijk de culturele canon heeft bepaald van het oude Nabije Oosten. Genesis bevat dus echo’s, maar ook het Babylonische scheppingsepos Enûma êliš zou enorme invloed hebben, tot op de Griekse en Romeinse poëzie aan toe, en het Oud-Babylonische Gilgameš-epos vormt de kern voor de latere, tot ons gekomen versie van dat heldendicht. En natuurlijk waren er de Wetten van Hammurabi, waarover overmorgen meer.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Babylonische astronomie

Tablet met een lijst van verduisteringen tussen 518 en 465 v.Chr.

In voorhistorische tijden had de Babylonische oppergod god Marduk het monster Tiamat verslagen. Hij had haar huid als een uitspansel gebruikt om de hemel te doen ontstaan en had de andere lichaamsdelen benut om de aarde, de bergen en wat dies meer te maken. Ook had Marduk de zon, de maan en de sterren geschapen, hun banen langs de hemel getrokken en de ritmes vastgesteld die de eindeloze tijd overzichtelijk maken. Alles zou zich vroeg of laat herhalen.

Zodoende konden mensen weten wat hun te wachten stond, mits ze goed registreerden wat er aan de hemel te lezen was en wat er daadwerkelijk gebeurde. En dus klommen de astronomen van Babylon elke nacht naar de top van de tempeltoren Etemenanki (“het huis van het fundament van de hemel op aarde”, de Bijbelse “Toren van Babel”) middenin de stad om te zien wat er gebeurde. Het resultaat is de enorme collectie kleitabletten in het British Museum die bekendstaat als de Astronomische Dagboeken. Nacht na nacht werd bijgehouden wat er te zien was geweest, dag na dag schreef men op wat er was gebeurd.

Lees verder “Babylonische astronomie”