Het Akitu-festival

Tablet over Akitu (Louvre, Parijs)

Akitu is de oeroude naam voor het nieuwjaarsfeest in het oude Nabije Oosten. Al in het derde millennium v.Chr. vierden de Sumeriërs het feest van het zaaien van gerst. Dat was aan het begin van de eerste maand van het jaar, dat wil zeggen in maart/april. In de Babylonische kalender  heette die maand Nisannu – uw agenda zou u kunnen vertellen dat morgen (en eigenlijk al vanavond) 1 Nisan is op de joodse kalender. De Babyloniërs spraken ook wel van rêš šattim, “de kop van het jaar”.

In de grote stad Babylon, waarover we de meeste informatie hebben, had de bevolking vrijaf. De festiviteiten vonden plaats op twee locaties: in de tempel van de oppergod Marduk, de Esagila, en in het “Nieuwjaarshuis” benoorden de stad. Behalve Marduk stond ook zijn zoon Nabu, de god van de wijsheid, centraal.

Van Babylon naar Borsippa en terug

Op 4 Nisannu opende de hogepriester het officiële deel van het festival door te verklaren dat het nieuwe jaar was begonnen. De koning bezocht dan de tempel van Nabu, waar de hogepriester de heerser zijn koninklijke scepter overhandigde. Vervolgens reisde hij naar Borsippa, zeventien kilometer stroomafwaarts van Babylon, waar een andere, beroemde Nabu-tempel stond. Daar bracht de koning de nacht door. Tegelijkertijd reciteerde de hogepriester het Babylonische scheppings-epos Enuma eliš in het Nieuwjaarshuis.

De volgende dag keerde de koning terug naar Babylon, vergezeld van het beeld van Nabu uit Borsippa. Het werd achtergelaten bij een stadspoort, terwijl de koning naar de Esagila ging om daar Marduk te begroeten. Dat moest hij doen in alle nederigheid, zonder wapens, kroon of scepter. Tegenover de hogepriester verklaarde de koning dat hij niet had gezondigd tegen Marduk, waarop de hogepriester hem hard in het gezicht sloeg. Het kleitablet dat het ritueel beschrijft, stelt expliciet dat de koning tranen in zijn ogen moet krijgen – wellicht als straf voor ongewild begane zonden. Knielend voor het beeld van Marduk ontving de koning een voorspelling van alle goeds dat in het nieuwe jaar zal gebeuren, waarna hij zijn scepter, kroon en wapens terugkreeg. Bij zonsondergang voerden de koning en de hogepriester een ritueel uit met een witte stier, dat we niet helemaal begrijpen.

Op de derde feestdag bezocht het standbeeld van Nabu de tempel van Ninurta, waar het twee vijanden versloeg (in de vorm van gouden beeldjes). Daarna ging het beeld naar de Esagila, waar Nabu zich bij Marduk voegde. Op deze dag arriveerden andere beelden van andere goden in Babylon. Na de nacht werden op 7 Nisannu de beelden schoongemaakt en voorzien van nieuwe gewaden.

De resten van het Nieuwjaarshuis staan links op de foto (maar ik zie ze evenmin)

Het hoogtepunt

De achtste Nisannu bereikte het festival zijn hoogtepunt. Alle beelden werden getoond aan de Babylonische bevolking. De goden vereerden Marduk en dit “parlement” vertelde over de beleidsvoornemens voor het komende jaar. Voor zover bekend was dat altijd een hoop zegen, fortuin en succes. Na deze vreugdevolle tijdingen maakten een boottochtje over de Eufraat naar het Nieuwjaarshuis, waarbij de koning zelf de oppergod begeleidde. Op het laatste deel van de tocht werden de schepen geplaatst op wagens, zodat de goden met schip en al werden vervoerd naar het Nieuwjaarshuis.

Ondertussen zongen de mensen allerlei liedjes. Drie ervan zijn bekend: een frivole hymne aan de godin van de seksualiteit en de liefde Ištar, een lied waarin Marduks vader Enlil belachelijk werd gemaakt als rioolgod en een beurtzang waarin de goden werd gevraagd waarom zij niet ook in het riool zaten.

Wat er op 9-10 Nisannu in het Nieuwjaarshuis gebeurde, is niet bekend, maar het lijkt erop dat een koninklijk offer van oorlogsbuit behoorde bij de handelingen. Op 11 Nisannu keerden de goden terug naar de Esagila, waar ze hun parlement herhaalden. Hierna vertrok Nabu naar Borsippa en gingen alle goden naar hun eigen steden.

Zegel van een priester van Marduk en Nabu (Louvre, Parijs)

Akitu elders

Het Akitu-festival is in Mesopotamië eeuwenlang gevierd, en niet alleen in Babylon. In Palmyra werd de tempel van Baäl ingewijd op dezelfde datum als het Akitu-festival. Aan het begin van de derde eeuw van onze jaartelling werd het feest nog steeds gevierd in Emessa in Syrië, het huidige Homs, ter ere van de god Elagabal. De Romeinse keizer Heliogabalus (r.218-222) introduceerde het festival zelfs in Rome.

Literatuur

  • K. van der Toorn, “Het Babylonische Nieuwjaarsfeest” in Phoenix 36/1 (1990) 10-29.

PS

Stel, u woont in West-Friesland en hebt belangstelling voor het oude Karthago (dat komt voor). Dan zou u volgende week maandagmiddag kunnen komen luisteren naar twee lezingen. Eerst leg ik uit wat we allemaal niet weten kunnen en daarna vertelt Roald Docter (UGent) wat wel weten kunnen. Meer informatie hier.

Deel dit:

2 gedachtes over “Het Akitu-festival

  1. Bert van der Spek

    Dit verhaal is verouderd. Het gaat ervanuit dat je alle bronnen van zeg maar de 9e tot de eerste eeuw v. Chr. op één hoop kunt gooien en dat je dan een beeld krijgt van het nieuwjaarsfeest in Babylon. Dat is methodisch onverantwoord, maar de meeste geleerden, inclusief Van der Toorn hebben dat gedaan. Als je wilt weten hoe het nieuwjaarsfeest ten tijde van Nebukadnezar werkte, moet je bronnen uit die tijd gebruiken. De meeste geleerden gaan er zonder meer vanuit dat het ritueel dat we kennen uit een tekst uit de Hellenistische tijd (!) geldig is voor eeuwen eerder. Die Hellenistische tekst is echter (waarschijnlijk) eerder een politiek, religieus en maatschappelijk pamflet dan een ritueel zoals dat ooit plaats vond. Het is bedoeld om het belang van de priesterschap naar voren te plaatsen in een tijd dat koningen ver weg waren en zich weinig om Babylon bekommerden. Een parallel verschijnsel zie je in Juda in de Perzische en Hellenistische tijd. Een voortreffelijk up-to-date boek over deze materie is: Céline Debourse, Of Priests and Kings: The Babylonian New Year Festival in the Last Age of Cuneiform Culture. Leiden: Brill 2022. Van harte aanbevolen.

Reacties zijn gesloten.