Het einde van Klearchos

Marcherende hoplieten (Louvre, Parijs)

[Het is kerstmis en in het verleden gaf ik weleens een longread met krijgsgeschiedenis. Eerder bood ik u het Ardennenoffensief, de Tweede Punische Oorlog, de Trojaanse Oorlog. Vandaag gaan we met Xenofon richting Babylon. Hier is het slot van een vijfdelig stuk. Het eerste deel was hier.]

De legers passeerden Kainai, het huidige Tikrit, en bereikten de rivier de Kleine Zab (die Xenofon overigens niet noemt). Hier stuurde Klearchos een gezant naar Tissafernes met het verzoek het gerezen wantrouwen te bespreken, waarop deze de Griek meteen uitnodigde. Xenofon geeft op dit punt de twee toespraken weer waarmee de twee commandanten elkaar zouden hebben willen overtuigen van hun goede bedoelingen.

Klearchos zou na afloop overtuigd zijn geweest van de oprechtheid van de Pers en meende dat deze teveel lasterpraatjes had gehoord. Hij stemde erin toe dat de leugenaars zouden worden gearresteerd. Voor hem had dit als bijkomend voordeel dat tegenover de andere Grieken duidelijk zou zijn dat alleen hij de leider was, en hij moet hebben gedacht dat ook de Pers het zo wilde, want de Perzen prefereerden vanouds eenhoofdig gezag bij de partijen waarmee ze onderhandelden.

Lees verder “Het einde van Klearchos”

De slag bij Kounaxa (4)

Xenofon (Museum van Afrodisias)

[Het is kerstmis en in het verleden gaf ik weleens een longread met krijgsgeschiedenis. Eerder bood ik u het Ardennenoffensief, de Tweede Punische Oorlog, de Trojaanse Oorlog. Vandaag gaan we met Xenofon richting Babylon. Hier is het vierde deel van een vijfdelig stuk. Het eerste deel was hier.]

In de Perzische visie op oorlog was een veldslag voorbij als een van de partijen haar doel had bereikt. Nu Cyrus dood was, was de heerschappij van Artaxerxes onbetwist en dus was de oorlog afgelopen. De Grieken zagen dat anders. Voor hen betekende een overwinning dat de vijand was verslagen, wat bijvoorbeeld bleek als deze zich terugtrok. Meestal werden na afloop onderhandelingen gevoerd, waarin de verslagenen toestemming vroegen hun doden te bergen; de overwinnaars richtten dan een zegeteken op. Doordat Grieken en Perzen militaire zeges anders definieerden, kon het gebeuren dat ze de volgende dag allebei oordeelden te hebben gewonnen.

Onderhandelingen

Klearchos meende aanvankelijk dat het aan hem was een nieuwe koning te benoemen en bood de Perzische generaal van Cyrus’ Lydische leger het purper aan, maar die sloeg het af. Ongeveer op hetzelfde moment arriveerden gezanten van de koning, die de Grieken uitnodigden naar Artaxerxes te komen. Nu hadden de Grieken, anders dan bijvoorbeeld de nomaden van het huidige Oezbekistan, niet het privilege wapens te dragen in de nabijheid van de grote koning, dus ze kregen het verzoek in vreedzamer kleding op audiëntie te komen. Dat kwam de gezanten te staan op de repliek dat het niet de gewoonte was dat overwinnaars hun wapens afstonden. Omdat daarmee de onderhandelingen in een impasse raakten, vertrokken de gezanten met de mededeling dat als de huurlingen de plaats verlieten waar ze waren, Artaxerxes dit zou opvatten als een daad van oorlog.

Lees verder “De slag bij Kounaxa (4)”

De slag bij Kounaxa (3)

Perzische soldaat in uitgaanstenu (Louvre, Parijs)

[Het is kerstmis en in het verleden gaf ik weleens een longread met krijgsgeschiedenis. Eerder bood ik u het Ardennenoffensief, de Tweede Punische Oorlog, de Trojaanse Oorlog. Vandaag gaan we met Xenofon richting Babylon. Hier is het derde deel van een vijfdelig stuk. Het eerste deel was hier.]

Weliswaar hadden de door Klearchos aangevoerde Griekse huurlingen op Cyrus’ rechtervleugel een eenvoudige overwinning geboekt, maar in het centrum en op de linkervleugel moest de rebel zich teweer stellen tegen het koninklijke leger, dat zich opmaakte Cyrus’ Lydiërs te omsingelen. Op dat moment, zo schrijft (de door Gerard Koolschijn vertaalde) Xenofon, kreeg Cyrus zijn broer in het oog.

Toen kon hij zich niet meer inhouden. Met de uitroep: “Daar zie ik ’m!” stormde hij op hem af. Hij trof hem in de borst en bracht hem dwars door zijn pantser een verwonding toe, zoals de arts Ktesias meedeelt, die de wond zelf zou hebben behandeld. Op het moment dat Cyrus toesloeg, trof iemand hem hard onder het oog met een speer.

Lees verder “De slag bij Kounaxa (3)”

De slag bij Kounaxa (2)

Hoplietenveldslag op het Nereïdenmonument uit Xanthos (British Museum, Londen)

[Het is kerstmis en in het verleden gaf ik weleens een longread met krijgsgeschiedenis. Eerder bood ik u het Ardennenoffensief, de Tweede Punische Oorlog, de Trojaanse Oorlog. Vandaag gaan we met Xenofon richting Babylon. Hier is het tweede deel van een vijfdelig stuk. Het eerste deel was hier.]

Aan de overzijde van de Eufraat zagen Cyrus en zijn manschappen de sporen van enorme aantallen soldaten en dieren, die zich hadden teruggetrokken. De grote koning leek te vluchten naar de veiligheid van Babylon. Niemand in Cyrus’ legers hield nog rekening met een aanval, zodat men de volgende dag wat ongeordend verder trok. Dit was minder nonchalant dan het lijkt. Vanaf het moment dat de twee legers het kanaal waren overgestoken, marcheerden ze naar het zuidoosten, met de rivier rechts en het kanaal parallel daaraan links. Beide flanken waren gedekt. Pas na zo’n vijftien kilometer zou bij Sippar de vlakte zich verbreden.

Voor de slag

Dat men ook daar voorttrok alsof geen gevaar viel te duchten, was wellicht minder verstandig, maar zonder problemen naderden de legers het punt dat Cyrus die dag wilde bezetten. Vlak voordat Cyrus’ legers daar waren aangekomen, kwam het bericht dat de vijand in de buurt was. Men was nu op een plek die Kounaxa heette, vrijwel zeker het huidige Nusifiyat in Irak, niet ver ten zuiden van de luchthaven van Bagdad.

Lees verder “De slag bij Kounaxa (2)”

De slag bij Kounaxa (1)

De Eufraat

[Het is kerstmis en in het verleden gaf ik weleens een longread met krijgsgeschiedenis. Eerder bood ik u het Ardennenoffensief, de Tweede Punische Oorlog, de Trojaanse Oorlog. Vandaag gaan we met Xenofon richting Babylon, waar we nooit zullen aankomen.]

Het begin

Darius en Parysatis hadden twee zoons. De oudste heette Artaxerxes, de jongste Cyrus. Toen Darius ziek was en zijn einde voelde naderen wilde hij zijn beide zoons bij zich hebben. De oudste was al aanwezig, maar Cyrus moest hij uit het machtsgebied laten komen waarover hij hem had aangesteld. […] Cyrus reisde dus naar zijn vader. Hij liet zich vergezellen door Tissafernes, die hij als een vriend beschouwde, en door een escorte van driehonderd Griekse hoplieten onder bevel van Xenias uit Parrasia.

Toen Darius gestorven en Artaxerxes koning geworden was, probeerde Tissafernes Cyrus bij zijn broer verdacht te maken: hij zou een coup voorbereiden. Artaxerxes geloofde het en nam Cyrus gevangen met de bedoeling hem ter dood te brengen. Maar hun moeder kwam tussenbeide. Op haar aandringen werd hij vrijgelaten en kon hij weer terugkeren naar zijn machtsgebied.

Dat was een gevaarlijke en smadelijke ervaring geweest en na zijn terugkeer zon Cyrus op middelen om voortaan onafhankelijk van zijn broer te zijn en zo mogelijk koning te worden in zijn plaats.

Lees verder “De slag bij Kounaxa (1)”

Het stof van Babylon

De legendarische stadsmuur van Babylon. Achteraan het door Saddam Hussein herbouwde paleis van Nebukadnessar.

“De heerschappij wordt doorgegeven van volk naar volk,” zoals Jezus Sirach zegt, “door onrecht, geweld en hebzucht.” De eerste wisseling van de macht was die van de Assyriërs naar de Babyloniërs. Van 612 tot 539 heersten zij over het oosterse wereldrijk. Ze hadden het min of meer kant en klaar overgenomen van de Assyriërs. Zelf breidden ze het uit met wat kleingrut in de periferie.

Zoals het tempelstaatje Juda. Als je de opmerkingen leest die in de Bijbel staan over de aanvallen van naburige stammen op de Babylonische bezittingen rond Jeruzalem, krijg je de indruk dat de Babyloniërs meer rovers waren, die de Joodse bevolking hadden gedeporteerd en allerlei kostbaarheden hadden meegenomen, dan dat ze waren geïnteresseerd in het nieuw verworven gebied. Ze investeerden althans niet noemenswaardig in de grensverdediging. De Assyriërs waren, in dit opzicht, betere bestuurders.

Lees verder “Het stof van Babylon”

Filmpjes uit Irak

Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, hebben mijn vriendin en ik afgelopen oktober een reis gemaakt door Irak. We bezochten de Sumerische steden in het zuiden, dronken thee bij de Moeras-Arabieren, waren verbaasd over de ontwikkeling van toeristische faciliteiten in Babylon, bezochten de Assyrische hoofdsteden Aššur, Nimrud, Khorsabad en Nineveh, zagen de stadswal van de door Alexander de Grote gestichte stad Charax, waren de eerste toeristen in tijden in Hatra en bezochten de voornaamste sji’itische heiligdommen. Mijn geliefde had het goede idee dat we filmpjes zouden maken. Zo kunt ook u het een en ander zien. Niet iedereen kan immers even twee, drie weken naar Irak.

U vindt de filmpjes hieronder. Verwacht geen Hollywood. We probeerden licht te reizen en hadden alleen een telefoon en een klein microfoontje bij ons, geen statief. De wind, het felle zonlicht en de hitte speelden ons regelmatig parten. Meer dan eens zagen we zelf niet wat we aan het filmen waren. Ook improviseerde ik de tekst te plekke, zonder aantekeningen. Kortom, het was amateurisme – maar in de beste zin van het woord: gemaakt uit liefde. Kees Huyser heeft van het ruwe materiaal nog wat toonbaars gemaakt. Waarvoor veel dank (en een fles met drank).

Lees verder “Filmpjes uit Irak”

Kort Irakees (16): Een paleis van Saddam Hussein

Het paleis van Saddam Hussein, gezien vanaf de Processieweg van Babylon

Wat heb je nodig, als dictator? Een land natuurlijk en een bevolking om te onderdrukken, plus een buitenlandse vijand die je de schuld kunt geven van alles wat verkeerd gaat. Voeg een balkon toe om de menigten toe te spreken en je bent er. Aan dat balkon zit natuurlijk wel een paleis vast, zoals het bovenstaande, dat uitziet over Babylon en ooit werd bewoond door Saddam Hussein.

Of hij er ooit is geweest, is niet bekend. Dat maakt ook niet zoveel uit. Gehaat blijft het. Net als bij zijn residentie in Tikrit, waar een eindeloze reeks vervallen villa’s staat, is er sinds 2003 niets gedaan om het te behouden. Het resultaat is ernaar.

Lees verder “Kort Irakees (16): Een paleis van Saddam Hussein”

Kort Irakees (10): Toerist in Babylon

Mijn vriendin en medereizigster is zeven keer in Irak geweest en ik kom er nu voor het eerst. Zij ziet dingen die ik niet herken, zoals verbeteringen in de toeristische infrastructuur. Een voorbeeld is Babylon, waar houten loopbruggen zijn aangelegd over de voornaamste ruïnes: langs de Processieweg (origineel in Berlijn, maar hier begrijp je er meer van), naar de funderingen van de Ištarpoort (origineel in Berlijn maar hier staat een aardige reconstructie), naar de tempel van Ninmah (herbouwd), naar het noordelijke fort (nog steeds een ruïne), naar de leeuw van Babylon (mooi opgesteld), naar het paleis van Nebukadnezzar (herbouwd), naar de Etemanki (waar men nog bezig was bovenstaand hekje te schilderen). Enerzijds makkelijk voor bezoekers die niet goed ter been zijn, anderzijds verhinder je dat al te enthousiaste bezoekers op de ruïnes klauteren.

Ook zijn er goedgeïnformeerde gidsen. Dat is een verbetering maar helaas zijn het er niet veel, zodat de groepen groot zijn. Wij moesten meelopen met een stuk of dertig Spanjaarden, wat de gids dwong te schreeuwen.

Lees verder “Kort Irakees (10): Toerist in Babylon”

De troonzaal in Babylon

Binnenplaats van het paleis in Babylon, met rechts de doorgang naar de troonzaal

Je kunt niet zinvol over de Oudheid schrijven als je de oude landen niet hebt bezocht. Het helpt te weten dat je vanaf de Kerameikos, waar Perikles een beroemde toespraak heeft gehouden, de Akropolis kunt zien liggen. Wat geldt voor Griekenland, geldt voor Irak. Ik ben blij dat ik in Babylon heb gelopen door de (grotendeels gereconstrueerde) zalen van het paleis van Nebukadnezzar (r.605-562). Hier spelen twee beroemde verhalen uit de Oudheid, namelijk dat over het Feest van Belsassar en dat over de substituutkoning.

Feest van Belsassar

Belsassar is een historisch figuur: de zoon en zaakwaarnemer van koning Nabonidus (r.556-539), die enkele jaren niet in Babylon was. Volgens het Bijbelverhaal zaten Belsassars gasten behoorlijk te pimpelen en gebruikten ze daarbij de gouden bekers uit de tempel in Jeruzalem. In de nieuwe Nieuwe Bijbelvertaling:

Lees verder “De troonzaal in Babylon”