
[Kees Alders schrijft over de oosterse filosofische stromingen. Een inleiding was hier. De eerste serie over de Chinese filosofie stond daar en we zijn inmiddels aanbeland in de derde reeks: over Meester Mo, over het boek Mozi en de leer van het mohisme. Het eerste deel is hier.]
Wat was het doel van de mohisten? Daar waren zij gelukkig heel expliciet over. Kort gesteld is het mohisme een filosofie die “het welzijn van allen” centraal stelt.
Het welzijn van allen
Meer uitgebreid: de mohist is op zoek naar een geordende en dus vredige samenleving, met een welvarende bevolking. Een samenleving waarin alle mensen een dak boven hun hoofd hebben en waar hongersnood en uitputting niet voorkomen.
De mohisten houden daar ook zeer consequent aan vast. Alle menselijke gedragingen worden naar deze maatstaf beoordeeld, en alle andere waarden zijn ondergeschikt aan dit doel.
Wat de gedachte minder tijdloos maakt, is hun expliciete wens voor een groeiende bevolking. Tegenwoordig mag men nogal eens betwijfelen of dit echt wel in het werkelijke belang is van de bevolking, maar we moeten het zien in de tijd: in de Periode van de Strijdende Staten was onderbevolking een terugkerend probleem. De sterfte lag hoog, veel land lag braak, en boeren trokken weg als de omstandigheden al te gortig waren. Daarom was voor de mohisten een groeiende bevolking een logische graadmeter voor een gezonde samenleving.
Goed en fout
De mohistische filosofie beoogde van elke gedachte en elke gedraging te kunnen beoordelen of ze bijdroeg aan het algemeen welzijn. De beoordelingen zijn in beginsel zwart/wit: iedere gedachte en iedere gedraging kan geclassificeerd worden als goed of fout. Goed is dus wat bijdraagt aan een veilige en welvarende samenleving, fout dat wat dit niet doet. Daarbij valt het op dat “goed” zowel in de betekenis van feitelijk correct functioneert als in de betekenis van moreel juist. En “fout” betekent zowel feitelijk incorrect als moreel verkeerd. Iets is dus feitelijk en/of moreel goed als het in het belang is van het welzijn van allen, en feitelijk en/of moreel fout als het dat niet is.
Deze gelijkstelling van moreel en feitelijk juist en onjuist wordt overigens niet expliciet verwoord en verdedigd. De woorden voor “goed” en “fout” hebben in de Mozi simpelweg beide betekenissen. Voor ons begrip van het mohisme is het echter belangrijk om ons te realiseren dat in het mohistische denken geldt: wat klopt is deugdelijk, en wat niet klopt, dat deugt niet. En dat geldt ook andersom: wat deugdelijk is wordt gezien als waarheid, en wat niet deugdelijk is, dat moet wel een vergissing zijn.
Drie criteria
Om te bepalen of gedrag en gedachten tot het gewenste doel leiden en dus “goed” of “fout” zijn, streven de mohisten naar objectieve standaarden. Hun methode is het ontwikkelen van modellen van wat goed is, waarmee gedachten en gedrag vervolgens vergeleken kunnen worden.
Voor de verdediging van hun doctrines gebruiken de mohisten telkens drie modellen. Hier zijn ze heel expliciet in: Meester Mo kondigt in de geschriften regelmatig aan dat hij deze drie argumenten gaat gebruiken, en telkens zien we dat inderdaad drie soorten argumenten gegeven worden om stellingen te onderbouwen.
Ten eerste luisteren de mohisten naar advies: ze raadplegen de adviezen die expliciet in de oude literatuur zijn overgeleverd. We zagen bij het confucianisme al dat in de Chinese cultuur de rotsvaste overtuiging heerste dat er mythische koningen waren geweest, die verantwoordelijk waren voor allerlei nuttige uitvindingen, en die geregeerd hadden over een helaas verloren gegane hoogstaande vredige en welvarende beschaving. De adviezen van deze koningen moeten dus wel goed zijn.
Bijvoorbeeld: op de stelling “hard werken loont niet” antwoordden de mohisten met het argument dat de wijze koningen uit het verleden juist zulke harde werkers waren, en welvaart creëerden door bijvoorbeeld irrigatiesystemen uit te vinden en aan te leggen.
Maar alleen adviezen overnemen is nog geen filosofie, en gelukkig blijven de mohisten daar dan ook niet bij steken. Ten tweede kijken ze naar of een bewering overeenkomt met wat gewone mensen in het dagelijks leven kunnen ervaren door te horen en te zien. Klopt wat gesteld wordt met onze dagelijkse ervaring?
Ons voorbeeld: de stelling “hard werken loont niet” zal het ook niet houden tegenover de zintuigen van de boer, die toch echt hard aan de slag moet met ploegen en zaaien en oogsten om te eten te hebben.
Ten derde kijken de mohisten naar de effecten van gedachten of gedrag. Daarvoor maken ze naast de logica gebruik van voorbeelden uit de oude literatuur: die zit immers vol voorbeelden van koningen en krijgsheren die nu weer eens dit en dan weer eens dat gedrag vertoonden. Welk effect had dat op de vrede en welvaart van de staat en haar bevolking, en op de voorspoed en tegenslag van de koning of krijgsheer zelf?
Ook hier blijft de stelling “hard werken loont niet” niet overeind staan, want in de oude verhalen worden de luilakken bestraft en de ijverige mensen beloond.
Te wapen
Op deze manier gewapend verdedigen de mohisten hun tien centrale doctrines. We lopen ze in de komende vier afleveringen door.
Zelfde tijdvak
M2 | Filippos II van Macedoniënovember 3, 2023
Factcheck: Griekse democratieseptember 7, 2017
Aeneas Tacticusmaart 14, 2025

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.