Een grafmozaïek uit Sétif

Een grafmozaïek uit Sétif (Archeologisch museum, Sétif)

De Algerijnse stad Sétif oogt opvallend modern. De trams zijn van hetzelfde type als in Rotterdam, er zijn wolkenkrabbers en er is een uitstekend archeologisch museum. Ik blogde al eens over mijn eerste bezoek. Tot de pronkstukken behoort een verzameling mozaïeken uit twee christelijke basilieken, die zijn opgegraven in 1959, dus midden tijdens de Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog (1954-1962). De vloeren van deze godshuizen bestonden uit mozaïeken.

Dat was niet ongebruikelijk, maar deze mozaïeken gaven de plaatsen aan waar in de kerk mensen lagen begraven, en zulke “grafmozaïeken” – bestaat dit woord? – zijn zeldzamer. In de ene basiliek in Sétif waren er twintig, in de andere vijftig. Zulke mozaïeken bestaan altijd uit een mooie rand om wat geometrische figuren en een grafschrift. Een opvallende naam is Adeodatus, een naam waarover ik al eens blogde omdat het de Latijnse vertaling is van het oud-Fenicische Mattan-ba’al, “godsgeschenk”, Dieudonné.

Lees verder “Een grafmozaïek uit Sétif”

Een Thracische huurling in Numidië

Grafstèle van een Thracische huurling (Archeologisch museum, Constantine)

Onderzoek in wat destijds bekendstond als de Franse departementen Oran, Algiers en Constantine, midden twintigste eeuw. In 1929 publiceerde Stéphane Gsell het eerste deel van Inscriptions latines de l’Algérie, dat alleen nog maar het oostelijkste deel van het oostelijkste departement bevatte. Hoe lastig de productie van dit boek was verlopen, blijkt wel uit het feit dat het officiële jaar van publicatie 1922 was: het boek heeft zeven jaar op de plank gelegen. Deel twee, dat de westelijke helft van het departement besloeg, verscheen in 1957. Het overlijden van Gsell, de Tweede Wereldoorlog en de Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog hadden nogal wat problemen veroorzaakt, om het eufemistisch uit te drukken.

Dat bemoeilijkte ook vervolgonderzoek. Sommige inscripties vragen nog altijd om nadere inspectie, zoals de bovenstaande stèle, die we alleen kennen uit het deel uit 1957, alsmede een notitie van Jeanne Robert-Vanseveren en Louis Robert, de twee grootste epigrafen (inscriptiekenners) van de moderne tijd. De stèle is afkomstig uit het El-Hofra-heiligdom te Constantine, waarover ik al eens eerder blogde. Ze dateert uit de tweede eeuw v.Chr. De Roberts voegden aan de tekst van de inscriptie toe dat op de vindplaats ook diverse wijdingen waren gevonden aan de god Baäl-Hammon en aan de godin Tanit in haar rol van “aangezicht van Baäl”.

Lees verder “Een Thracische huurling in Numidië”

Adeodatus

Grafmozaïek van een jonge christelijke man (Bardomuseum, Tunis)

Voordat Augustinus, de laatantieke bisschop van de havenstad Hippo in het huidige Algerije, koos voor het celibaat, had hij een relatie met een anoniem gebleven vrouw. Ze zijn nooit getrouwd. Wel hadden ze een zoon, Adeodatus, die maar vijftien of zestien jaar oud is geworden.

Dat hij een buitenechtelijke relatie heeft gehad, is Augustinus weleens verweten. U kunt zich bij de toon van de verwijten misschien iets voorstellen: de heilige kerkvader die anderen een strenge seksuele moraal adviseert maar zelf een kind verwekt bij een concubine. Een concubine waarvan hij de naam niet eens noemt. Wat een verknipt figuur! Ik herinner me uit mijn studietijd – we hebben het over 1985 – een proefschrift waarin de kerkvader een onverwerkt moedercomplex in de schoenen geschoven kreeg. Een psychiatrisch geval.

Lees verder “Adeodatus”