Constantine en Tiddis

Constantine

Het was eigenlijk mijn opzet om u, afgezien van wat stukjes die ik had voorbereid voordat ik naar Algerije vertrok, in ruwweg chronologische volgorde op onze reis mee te nemen. Die chronologie is wat doorbroken geraakt door twee Algiers-stukjes, maar ik neem nu de draad weer op waar ik u had achtergelaten: in Batna, waarvandaan we naar Timgad/Thamugadi en naar Tazoult/Lambaesis waren geweest. Van die laatste plek begeleidde de politie ons terug naar Batna en eerlijk gezegd weet ik nog altijd niet waarom. We hielden het erop dat men geen pottenkijkers wilde maar zouden enkele dagen later onder begeleiding worden weggebracht van een plek waar inderdaad verhoogd risico was.

Enfin. Van Batna bereikten we opnieuw Constantine, het antieke Cirta. De stad is beroemd om de enorme kloof met de geweldige bruggen – zie boven – en heeft een ietwat stoffig museum met een geweldige collectie. Vooral de verzameling munten trof me als tiptop. Achterin het museum is een zaal vol met de in 1950 ontdekte Numidische steles waarover ik al eerder blogde. Ik vond het erg indrukwekkend en was des te meer onder de indruk omdat we het eigenlijk niet hadden verwacht in een ietwat achenebbisj museum.

Toch beviel Constantine niet echt. Voor ons ietwat sfeerloze hotel was een groot plein waar het altijd een drukte van belang was, zonder dat je begreep wat er nu feitelijk speelde. De straten hadden iets van Napels, inclusief het lichte en op niets gebaseerde gevoel van dreiging. Evengoed hebben we er een alleszins mooie zaterdag doorgebracht en was het de basis om de dag erna naar Tiddis te gaan. Dat bleek de mooiste site die we in Algerije zouden bezoeken.

Olijfolienijverheid in Tiddis

Tiddis ligt iets ten noordwesten van Constantine en het is alleen al een bezoek waard omdat het illustreert dat een stad in de Oudheid niet precies op de landkaart valt aan te wijzen. Binnen de gemeente Cirta waren diverse bewoningskernen; behalve Cirta waren er nog een stuk of tien heuvelforten. De Romeinen wezen één daarvan, Cirta, aan als voornaamste bestuurlijke centrum, maar de andere vestingen waren niet minder belangrijk.

Wel is het zo dat Cirta de aanwezigheid trok van de gouverneur en dus van andere functionarissen, van tempels, van voorname Numidiërs die gezien wilden zijn, van kooplieden. Zoals Bagacum de andere Nervische nederzettingen overvleugelde doordat de Romeinen het beschouwden als dé stad van de Nerviërs, zo overvleugelde Cirta Tiddis en een stuk of tien andere heuvelforten.

Beeldje van een jonge man (Museum van Constantine)

Tiddis ligt dus op een heuvel, met op de top wat rotsheiligdommen – we zagen er zo snel drie – en wat lager het verdeelstation van de waterleiding, het in Numidië onvermijdelijke badhuis, talloze woonhuizen, een Punische stadsmuur met een poort, een klein forum, bogen, cisternen, een markt, een stadsvilla met de prozaïsche naam “villa van de mozaieken”, winkels, nog een badhuis, een ander rotsheiligdom (voor Vesta), een mithraeum en een tempel voor de Cereres – de Romeinse godin van het graan, Ceres, werd hier in meervoud aanbeden. Er is een kerk, er zijn twee baptisteria en er is een Byzantijnse stadsmuur.

Buiten de muur is, voor de poort, een bazina, een Numidisch rond graf, dat een beetje lijkt op een trommel. Het is de vorm die in de tweede eeuw n.Chr. nog altijd werd gebruikt toen Tiddis’ beroemdste zoon werd begraven: Quintus Lollius Urbicus, commandant van het Tiende Legioen Gemina, een van de generaals in de Bar Kochba-oorlog, bouwer van de Muur van Antoninus in Schotland en praefectus urbi ofwel burgemeester van Rome.

Graf van Lollius Urbicus

Tiddis is prachtig, vooral door de kleuren: groen gras, grauwe en rossige natuursteen, en toen wij er waren een fraaie lucht. Wat aan de geweldige ervaring zal hebben bijgedragen was natuurlijk ook dat we, net als in Annaba, M’daourouch en Khemissa, Soumaa d’el-Khroub en Lambaesis, de opgraving volkomen voor onszelf alleen hadden.

3 gedachtes over “Constantine en Tiddis

Reacties zijn gesloten.