
[Dit is het derde stukje in een reeks waarin ik uitzoek hoe monotheïstisch de joden in de Oudheid waren. Het eerste is hier.]
Hierboven beschreef ik dat de joden weliswaar zeiden maar één God te erkennen, maar dat er in de praktijk nogal wat andere hemelingen waren. De joden erkenden bovendien verzelfstandigde attributen van God. Daarover vandaag.
De geest van God wordt genoemd in oeroude teksten: deze garandeert dat een koning goed kan heersen en dat een profeet de waarheid spreekt, terwijl de geest van de waarheid volgens de (sektarische) Gemeenschapsregel vecht tegen de geest van het onrecht.


Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.