Sloppy Science

Vorige week publiceerde Stan van Pelt, die u kunt kennen als degene die in De Volkskrant adembenemende stukken schreef over de problemen rond de vermeende ontdekking van het majorana-deeltje, een boek over wetenschapsfraude. Het heet Sloppy Science en behandelt, behalve de voorbarige majorana-claims, zo’n beetje alles wat de laatste jaren in het nieuws is geweest over minder dan optimaal functionerende wetenschap.

Leesplezier

Ondanks de naargeestige thematiek heb ik Sloppy Science ademloos gelezen. De voorbeelden die Van Pelt noemt zijn goed uitgewerkt. De lezer begrijpt het wetenschappelijke probleem, hij herkent welke hindernis leek te zijn overwonnen, hij snapt waarom dat niet het geval was, en hij begrijpt waarom deze of gene fraude gevaarlijk was.

Lees verder “Sloppy Science”

5. Het probleem

[Vandaag bestaat de Mainzer Beobachter tien jaar en daarom maak ik een persoonlijke balans op. De trouwe lezers van de blog zullen weinig nieuws tegenkomen, maar het is goed eens te kijken of mijn ambities overeenkomen met de praktijk. Dit is het vijfde van twaalf stukjes; het eerste was hier.]

De letterenfaculteiten maakten geen beleid om toch doctorandi 2 op te leiden, hoewel dat gewoon kan. Van Rens Bod is bijvoorbeeld de suggestie alle letterenfaculteiten te fuseren tot één instelling die er weer toe doet. Zelf heb ik een iets bescheidener voorstel gedaan: fuseer de oudheidkundige instituten tot één instelling die wél een deuk in een pak boter slaat. In plaats van het wetenschappelijk minimum op deze of een andere manier te verdedigen, stonden de faculteiten toe dat doctorandi 1 solliciteerden naar promotieplaatsen. Waar ooit twaalf jaar waren verstreken tussen propedeuse en promotie, ging het voortaan in acht. Sindsdien zijn proefschriften fors uitgevallen scripties.

Ook in het onderwijs daalde het niveau. De kennismakingen met verwante disciplines verdwenen steeds verder naar de achtergrond. Archeologen leren geen Latijn meer, classici weten onvoldoende van geschiedtheorie.

Lees verder “5. Het probleem”

Het belang van de geesteswetenschappen

We zijn de weg kwijt.

“De feiten liggen verrassend genuanceerd”, twitterde de journalist, en een van zijn volgers antwoordde “Zoals altijd”. Het is krek zoals ze allebei zeiden. En ineens wist ik dat dit hét probleem van onze tijd is.

Er is een tijd geweest waarin de mensheid niet zo heel veel informatie had. In de zestiende eeuw was het voor een Europese intellectueel nog mogelijk het hele paleis van de toenmalige Europese kennis te overzien. Misschien lukte het Diderot en D’Alembert in de achttiende eeuw nog. In elk geval is het sindsdien in toenemende mate onmogelijk geworden. Daarom proberen we de enorme hoeveelheden informatie waarover we beschikken, te ordenen in handzame categorieën, patronen en sjabloons.

Lees verder “Het belang van de geesteswetenschappen”

Wetenschap, wat nu?

De situatie is vrij simpel. Zo simpel dat je het nauwelijks ziet. Nederland heeft in de jaren zestig besloten een kenniseconomie te zijn en dat betekende dat hoge opleidingen voor iedereen toegankelijk moesten zijn. Dat vond zijn beslag in diverse onderwijshervormingen. Er kwam in de jaren zeventig zelfs een minister voor wetenschapsbeleid, Boy Trip.

Dat iedereen hoger onderwijs zou moeten kunnen volgen bleek even lovenswaardig als kostbaar. Medio jaren zeventig was 7,2% van het BNP bedoeld voor wat nu OCW heet, waar nog het geld bij kwam voor de driedubbele kinderbijslag waarmee het Rijk studenten onderhield. Dit percentage werd teruggebracht tot  5% in 2000 en is sindsdien weer wat gestegen, al valt de studiefinanciering binnen het OCW-budget. Nieuws over onderwijs, over cultuur, over wetenschap gaat al sinds mensenheugenis over kaasschaven, over H.O.O.P., over studierendementen, over financieringsmodellen, over leenstelsels en over selectief krimpen en groeien. Wetenschap en wetenschappelijke vorming moeten altijd weer met minder, minder, minder. Voor wie na 1963 is geboren, is de belofte van goed hoger onderwijs een ongedekte cheque gebleven.

Lees verder “Wetenschap, wat nu?”

WO in Actie

Aanstaande maandagmiddag, 2 september, organiseert WO in Actie, “een beweging van studenten en medewerkers die zich sterk maakt voor de universiteit en haar toekomst”, in Leiden de Ware Opening van het academisch jaar. U leest er hier meer over.

Ik heb redenen om erheen te gaan en wil dat ook doen, maar ik heb ook redenen niet te gaan. Ik weet namelijk niet of ik me wel sterk wil maken voor een toekomst met een universiteit. Het instituut is immers slecht voor haar personeel, slecht voor de wetenschap en slecht voor de samenleving. De oudheidkundige disciplines waarover ik dagelijks blog zijn beschadigd door dit academische procrustesbed en ik vermoed dat we beter kunnen zoeken naar alternatieven.

Blijkens hun enorme inzet denken de mensen van WO in Actie daar anders over. Die inzet overtuigde me en ik zal maandag met belangstelling naar ze luisteren. Op maandag zal ik dus mijn scepsis opschorten, maar vandaag is het donderdag en wil ik mijn voorbehoud toelichten.

Lees verder “WO in Actie”

Het gelijk van André Klukhuhn

De ernstigste consequentie van de snel groeiende publicatieberg is gelegen in de steeds toenemende starheid van de wetenschap. Immers, in iedere publicatie wordt gebruik gemaakt van stukken theorie en techniek, overgenomen uit andere publicaties, die ieder op hun beurt weer verwijzingen bevatten naar een volgende vertienvoudigde laag publicaties, enzovoort. Voor een kritische lezer is er zodoende geen beginnen meer aan om de betwijfelde uitkomsten van een publicatie ter discussie te stellen. Het graafwerk naar de wortels van de bewering zou al aanzienlijk meer dan een gemiddeld wetenschappelijk mensenleven in beslag nemen. Die consequentie is daarom zo ernstig, omdat de kritiseerbaarheid ermee verloren gaat, waarmee de wetenschap tot in de kern wordt geraakt.

Aan het woord was chemicus André Klukhuhn, destijds hoofd van het Studium Generale in Utrecht en auteur van Hypothese van het heden (1989). Pagina voor pagina legt hij uit hoe de wetenschap in de jaren tachtig het moeras in aan het lopen was. Sindsdien heeft hij jaar na jaar meer gelijk gekregen.

Lees verder “Het gelijk van André Klukhuhn”

Wetenschap en politiek

Het probleem is steeds hetzelfde: PVV-leider Geert Wilders ziet ergens iets dat fout is en constateert die fout dan niet om haar te corrigeren, maar om er politiek gewin uit te halen. Dit keer valt hij over een uitspraak van de Tilburgse hoogleraar bestuurskunde Paul Frissen die oordeelt dat Wilders “het klassieke fascistische verhaal” vertelt en – zo lees ik hier – stelt “dat mensen in opstand moeten komen tegen de herhaaldelijke uitlatingen van Wilders over een nepparlement”.

Toevallig ben ik dat met Frissen eens. Ik mag dat zeggen, want ik ben een burger. Frissen mag dit als burger ook allemaal zeggen. Bovendien kan hij als wetenschapper concluderen dat Wilders’ betogen voldoen aan deze of gene definitie van fascisme. Het is echter een heel andere zaak als hij als wetenschapper mensen oproept in opstand te komen.

Lees verder “Wetenschap en politiek”