Toeval

De Vereniging voor Wetenschapsjournalistiek en -Communicatie Nederland (VWN) bestond jongstleden mei veertig jaar en zoiets wordt gevierd. Dat had moeten gebeuren op vrijdag 13 juni en bij zo’n datum liggen de associaties voor het oprapen: ongelukken, schitterende ongelukken, het toeval als factor in de wetenschap en wetenschapsjournalistiek. Het thema van de lustrumbijeenkomst in Nijmegen werd dus “Omarm het toeval”. Je zou echter bijna gaan geloven dat vrijdag de dertiende werkelijk een ongeluksdag is, want er was een spoorwegstaking en we moesten de bijeenkomst uitstellen tot 7 november. Wat overigens een minder lang uitstel was dan het vorige lustrum, dat we door de COVID een jaar moesten uitstellen en verplaatsen van Deventer naar Amsterdam.

Kort samengevat sprak eerst filosofe Samantha Copeland over de factoren die toevallige, creatieve vondsten mogelijk maakten; daarna spraken astrofysicus Nathalie Degenaar en taalkundige Mark Dingemanse over de rol van toeval in hun onderzoek. Na hen was er een korte paneldiscussie, die naadloos overging in een gesprek met de journalisten en communicatiespecialisten in de zaal.

Lees verder “Toeval”

Artificiële intelligentie

Een door artificiële intelligentie (Stable Diffusion) gemaakte afbeelding van Europa

De berichtgeving over artificiële intelligentie verloopt precies zoals je verwacht. Eerst was er de hype om alles wat allemaal mogelijk was, met columnisten die blij waren dat ze via ChatGPT gebruiksaanwijzingen genereerden voor de reparatie van een keukenapparaat. Daarop volgde de tegen-hype van alle dingen die verkeerd gaan. Over een tijdje, als journalisten zin en onzin hebben leren scheiden, zullen ze evenwicht vinden. Zo gaat het immers altijd.

Ik heb eerder over digitale paleografie, digitale historische taalkunde en Ithaca geschreven, en volgens mij staan daar geen voorbarigheden in, maar er valt meer te vertellen. De crux is natuurlijk dat een computer meer data kan verwerken dan een mens en dat bovendien sneller en zonder vergissingen kan doen. Inmiddels herkennen computers, dankzij de almaar groeiende rekenkracht, patronen die voor mensen niet direct zichtbaar zijn. Daarbij gaat het om twee systemen:

Lees verder “Artificiële intelligentie”

Faits divers (17)

Mykeense krater (dertiende eeuw v.Chr.; Cyprusmuseum, Nicosia)

In de reeks faits divers deze keer van alles en nog wat. Daarom heet het ook faits divers natuurlijk.

Correctie

Eerst maar even een correctie. Ik blogde laatst over Al-‘Ula en vertelde toen dat de noordelijke nederzetting Hegra heette, een oude naam, waarvan ik zei dat die correspondeerde met een Perzische vorm én de bijbelse naam Hagar, de moeder van Ismaël en stammoeder van allerlei zuidelijke volken die we nu gemakshalve Arabisch noemen. Benjamin Suchard van de universiteit in Leuven attendeert me erop dat dit niet klopt.

Hegra, schrijft hij, is een weergave van het Aramese חגרא ḥegr-ā = Arabisch الحِجْر al-ḥiǧr, en dat betekent zoiets als “ommuurde plaats”. De moeder van Ismaël heet echter הָגָר hāḡār, en dat is echt een ander woord. Het zou verwant kunnen zijn met het Arabische werkwoord هاجر hāǧara, “van stad wisselen”, wat voor de stammoeder van een halfnomadisch volk natuurlijk niet zo’n gekke naam is.

Lees verder “Faits divers (17)”

Vergilius & Oudheidkunde

Op 30 november presenteerde Jona Lendering zijn nieuwe boek over de misstanden in de geesteswetenschappen afd. Oudheid: titel Oudheidkunde is een Wetenschap (Uitg. Omniboek). De volgende dag presenteerde ik mijn Vergilius: De toekomst voltooid (Uitg. Verloren), eveneens in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Inmiddels heb ik Oudheidkunde kunnen lezen (moet u ook doen) en kunnen nagaan welke plaats mijn boek zou innemen op de ranglijst van de door Jona geformuleerde eisen aan de disciplines van de Geesteswetenschappen. Ik denk dat Jona Oudheidkunde breder bedoelt als “Altertumswissenschaft” en een letterlijke vertaling van dat begrip liever vermijdt.

In zijn boek levert Jona terechte kritiek op de vergaande specialisaties binnen deze Oudheidkunde, waarbinnen contacten tussen de verschillende disciplines steeds minder worden, terwijl bovendien belangrijke gebieden als spectrumfotografie, DNA-onderzoek en de vergezichten van AI onvoldoende worden betrokken. Ik ben dat met hem eens, maar non omnes omnia possumus en binnen de sterk bekorte studietijd (Jona pleit terecht voor verlenging) moeten helaas keuzes worden gemaakt. Dendrochronologie valt er dan buiten, maar de basisprincipes van wetenschap komen ook nu wel aan de orde in het vak Wetenschapsfilosofie (Leezenberg, aanbevolen).

Lees verder “Vergilius & Oudheidkunde”