Vergilius & Oudheidkunde

Op 30 november presenteerde Jona Lendering zijn nieuwe boek over de misstanden in de geesteswetenschappen afd. Oudheid: titel Oudheidkunde is een Wetenschap (Uitg. Omniboek). De volgende dag presenteerde ik mijn Vergilius: De toekomst voltooid (Uitg. Verloren), eveneens in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Inmiddels heb ik Oudheidkunde kunnen lezen (moet u ook doen) en kunnen nagaan welke plaats mijn boek zou innemen op de ranglijst van de door Jona geformuleerde eisen aan de disciplines van de Geesteswetenschappen. Ik denk dat Jona Oudheidkunde breder bedoelt als “Altertumswissenschaft” en een letterlijke vertaling van dat begrip liever vermijdt.

In zijn boek levert Jona terechte kritiek op de vergaande specialisaties binnen deze Oudheidkunde, waarbinnen contacten tussen de verschillende disciplines steeds minder worden, terwijl bovendien belangrijke gebieden als spectrumfotografie, DNA-onderzoek en de vergezichten van AI onvoldoende worden betrokken. Ik ben dat met hem eens, maar non omnes omnia possumus en binnen de sterk bekorte studietijd (Jona pleit terecht voor verlenging) moeten helaas keuzes worden gemaakt. Dendrochronologie valt er dan buiten, maar de basisprincipes van wetenschap komen ook nu wel aan de orde in het vak Wetenschapsfilosofie (Leezenberg, aanbevolen).

Over de inbreng van AI las ik in de krant optimistische verwachtingen voor met name het onderzoek van papyri in Herculaneum. Hierdoor zou wellicht de nieuwe Sophocles of gedichten van Sappho worden ontdekt en ontcijferd. Dat is ijdele hoop. AI kan immers geen unieke lacuneuze teksten/ fragmenten/ snippers/ aanvullen uit het niets, hoogstens beter leesbaar maken, maar dat kunnen we zelf ook al. Wel kan AI helpen bij het identificeren van kopiistenhanden in bijv. de Dode Zeerollen, maar classici hebben die mogelijkheid eigenlijk nooit. Veel perspectief, zeker, maar uiterste voorzichtigheid is geboden. Op verzoek zocht ik naar parallelplaatsen voor de uitdrukking “τί ἐμοὶ καὶ σοί” met ChatGPT. De plaatsen die het programma noemde, in de Ilias en Euripides’ Medea, bleken onjuist en ook de met overtuiging gebrachte vertalingen van deze niet-bestaande passages waren ter plaatse verzonnen. En toch, dat gaat allemaal wel goedkomen, en de suggesties van Jona voor toepassing van deze technieken, waar mogelijk en zinvol, is terecht.

Nu mijn vraag: beantwoordt mijn Vergilius aan Jona’s wetenschappelijke eisen? Gedeeltelijk. In mijn vooral literaire interpretaties betrek ik ‘van buiten’ Biologie en Scheikunde bij de vraag of de dampen boven Lacus Avernus nu giftig waren of niet, Geschiedenis bij de vraag naar de zondaar in de Onderwereld van Aeneis VI, een recent computerprogramma (Stanford) bij de berekening van Octavianus’ reis naar Rome in 29 v.Chr. en Archeologie bij de reconstructie van Aeneas’ Wandeling in het nog niet bestaande Rome. In andere hoofdstukken komen vooral literaire zaken aan de orde, waaronder Intertekstualiteit, een benadering die overigens van groot belang is voor ons begrip van de culturele en ideologische context van Vergilius’ poëzie.

Conclusie: lezer: ik raad u beide boeken van harte aan.

Deel dit:

2 gedachtes over “Vergilius & Oudheidkunde

  1. Karel van Nimwegen

    Vergilius is altijd de moeite waard, maar misschien wil meneer Smolenaars ook eens vertellen waar z’n boek over gaat. Ik zou het graag lezen.

Reacties zijn gesloten.