De Paasdatum in Oost en West (3)

Christoph Clavius

[Dit is het laatste van drie blogs die Rob van Gent schreef over de Paasdatum. Het eerste was hier.]

De westerse kerken gebruiken de Gregoriaanse kalender, de oosterse kerken houden vast aan de Juliaanse. Hoewel deze kalenders inmiddels dertien dagen uit de pas lopen, kan het toch gebeuren dat de twee Paaszondagen samenvallen. Zoals dit jaar. Dit komt door de kleine verschillen in het berekenen van deze datum in beide kalenders.

Voor dit jaar is het gulden getal gelijk aan 12 en is de zondagsletter in de Juliaanse kalender gelijk aan F. De kerkelijke volle maan (luna XIV) valt dan in de Juliaanse kalender op donderdag 4 april (ofwel 17 april in de Gregoriaanse kalender) en de zondag hierna is dus op 7 april (Juliaans, dus 20 april Gregoriaans).

Lees verder “De Paasdatum in Oost en West (3)”

De Paasdatum in Oost en West (2)

Titelpagina van het grote werk van Christoph Clavius over de Gregoriaanse kalender

[Dit is het tweede van drie blogs die Rob van Gent schreef over de Paasdatum. Het eerste was hier.]

In de Middeleeuwen merkte men dat de op tabellen gebaseerde data voor zowel de zon als de maan, en dus de Paasdatum, steeds meer afweken van de werkelijkheid. Het begin van de astronomische lente schoof steeds verder terug ten opzichte van de nominale datum (21 maart), en ook de berekende nieuwe en volle manen verschilden een paar dagen met de aan de hemel zichtbare schijngestalten (hetgeen bij de maan gauw opvalt).

Een nieuwe kalender

Het zou tot 1582 duren voordat paus Gregorius XIII de kalender hervormde. Door tussen 4 en 15 oktober tien dagen weg te laten, viel de astronomische lente weer rond 21 maart. Ook de schrikkeldagregeling werd verfijnd, zodat het verschil tussen het astronomische en het kerkelijke begin van de lente niet langer kon optreden. Tot slot werd de maanrekening verbeterd: de gulden getallen werden vervangen door de zogenaamde epacta, de ouderdom van de maan bij het begin van het jaar. Die wordt uit het gulden getal bepaald met een correctie die in één of meerdere eeuwen constant is.

Een meer gedetailleerde beschrijving van de Gregoriaanse kalender en nieuwe paasrekening voert hier te ver, maar de materie wordt in veel publicaties over de geschiedenis van de middeleeuwse computus en de kalender besproken. In het Nederlands zijn er bijvoorbeeld de publicaties van Walter van Wijk, die een deskundige was op het gebied van de tijdrekenkunde.noot Walter Emile van Wijk. De Gregoriaansche kalender: Een technisch-tijdrekenkundige studie (1932); Walter Emile van Wijk, De late Paasch van 1943: Eene populaire verhandeling over de bepaling van den datum van het Paaschfeest (1943).

Lees verder “De Paasdatum in Oost en West (2)”

Nieuwjaar: de jaarstijl

Kalendermozaïek met een jaar dat begint op 1 maart (Archeologisch museum, Sousse). Wonderlijk genoeg is het gemaakt de tweede of derde eeuw ná Chr., dus toen het jaar officieel op 1 januari begon.

Wie nog gewend is om gedrukte kalenders of agenda’s te raadplegen, zal deze na de jaarwisseling inmiddels hebben vervangen met een exemplaar waarop het jaar 2025 prijkt. Weinigen zullen zich afvragen waarom dit altijd meteen na 1 januari plaatsvindt, maar eigenlijk is het niet zo vanzelfsprekend. In de Oud-Romeinse kalender, waar onze huidige kalender immers van is afgeleid, was januari niet de eerste maar de één-na-laatste maand.

Romeinse kalenders

In de kalender die tijdens de Romeinse Republiek werd gehanteerd, begon het jaar om en nabij de lentenachtevening (equinox) met de maand Martius (vernoemd naar Mars) met vervolgens Aprilis (mogelijk vernoemd naar Apru, de Etruskische naam van Aphrodite), Maius (vernoemd naar Maia), Junius (vernoemd naar Juno), Quintilis (vijfde maand, later Julius genoemd), Sextilis (zesde maand, later Augustus genoemd), September (zevende maand), October (achtste maand), November (negende maand), December (tiende maand), Ianuarius (vernoemd naar Janus) en tenslotte Februarius (vernoemd naar de Februa, waarna soms een korte schrikkelmaand (mensis intercalaris) werd ingevoegd om het jaar in de pas met de seizoenen te houden).

Lees verder “Nieuwjaar: de jaarstijl”

Martelaarschap

Papyrus met een hymne voor de christelijke martelaren (zesde of zevende eeuw; Neues Museum, Berlijn)

Elke veldslag is te gruwelijk voor woorden, maar in zijn absurditeit tart die aan de IJzer echt alles. Toen de Duitsers in 1914 België binnenvielen, bood het Belgische leger bij dit riviertje weerstand en duizenden Vlaamse jongens lieten het leven. Het hadden er minder kunnen zijn als de officieren hun bevelen in het Nederlands hadden gegeven, maar het waren Walen die niet keken op een dooie Vlaming meer of minder. Althans, dat zegt men.

In feite waren de Waalse officieren niet incompetenter dan hun collega’s in andere legers, maar de Vlaamse nationalisten namen het niet zo nauw met de waarheid. Het oorlogsmonument, de IJzertoren bij Diksmuide, werd een bedevaartcentrum van de Vlaamse beweging. Het opschrift liegt er niet om:

Lees verder “Martelaarschap”