Nieuwjaar: de jaarstijl

Kalendermozaïek met een jaar dat begint op 1 maart (Archeologisch museum, Sousse). Wonderlijk genoeg is het gemaakt de tweede of derde eeuw ná Chr., dus toen het jaar officieel op 1 januari begon.

Wie nog gewend is om gedrukte kalenders of agenda’s te raadplegen, zal deze na de jaarwisseling inmiddels hebben vervangen met een exemplaar waarop het jaar 2025 prijkt. Weinigen zullen zich afvragen waarom dit altijd meteen na 1 januari plaatsvindt, maar eigenlijk is het niet zo vanzelfsprekend. In de Oud-Romeinse kalender, waar onze huidige kalender immers van is afgeleid, was januari niet de eerste maar de één-na-laatste maand.

Romeinse kalenders

In de kalender die tijdens de Romeinse Republiek werd gehanteerd, begon het jaar om en nabij de lentenachtevening (equinox) met de maand Martius (vernoemd naar Mars) met vervolgens Aprilis (mogelijk vernoemd naar Apru, de Etruskische naam van Aphrodite), Maius (vernoemd naar Maia), Junius (vernoemd naar Juno), Quintilis (vijfde maand, later Julius genoemd), Sextilis (zesde maand, later Augustus genoemd), September (zevende maand), October (achtste maand), November (negende maand), December (tiende maand), Ianuarius (vernoemd naar Janus) en tenslotte Februarius (vernoemd naar de Februa, waarna soms een korte schrikkelmaand (mensis intercalaris) werd ingevoegd om het jaar in de pas met de seizoenen te houden).

Ook de jaarlijks aanstelling van de twee consuls vond aanvankelijk in de eerste maand (Martius) plaats maar in 153 v.Chr. werd, naar aanleiding van de Lusitanische en Keltiberische Oorlogen, besloten om dit te vervroegen naar de maand Januarius.noot Cassiodorus, Chronica voor het jaar 601 AUC [= 153 v.Chr.]. Sindsdien was het gebruikelijk om jaar met Januarius te laten beginnen zoals ook op (gedeeltelijk) bewaarde Romeinse kalenders duidelijk te zien is.

Reconstructie van de Fasti Antiates maiores (gedateerd tussen 67 en 55 v.Chr.; ©Wikimedia Commons | gebruiker Levaring).

Ook Julius Caesar, die in 46 v.Chr. de lengte van enkele maanden van 29 naar 31 dagen veranderde en hiermee het invoegen van een schrikkelmaanden overbodig maakte, liet het jaar beginnen op 1 januari.

Christelijke kalenders

Echter, met de kerstening van het Romeinse keizerrijk en de latere Europese gebiedsdelen die hiervan erfgenaam waren, werd de invloed van het christendom op de kalender belangrijker. Met name de dagen waarmee het leven van Jezus Christus werden herdacht, zoals Mariaboodschap (25 maart), de geboorte (25 december) en de wederopstanding (Paaszondag) leidden tot het gebruik van verschillende kerkelijke jaarstijlen zoals onder meer:

  • Kerststijl, waarbij het jaar steeds op 25 december aanving.
  • Boodschap- of Annunciatiestijl, waarbij het jaar steeds op 25 maart aanving.
  • Paasstijl, waarbij steeds vanaf paaszondag werd gerekend. Omdat paaszondag zelf geen vaste datum heeft (varieert per jaar van 22 maart tot 25 april) zijn jaren die deze jaarstijl hanteerden ongelijk van lengte. Ook kunnen meerdere dagen in maart of april buiten twee opeenvolgende paasjaren vallen of in twee opeenvolgende paasjaren tegelijk vallen.

Daarnaast bleef de seculiere jaarstijl (Nieuwjaarstijl, stilus communis) met 1 januari als begin van het jaar natuurlijk ook in gebruik.

Een volledige opsomming van wanneer en waar precies deze verschillende jaarstijlen in zwang waren voert hier te ver maar wie er lust in heeft kan deze opzoeken in het grote tijdrekenkundig handboek van Hermann Grotefend,noot H. Grotefend, Zeitrechnung des deutschen Mittelalters und der Neuzeit (1891-1898), Deel I, pp. 7-20 (Annunciationsstil), 140-144 (Osteranfang) en 205-206 (Weihnachtsanfang). of meer specifiek voor de Nederlanden, in de handboeken van Robert Fruinnoot R. Fruin, Handboek der chronologie voornamelijk van Nederland (1934), derde hoofdstuk. en Egied Idesbald Strubbe & Léon Voet.noot E.I. Strubbe & L. Voet, De chronologie van de middeleeuwen en de moderne tijden in de Nederlanden (1960), hoofdstuk VI – online hier, hier en hier.

Als voorbeeld noemen we hier de pauselijke bul Inter gravissimas waarmee paus Gregorius XIII de hervorming van de Juliaanse kalender aankondigde en welke gedagtekend was op

Anno Incarnationis Dominicæ M. D. LXXXI. Sexto Calend. Martij, Pontificatus nostri Anno Decimo. … Anno à Natiuitate Domini nostri Iesu Christi Millesimo Quingentesimo Octuagesimo secundo Indictione decima”.noot Christoph Clavius, Romani calendarii à Gregorio XIII. P. M. restituti explicatio (Rome: Luigi Zanetti, 1603), p.15.

Deze formulering noemt zowel het jaar in de Boodschapstijl, het ambtsjaar van de paus, het jaar in de Kerststijl en het jaar in de indictie-cyclus (dat hier op 1 januari aanvangt) en komt dus overeen met de datum 24 februari 1582.

De Lage Landen

Een ander voorbeeld is het volgende passage uit de stadgeschiedenis van Delft door Dirck van Bleyswijck over het afbranden van het klooster Sion ten westen van Delft: noot D.E. van Bleyswijck, Beschryvinge der stadt Delft etc. (1667), p.361.

Deze brand wordt hier gedateerd op 30 januari 1544 stilo Delfensi maar omdat Delft destijds de Boodschapstijl hanteerde moet het eigenlijk gedateerd worden op 30 januari 1545 naar de moderne tijdrekening.

Dankzij de vermelding van het gebruikte jaarstijl (of in het eerdere geval meerdere jaarstijlen) is hier geen verwarring mogelijk, maar als de jaarstijl niet is opgeven, dan kan voor gebeurtenissen welke in een historische bron tussen eind december en tot ver in april zijn gedateerd, het juiste jaar vaak alleen worden bepaald uit de historische context.

Eenheid en verdeeldheid

In de tweede helft van de zestiende eeuw komt er in de Lage Landen meer en meer weerstand tegen het gebruik van de kerkelijke jaarstijlen, en op 16 juni 1575 liet de Spaanse landvoogd Luis de Requesens y Zúñiga per plakkaatnoot Johan vande Water, Groot Placaatboek vervattende alle de Placaten, Ordonantien en Edicten, der Edele Mogende Heeren Staten ’s Lands van Utrecht (1729), Eerste Deel, pp. 455-456. bekend maken dat vanaf 1 januari 1576 alleen de Nieuwjaarstijl in de Lage Landen gehanteerd mocht worden. De noordelijke opstandige gewesten zouden het besluit over de uniforme jaarstijl enkele jaren later overnemen.

Deze eenheid van tijdrekening in de Nederlanden zou echter niet lang duren. Toen in 1582 de kalenderhervorming van paus Gregorius XIII werd aangekondigd, besloten de Zuidelijke Nederlanden met Zeeland en Holland hier vrijwel onmiddellijk gevolg aan te geven, terwijl de overige gewesten dit pas in 1700 (Gelderland, Overijssel & Utrecht) of in 1701 (Friesland, Groningen & Drenthe) deden, zodat de Republiek der Verenigde Nederlanden weer twee tijdrekeningen hanteerde, die tien dagen uiteen liepen. Maar dat is een verhaal voor misschien een andere keer.

[Aan het begin van dit jaar een gastbijdrage van Rob van Gent, die echt alles weet over de geschiedenis van de astronomie. Dank je wel Rob!]

Deel dit:

14 gedachtes over “Nieuwjaar: de jaarstijl

  1. Peter Flipkens

    Boeiend stukje! Het maakt herinneringen los aan de tijd toen ik het vak Chronologie, metrologie, zegelkunde en heraldiek volgde bij professor Erik Van Mingroot aan de KU Leuven!

    1. Ik weet niet hoe de situatie in België is, maar chronologie is in Nederland voor historici, archeologen en classici feitelijk een afgeschaft vak. De archeologen uit Heerlen zwetsten laatst weer over een jaar nul.

      1. Peter Flipkens

        In mijn tijd was chronologie,… een keuzevak in de opleiding geschiedenis na de oudheid. De opleiding is sindsdien aardig veranderd. Dus ik weet niet hoe de situatie vandaag in België is bij historici met een ander specialisatiegebied dan de oudheid.

      2. Dirk Zwysen

        Ik studeer momenteel Latijn aan de KU Leuven en heb zo’n vak niet zien passeren. Ik geloof dat het ook niet op de planning staat voor de komende jaren. Dat heeft misschien te maken met het feit dat je de klassieke talen apart kan studeren of combineren met moderne talen. In het vak “geschiedenis van Rome” was beperkte aandacht voor de kalender, net als in het vak taalkunde (vooral praktisch: data lezen en opstellen).

        Over de Gregoriaanse hervorming las ik ooit dat een tijdgenoot over het noordelijke verzet opmerkte dat protestanten het liever oneens zijn met de zon dan eens met paus.

  2. Klaas Krab

    In mijn omgeving wordt “het Jaar Nul” wel aangeduid als “het Jaar Kruik”, wat aangeeft dat men die “Nul” niet numeriek dient te interpreteren. 🤔

  3. Het graafschap Holland gebruikte tot de kalenderhervorming de paasstijl, maar de stad Delft had (als enige in Holland?) de boodschapsstijl, Grotefend p.13. In 1545 viel Pasen op 5 april. Intussen is zelfs voor aspirant-archivarissen de historische chronologie afgeschaft.

  4. Rob Alberts

    Mooi overzicht.

    Door mijn buren krijg ik soms weer totaal andere jaartellingen voorgeschoteld.
    Vast tezamen met andere nieuwjaarsfeesten.

    Vriendelijke groet,

  5. Henry Stadhouders

    Gelet op het citaat uit de pauselijke bul is het allicht duidelijker te spreken van Kerst- of Geboortestijl (Latijn: Nativitas) en Boodschap- of Vleeswordingsstijl (Latijn: Annunciatio resp. Incarnatio). Aankondiging door de engel, ontvangenis van de H. Geest en vleeswording van het Woord geschieden op één en hetzelfde moment (25 maart, op het middaguur; vgl. Angelus-gebed). Als ik het juist begrepen heb, bestaan er voor de boodschapstijl dus twee benamingen, t.w. annunciatio en incarnatio, de tweede het gebruikelijkst (?); de term ‘ontvangenis’ (Latijn: conceptio) daarentegen lijkt uitgesloten, omdat deze benaming gereserveerd is voor de onbevlekte (= vrij van de erfzonde) ontvangenis van Maria (bij haar moeder Anna).

  6. Als het jaar begint bij de equinox, dan moet het jaar ongeveer op ons 22 maart beginnen en als dat 1 maart is, dan loopt dat maart weken uit de pas met onze maart. Januari begint dan op wat wij 22 januari noemen, en 1 januari is 10 december. Heeft dat 1 januari toch op 1 januari valt te maken met het uit de pas lopen van de Romeinse kalender met de seizoenen?

    1. De meeste antieke kalenders waren maankalenders, zo waarschijnlijk ook de Oud-Romeinse kalender. Hierbij begint elke maand met de eerste zichtbaarheid van de maansikkel. Moderne voorbeelden zijn de Chinese, de Joodse en de Islamitische kalender.

      Het begin van de eerste maand kan heel soms samenvallen met de equinox maar meestal vallen ze niet samen. Wel probeert men (door het zo-nu-dan invoegen van een schrikkelmaand) om de equinox in de buurt van het jaarbegin te houden.

Reacties zijn gesloten.