Joden en christenen in Rome

Joods grafschrift (Museo delle terme, Rome)

Voor wie Rome verliet, voerde de eerste mijl van de Via Appia langs een parkje waarvan men zei dat de legendarische koning Numa er nog eens met een bosnimf had gesproken, én door een joodse wijk. Joden mochten op de sabbat maar een beperkte afstand wandelen en vestigden zich daarom het liefst bij hun synagogen, zodat er in Rome verschillende joodse buurten waren, elk met een eigen gebedshuis en een eigen catacombe. De synagoge aan de Via Appia was genoemd naar Eleas of Elaias, maar het is onbekend wie of wat dat is geweest.

Het is echter wel bekend dat de bewoners van deze buurt vrij sterk geromaniseerd waren. Dat blijkt uit de inscripties in de catacombe even voorbij de tweede mijlpaal van de Via Appia: merendeels in het Latijn, niet in het Grieks of een meer oostelijke taal. Deze joden waren overigens niet bepaald rijk. De dichter Juvenalis (ca.60 – ca.135) vertelt hoe hij hier eens een vriend tegenkwam die aan het verhuizen was, en geeft en passant een beschrijving van de armoedige levensomstandigheden:

Lees verder “Joden en christenen in Rome”

Juvenalis over Rome: meer overlast

Een lid van de Romeinse ordetroepen (Nationaal Museum, Rome)

In het vorige blogje introduceerde ik de Derde Satire van Juvenalis (ca.60 – ca.135), waarin de dichter het leven hekelt in de woonwijken van Rome. Het door Juvenalis opgevoerde personage had een hekel aan buitenlanders, maar dat was niet zijn enige bezwaar tegen de grote stad. In het vervolg beschrijft Juvenalis de rest van de stedelijke ellende, zoals het lawaai. De vertaling is van Marietje d’Hane-Scheltema.

…Het volk
lijdt hier, ja sterft aan slaapgebrek, een kwaal
die gepaard gaat met slechte spijsvertering
en zuur en maagkramp, omdat huuretages
geen slaap gedogen. Nachtrust is in Rome
slechts rijkelui gegund. Vandaar die kwalen…
Het wielgeratel in de kronkelstraten,
het schelden van het opgepropt verkeer
houdt Jan en alleman wakker.

Lees verder “Juvenalis over Rome: meer overlast”

Juvenalis over Rome: vreemdelingenhaat

Grafsteen van Habib, zoon van Annubat, uit Palmyra; let op de Aramese tekst (Via Appia, Rome)

Rome was een smerige grote stad, zoals ik in het vorige stukje aangaf. De problemen waren, om zo te zeggen, objectief groot. Een ander probleem was meer een kwestie van perceptie: niet iedereen was blij met het multiculturele karakter van de grote stad. Met een woord van de Leuvense onderzoeker Maarten Larmuseau: het centrum van het Romeinse Rijk was gekoloniseerd vanuit de periferie.

Vreemdelingenhaat

De Romeinse satiricus Juvenalis (ca.60 – ca.135) presenteert in zijn Derde Satire iemand die moeite heeft met al die buitenlanders. De vertaling is van Marietje d’Hane-Scheltema.

“Ik aarzel niet er recht voor uit te komen
dat ik vooral één mensengroep ontwijk,
de lievelingen van het rijke Rome:
die Griekse droesem, waar die stad van ons
verziekt van is – en veel meer buitenlanders!”

Lees verder “Juvenalis over Rome: vreemdelingenhaat”

De bevolking van Rome

Het grafveld langs de Via Severiana tussen Portus en Ostia, een van de onderzochte begraafplaatsen

Er staat momenteel een leuk stuk van Hendrik Spiering in het NRC Handelsblad over de herkomst van de bevolking van de stad Rome in de keizertijd. Het onderzoek, gepubliceerd in Science, bestond uit de analyse van het DNA van 127 mensen vanaf de laatste IJstijd tot op heden. Het gaat om resten die zijn gevonden op negenentwintig begraafplaatsen rond de stad.

Het blijkt daarbij dat in de eeuwen vóór onze jaartelling acht van de elf onderzochte paleogenomen (zeg maar antieke DNA-profielen) een Europese signatuur hadden, dus de gebruikelijke erfenis van de eerste landbouwers en Bronstijd-steppebewoners (die we gewoonlijk identificeren met de eerste sprekers van het Indo-Europees). Is in deze vroege tijd dus ruim driekwart van de mensen afkomstig uit de wijde omgeving, in de keizertijd is dat veel minder. Begrijp ik het stuk in het Handelsblad goed – het artikel in Science zit achter een academische betaalmuur – dan zijn er van de achtenveertig onderzochte paleogenomen uit het Rome van de keizertijd slechts twee lokaal en hebben tweeëndertig mensen voorouders uit het oosten. Wat overigens niet uitsluit dat ze zélf in Latium geboren kunnen zijn, zoals blijkt uit isotooponderzoek.

Lees verder “De bevolking van Rome”