Romeins Judea (4 v.Chr. – 41 na Chr.)

Judea op de Peutinger-landkaart; middenin Jeruzalem, rechts Neapolis, de hoofdstad van Samaria

Een nieuwe zondag, een nieuw stukje over het Nieuwe Testament. En vandaag wil ik het eens hebben over het Romeinse bestuur van Judea. Ik weet niet hoe vaak ik het erover heb gehad, maar het mag wel wat toelichting.

Eerst maar even de korte inhoud van het voorafgaande. In de winter van 5/4 v.Chr. overleed koning Herodes de Grote en daarop verdeelde keizer Augustus het Joodse koninkrijk over drie zonen van de overledene. Dat koninkrijk was een samenraapsel van hellenistische steden, halfnomadische stammen, onbewoonde gebieden en een tempelstaatje, dus opsplitsing was minder dramatisch dan het lijkt. De verdeling was ook maar ten dele ingegeven door “verdeel en heers”, zoals we in een moment zullen zien.

  • Judea – dat wil zeggen: het tempelstaatje Jeruzalem – kwam in handen van Herodes Archelaos, die ook het aloude Samaria en enkele havensteden in handen kreeg. Verder regeerde hij over de Idumeeërs in het zuiden. De meeste mensen golden als Joden en hij gold daarom als de Joodse ethnarch, “volksleider”.
  • Zijn broer Herodes Antipas regeerde als tetrarch, “deelvorst”, over het noordelijke Galilea. Hij kreeg ook de vrijwel onbevolkte oostkust van de Dode Zee, waar zijn tetrarchie grensde aan het rijk van de Nabateeërs.
  • Tot slot was er hun halfbroer Filippos, die als tetrarch regeerde over de Golanhoogte en aangrenzende oostelijke nomadenstammen.

Lees verder “Romeins Judea (4 v.Chr. – 41 na Chr.)”

Romeins burgerrecht

Diploma met verlening van Romeins burgerrecht aan enkele soldaten (Archeologisch museum, Zagreb; EDCS-12300250)

Ik heb al vaker gewezen op de Lex Roscia, de wet waarmee Julius Caesar met terugwerkende kracht de verlening van Romeins burgerrecht aan de bewoners van de Povlakte legitimeerde. Dat was een crisismaatregel. De Tweede Burgeroorlog zou gewonnen worden door degene met de meeste soldaten en Caesar vergrootte zijn rekruteringsbasis. Alleen burgers mochten immers dienen in de legioenen. Caesar was ook bij andere gelegenheden kwistig met het burgerrecht en Octavianus volgde hem daarin.

Een Mediterraan wereldrijk

De mensen die zo het Romeins burgerrecht kregen, zijn voor ons makkelijk herkenbaar. Ze heten allemaal Gaius Julius en dan nog een derde naam (bijvoorbeeld Sacrovir), naar de man die hun had opgenomen in de Romeinse burgerij. Hun afstammelingen hebben soortgelijke namen. De leider van de Bataafse Opstand lijkt een “interne” naam Kivilaz te hebben gehad, “de strijdlustige”, in het Latijn weergegeven als Civilis. Daar kwam dus Gaius Julius bij om aan te geven dat hij het burgerrecht had verworven of geërfd.

Lees verder “Romeins burgerrecht”