Carlo Rovelli over Anaximandros (2)

Karl Popper

[Tweede deel van Kees Alders’ bespreking van Carlo Rovelli, Anaximander. De geboorte van het wetenschappelijke denken. Het eerste deel is hier.]

Atheïsme

Toegegeven, ik begon wat vooringenomen aan dit boek. De titel, ondertitel en achterflap lezende vreesde ik dat ik te maken zou krijgen met een wat al te plat betoog over de wetenschapper die zich ontworstelt uit de verstikkende greep van religie. Ik was bang voor een idealisering van de zoveelste op het schild gehesen ‘atheïstische held’, aan wiens individuele vindingrijkheid de volledige ontwikkeling van de mensheid wordt toegeschreven.

Die fout maakt Carlo Rovelli gelukkig niet. Het boek eindigt weliswaar met een beschrijving van de plaats van religie in onze samenleving, maar Rovelli laat daarin zien dat hij heel goed op de hoogte is van de verschillende sociologische beschouwingen van dit verschijnsel. Het platte beeld van de wetenschap die altijd op gespannen voet zou staan met religie wordt gelukkig nogal genuanceerd.

Lees verder “Carlo Rovelli over Anaximandros (2)”

Caesar in Kessel: terugblik (4)

De Waal (bij Druten, dus een eindje stroomopwaarts)

Ik ben de laatste dagen erg bezig met het derde nummer van uw favoriete oudheidkundige tijdschrift, waardoor deze kleine blog, die ik toch vooral schrijf als een plezierig extraatje naast mijn eigenlijke werk, er wat bij inschoot. Vandaag herneem ik echter de terugblik op de claim van Nico Roymans dat Julius Caesar bij Kessel een groep Usipeten en Tencteri had afgeslacht. Zoals ik al opmerkte, is het jammer dat het nieuws zo amateuristisch naar buiten kwam (De Wereld Draait Door ging ermee aan de haal), waarna het aan hyperbolen niet meer heeft ontbroken. De Volkskrant noemde het vorige week zelfs “de grootste Nederlandse oudheidkundige ontdekking ooit”, wat zó onwaar is dat ik het zelfs niet ga uitleggen.

Je kunt ook zonder oudheidkundige standaardoverdrijving kijken naar de vondsten in Kessel en mij viel op dat de discussies die ik zo links en rechts heb beluisterd, drie terugkerende kenmerken hadden. De eerste: er wordt over gesproken alsof het een archeologisch vraagstuk is. De tweede: er wordt over gesproken alsof het een gesloten vraag is. De derde: er wordt over gesproken alsof alleen de feiten – de vondsten in Kessel dus – relevant zijn. Dat is allemaal niet onjuist maar er zijn wat bomen over op te zetten en ik denk dat we moeten beginnen met de simpele vraag wat de vraag nu eigenlijk is.

Lees verder “Caesar in Kessel: terugblik (4)”

Tweemaal Alexander de Grote

Alexander de Grote met olifantenhuid (Metropolitan Museum of Art, New York)

1.

Er was een tijd waarin de Macedonische veroveraar Alexander de Grote, die tussen 334 en 323 het machtige Perzische Rijk onderwierp en via Afghanistan doorstootte naar Oezbekistan en Pakistan, gold als een verlicht heerser die niets minder voorstond dan de eenwording van de mensheid. Hoewel veel mensen nog altijd vertrouwd zijn met deze interpretatie, die ons bijvoorbeeld tijdens de opening van de Olympische Spelen van Athene in 2004 op de televisie werd getoond en die te vinden is op veel internetsites, beschouwen historici haar als achterhaald.

Sinds de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog staan we immers wat wantrouwig tegenover Verlichte Politieke Leiders Die Vechten Voor Grote Idealen. Bovendien hebben we sinds de Dekolonisatie geleerd de culturele verworvenheden van niet-westerse samenlevingen meer op waarde te schatten, en daaronder vallen ook het oude Perzië, Babylonië en Egypte. De verspreiding van de Griekse beschaving was niet altijd een zegen. In Babylonië werd bijvoorbeeld de “ladder van de ondervraging” geïntroduceerd, de pijnbank. Moderne historici schetsen een ander portret van Alexander en gebruiken daar vooral de tinten zwart en donker grijs.

Lees verder “Tweemaal Alexander de Grote”