Alexander de Grote: de eerste veroveringen

Alexander de Grote: de Azara-herme is het enige tijdens zijn leven gemaakte portret. Nu te zien in het Louvre, Parijs.

Het is met Alexander de Grote zoals met elke biografie: we moeten beginnen bij de ouders van de gebiografeerde. Wie daar iets over weet, begrijpt de achtergronden van het leven waarover je begint te lezen. Zeker bij Alexander is nuttig te weten dat zijn vader Filippos koning was van Macedonië. Hij had dit achtergebleven gebied gemoderniseerd en veranderd in een sterke staat met een machtig leger. Dat hij al vroeg de goudmijn van Amfipolis had bemachtigd, hielp daarbij buitengewoon. Verder had hij een agressieve buitenlandse politiek gevoerd. Ik noemde zijn interventie in de Derde Heilige Oorlog al. Ieder jaar trok hij ten strijde, steeds keerde hij terug met buit en daar liet hij de Macedonische aristocraten in delen. De gouden voorwerpen in het archeologische museum in Thessaloniki zijn de erfenis. Simpel samengevat: externe expansie garandeerde interne consolidatie, waardoor een achtergebleven regio veranderde in een sterk koninkrijk. Kortom, een “vroege staat”, om de term van Henri Claessen te gebruiken.

Het begin van de oorlog

In 340 v.Chr. was een conflict ontstaan met de Perzen. Filippos zag een kans, zeker toen twee jaar later koning Artaxerxes III Ochos overleed. Een burgeroorlog tussen Artaxerxes IV Arses en de satraap van Armenië was het gevolg, met hier en daar lokale opstanden. Uiteindelijk zou de Armeense satraap onder de naam Darius III Codomannus de oorlog winnen, maar zover was het nog niet. Filippos stuurde zijn voorhoede dus naar Azië, maar hij werd vermoord voordat hij zelf kon vertrekken (336).

Met de hulp van twee machtige hovelingen, Antipatros en Parmenion, volgde Alexander zijn vader op. En hij erfde dus de Perzische oorlog. Die had echter geen prioriteit. Het eerste jaar van zijn regering was nodig om het koninkrijk te organiseren en de Thraciërs, Illyriërs (meer) en Grieken te tonen dat de Macedonische koning weliswaar een andere naam had gekregen, maar nog steeds een supermacht vertegenwoordigde.

De Granikos

In het voorjaar van 334 staken Alexander en Parmenion de Hellespont over en vielen het plaatselijke Perzische leger aan. Ze versloegen het bij het riviertje de Granikos in het noordwesten van wat nu Turkije heet. Na deze eerste overwinning trokken de Macedoniërs naar het zuiden, waar het Perzische bolwerk Sardes zich overgaf en de Macedoniërs enkele Griekse steden bezetten: Efese, Priene, Milete. Weerstand ondervonden ze nauwelijks, want de Perzische troepen waren deels actief in de burgeroorlog en deels verslagen aan de Granikos. Alleen de Perzische vloot bood weerstand.

Vertraging en succes

De opmars kwam tot stilstand bij Halikarnassos, de hoofdstad van Karië, die werd verdedigd door de Griekse huurlingenleider Memnon van Rhodos en de Perzische vloot. De blokkade duurde lang en hoewel de Macedoniërs een groot deel van Halikarnassos uiteindelijk veroverden, bleef de citadel, gelegen op een eiland, nog lange tijd in Perzische handen. De Macedoniërs hadden kostbare tijd verloren en de nieuwe Perzische koning, Darius III Codomannus, had een groot leger kunnen opbouwen.

De stadsmuur van Halikarnassos

In 333 rukten de troepen van Alexander en Parmenion op door wat nu Turkije heet. Het is hier dat het beroemde incident van de Gordiaanse Knoop plaatsvond. In november ontmoette het Macedonische leger het leger van Darius bij Issos (meer). Op de smalle strook land waar het gevecht plaatsvond, konden de Perzen niet profiteren van hun numerieke overmacht. Kort daarop vielen Damascus, Byblos en Sidon.

De garnizoenen van Tyrus en Gaza boden weerstand, maar de steden werden veroverd. Begin 331 voegde Alexander Egypte, dat niet meer door de Perzen werd verdedigd, toe aan zijn veroveringen. Voortaan had het Perzische rijk geen havens meer aan de Middellandse Zee. Macedonië en Griekenland waren veilig voor een Perzische vlootaanval. Ondanks een Perzisch aanbod tot onderhandelingen, besloot Alexander de oorlog voort te zetten.

Koning Alexander

Er was nu iets veranderd. Alexander was altijd de leider van de Macedoniërs geweest en zoiets als een gewone edelman. Na Issos was hij zich echter gaan presenteren als een echte koning. Na zijn bezoek aan Egypte presenteerde hij zich bovendien als de zoon van de oppergod Zeus, in zijn verschijningsvorm als de Egyptische Ammon.

Alexander met de ramshoorns van de god Ammon (Numismatisch museum, Athene)

Niet iedereen accepteerde dit, en we horen voor het eerst over klagende hovelingen en officieren. Van zijn kant begon Alexander Parmenions zoon Filotas te bespioneren. Alexanders ambities waren gegroeid en hij begon autocratische trekken te krijgen.

[Wordt vanmiddag vervolgd]

Naschrift

Ik schreef over gouden voorwerpen die liggen in het archeologische museum in Thessaloniki. Voor degenen die een toeristisch bezoek plannen: ze liggen niet langer daar, maar in Vergina.

Deel dit:

Een gedachte over “Alexander de Grote: de eerste veroveringen

  1. Jos Houtsma

    Het paragraafje over ‘Koning Alexander’ lijkt me in deze bewoordingen niet te handhaven: hiervoor wordt Alexanders vader koning genoemd en Macedonië een koninkrijk. (Dezelfde oneffenheid in de serie over Issos.)

Reacties zijn gesloten.