De Archaïsche Periode

Vier kouroi tonen de verbeterde beheersing van de anatomie: v.l.n.r. uit Tenea (ca. 560 v.Chr.), uit een onbekende plaats in Griekenland (ca. 540), uit Anavyssos (ca. 530) en uit Agrigrento (ca. 480 v.Chr.).

In Griekenland heet de tweede helft van de IJzertijd (pakweg 800-480 v.Chr.) de Archaïsche Periode. Die naam gaat bij mijn weten terug op de grote Winckelmann, die de klassieke kunst enorm bewonderde en de aanloop daarheen aanduidde als archaïsch. Het idee dat de periode tussen pakweg Homeros en Marathon een aanloop was naar de klassieken, duikt nog altijd weleens op, bijvoorbeeld omdat beeldhouwers steeds beter in staat waren de menselijke anatomie weer te geven. Zo rond 490 lijken ze het volledig in de vingers te hebben gekregen en vanaf dan noemen we het klassiek. Een beroemd boek, Archaic Greece van Anthony Snodgrass, dat probeert de Archaïsche Periode wat meer recht te doen, ontkomt er ook niet helemaal aan de drie eeuwen te typeren als een “age of experiment” voor de latere bloeitijd.

Het is een aantrekkelijk verhaal. Dat beeldhouwers zochten naar de perfecte anatomie is gewoon wáár. Maar de eigenlijke geschiedenis zal niet naar zo’n doel hebben gewerkt. Misschien is het wel beter de tweede helft van de IJzertijd aan te duiden als de tweede helft van de IJzertijd. Die naam vertelt immers iets over Griekenlands technologisch niveau, wat op zijn beurt weer iets vertelt over het potentieel van een samenleving.

Lees verder “De Archaïsche Periode”

Danseres

Danseres (Antikensammlung, München)
Danseres (Antikensammlung, München)

De reeks museumstukjes is soms een project van de lange adem. Het bovenstaande beeldje was de reden waarom ik gisteren over contrapposto schreef. En omdat ik daarover wilde schrijven, moest ik eerst een kouros tonen waarin de anatomie nog wat klungelig was. In de loop der eeuwen, zo wilde ik maar zeggen, begonnen de Griekse kunstenaars steeds beter te begrijpen hoe het menselijk lichaam bewoog.

Daarna ging de ontwikkeling verder. De kunstenaars lieten merken dat ze begrepen hoe mensen in elkaar staken en maakten anatomisch perfecte sculptuur. Kijk maar naar de Laokoöngroep of de schitterende reliëfs van het Pergamon-altaar: alles is in beweging en elke spier klopt. Nu kun je zeggen dat dat wat al te exuberant is, maar ook aan bescheidener beeldjes kun je zien dat de kunstenaars wisten wat ze deden.

Lees verder “Danseres”

De Kritios-jongen

De Kritios-jongen (Akropolismuseum, Athene)
De Kritios-jongen (Akropolismuseum, Athene)

De eerste keer dat ik in Athene het Akropolismuseum bezocht had ik een kartonnen cameraatje bij me waarmee ik geen al te beste foto’s kon maken. De tweede keer maakte ik dia’s. Mijn derde bezoek werd uitgesteld omdat het museum was gesloten. En toen ik er voor de vierde keer kwam, was het museum verplaatst naar de huidige locatie, waar destijds een fotografieverbod gold. Zo is het gekomen dat ik geen eigen foto heb van de zogenaamde Kritios-jongen, die u hierboven ziet. Ik heb de foto geplukt van de onderwijswebsite StudyBlue.

De standaardbabbel die bij dit beeldje hoort krijgt u zo meteen. De vindplaats is minstens zo interessant: de Perserschutt. In de begindagen van de archeologie – we hebben het over de jaren zestig van de negentiende eeuw – kampte men met de vraag hoe de opgravers beeldhouwwerken en andere vondsten moesten dateren. Sculptuur uit de Romeinse keizertijd lukte meestal wel, want van de keizers waren de portretten, de kapsels en de dateringen bekend, waardoor het mogelijk was veel sculptuur te dateren aan de hand van de haarmode. Wat daaraan vooraf was gegaan, was lastiger en daarom waren oudheidkundigen erg geïnteresseerd in dateerbare vondsten. Schliemann wilde bijvoorbeeld eens gaan graven op het eilandje Motya, waar een Karthaagse stad ten onder was gegaan in een van de eerste jaren van de vierde eeuw v.Chr.

Lees verder “De Kritios-jongen”

Kouros

De Apollo van Tenea (Glyptothek, München)
Voorbeeld van een kouros: de zogeheten Apollo van Tenea (Glyptothek, München)

Met het begin van de IJzertijd bloeide de handel in het oostelijk Middellandse Zee-bekken weer op. De Grieken bevoeren alle zeeën: naar het noordoosten naar de Zwarte Zee, naar het zuiden naar de Cyrenaica, naar het westen over de Ionische Zee naar Sicilië, naar het noordwesten langs de Adriatische kusten en naar het oosten, richting Cyprus.

Daar ontmoetten ze de Feniciërs, met wie ze zowel rivaliseerden als handeldreven. De Grieken namen het alfabet over en er is een onbewijsbare hypothese dat de Griekse stedelijke bestuursvorm (met gekozen magistraten, een raad van oud-magistraten en een volksvergadering) is geïnspireerd door de Fenicische stadsrepubliekjes. De Grieken namen ook kunstvormen over: sculptuur.

Lees verder “Kouros”