De dood van de messias (4)

De kruisdraging

Pilatus veroordeelde Jezus tot het kruis. Hierboven ziet u hoe hij, in de weergave van de Nigeriaanse houtsnijder George Bandele, het instrument van zijn dood naar Golgotha droeg. Wat tegenwoordig in Jeruzalem wordt aangewezen als de Via Dolorosa, de “lijdensweg”, gaat ervan uit dat Pilatus verbleef in de burcht Antonia, wat niet juist is: het praetorium was bij de Davidsburcht, vlakbij de huidige Jaffapoort, en Jezus droeg de dwarsbalk van zijn kruis door wat nu David Street en Muristan Street heet.

Althans, dat zal zijn route zijn geweest als de plaats van executie werkelijk was waar men het traditioneel aanneemt: in de huidige Grafbasiliek. Daaraan bestaat overigens weinig twijfel. De kerk in kwestie is gebouwd in de vierde eeuw op de plek van een tempel voor Afrodite die op zijn beurt weer rond het jaar 130 was gebouwd op de plaats waar de christenen het graf van Jezus vereerden. Wie tegenwoordig de Syrische kapel bezoekt, zal zien dat er diverse graven zijn, gemaakt aan het begin van de jaartelling.

Lees verder “De dood van de messias (4)”

De dood van de messias (3)

Jezus voor Pilatus

Als het gaat om de laatste uren van Jezus’ leven, spreken de evangeliën elkaar op enkele punten tegen. Dat roept vragen op. Als het de tempelwacht was die Jezus arresteerde, begon het allemaal als een intern-Joodse kwestie en was hogepriester Kajafas de initiatiefnemer. Als Jezus echter door Romeinse soldaten werd aangehouden, lag het initiatief bij gouverneur Pontius Pilatus. In het ene geval had Jezus vermoedelijk een religieuze regel overtreden (maar welke?) en in het andere geval werd hij gekruisigd wegens opstandigheid of verraad.

Een andere vraag: stierf Jezus tijdens Pesach (15 nisan) of op de voorbereidingsdag voor Pesach (14 nisan)? Het antwoord op deze vraag helpt, in combinatie met het feit dat het een vrijdag was, om het jaar van Jezus’ dood te bepalen. Als Jezus stierf op Pesach, zoals de drie eerste evangeliën aannemen, dan was het dus vrijdag 15 nisan en die datum kwam voor in het jaar 33. Als Jezus stierf op de voorbereidingsdag, zoals de evangelist Johannes aangeeft, dan was het vrijdag 14 nisan en moet het gaan om het jaar 30. Dit is een situatie waarin conflicterende informatie niet valt te harmoniseren: minimaal een van de twee data is fout. We moeten kiezen en ik voor mij denk dat vrijdag 14 nisan 30 het meest aannemelijk is.

Lees verder “De dood van de messias (3)”

Archeologisch non-nieuws

Praetorium, Keulen

Archeologen graven in de regel slechts sporen van resten van overblijfselen op. Het vergt veel uitleg om dat begrijpelijk te maken. Tegelijk gaan er honderdduizenden om in de archeologie. Dat leidt nogal eens tot klachten. In de Belgische gemeente Lier kon men laatst uitleggen hoe een miljoen euro was uitgegeven voor een onderzoek dat eigenlijk alleen één interessante munt had opgeleverd. De verplichting tot onderzoek staat steeds vaker op gespannen voet met het maatschappelijk draagvlak.

De oplossing is dat je het belang van je vondsten schromelijk overdrijft. Als je onderzoek doet in het onbekende Qasr al-Hir al-Sharqi, breng je naar buiten dat je graaft in het legendarische Palmyra, dat tenslotte slechts honderd kilometer verderop ligt; als je een standbeeld van Caligula aantreft, beweer je dat je zijn graf hebt gevonden; als je een boot in het meer van Galilea vindt, beweer je dat die uit de tijd van Jezus komt en huil je krokodillentranen als de pers vervolgens – geheel naar verwachting – schrijft dat het scheepje van Jezus was.

Lees verder “Archeologisch non-nieuws”