Gamaliël I, de jood die het christendom redde

Schriftgeleerde met boekrol (Catacombe van Petrus en Marcellus, Rome)

Tweemaal noemt het Nieuwe Testament, waaraan ik op zondag nogal eens een blogje wijd, Gamaliël. Of beter: Gamaliël de Oudere, of Gamaliël I, want er zijn nogal wat rabbijnen geweest met die naam. Daarover zo meteen. Eerst iets over de man zelf, die leefde in de eerste helft van de eerste eeuw na Chr. Een tijdgenoot dus van Jezus van Nazaret, al zijn er geen aanwijzingen dat ze elkaar ooit hebben ontmoet.

Farizese wetsleraar

Eén vermelding is in een toespraak die de auteur van Handelingen in de mond legt van de apostel Paulus. Hij stelt zichzelf voor:

“Ik ben een Jood, geboren in Tarsus in Cilicië, maar opgegroeid in deze stad. Ik heb als leerling aan de voeten van Gamaliël gezeten en ben strikt volgens de voorschriften van de Wet van onze voorouders opgevoed.”noot Handelingen 22.3; NBV21.

Lees verder “Gamaliël I, de jood die het christendom redde”

De ware schrikkeldag

Reconstructie van de Fasti Antiates maiores (gedateerd tussen 67 en 55 v.Chr.; ©Wikimedia Commons | gebruiker Levaring).

[Vandaag een gastblog van Rob van Gent, die alles weet over historische sterrenkunde en antieke kalenders. Hij heeft ook een leuke website.]

Dit jaar is een schrikkeljaar en dus zullen kranten en andere media komende zaterdag, 29 februari, de aandacht vestigen op de schrikkeldag, haar oorsprong en de hiermee geassocieerde volksgebruiken.

Weinigen weten echter dat de benoeming van 29 februari als de schrikkeldag eigenlijk een relatief moderne innovatie is. Gebruikelijker was het in verleden om 24 of 25 februari hiervoor aan te merken. De verklaring hiervoor ligt in de hervorming van de oud-Romeinse kalender zoals Julius Caesar deze in 46 v.Chr. invoerde.

Lees verder “De ware schrikkeldag”

Schrikkeldagen en schrikkelmanen (2)

Caesar (Archeologisch Museum, Palermo)

De invoering van de nieuwe kalender van negentien jaar, waarvan er zeven een schrikkelmaan hadden, waarover ik zojuist blogde, was een van de grootste wetenschappelijke doorbraken uit de geschiedenis, en dat werd destijds ook erkend. De Joden, die destijds ook in het Perzische Rijk woonden, namen de cyclus meteen over. 235 maanmaanden (6940 dagen) is inderdaad precies even lang als negentien zonnejaren. Deze schrikkelcyclus staat bekend als die van Meton, naar de Atheense astronoom die haar in de vijfde eeuw in Griekenland introduceerde.

Ondanks de bereikte precisie was er nog ruimte voor verfijning, en rond het midden van de vierde eeuw v.Chr. werd vastgesteld dat als je vier cycli van negentien jaar nam en er één dag uit weg liet, je nóg accurater was. Deze cyclus van zesenzeventig jaar, 940 maanden en 4×6940-1=27759 dagen is vernoemd naar Kalippos, maar de ontdekker is vermoedelijk de astronoom Kidinnu uit Babylon, een tijdgenoot van Alexander de Grote.

Lees verder “Schrikkeldagen en schrikkelmanen (2)”

Schrikkeldagen en schrikkelmanen (1)

Caesar (Museum van Korinthe)

Eens in de vier jaar een schrikkeldag, maar niet in jaren deelbaar door honderd en weer wel als het jaarnummer deelbaar is door vierhonderd: echt makkelijk is het niet, maar nuttig is het wel. Door te schrikkelen, loopt de kalender namelijk in de pas met de seizoenen. Augustus blijft een zomermaand, februari blijft een wintermaand.

Voor ons is dat niet meer zo heel belangrijk, maar toen Julius Caesar de kalender met de schrikkeldag invoerde en toen paus Gregorius XIII de huidige regels invoerde, waren er nog religieuze feestdagen die aan de seizoenen waren gekoppeld. Het was handig als het feest voor de graanoogst ook plaatsvond als er iets te oogsten viel, en het was eveneens gemakkelijk als de vastentijd viel in een tijd waarin het eten toch al bijna op was.

Lees verder “Schrikkeldagen en schrikkelmanen (1)”