Glykon

Glykon

Dat moest ik dus weer hebben. Er is een beroemd beeld van de antieke slangengod Glykon, dat ooit is opgegraven in de Roemeense havenstad Constanţa (het antieke Tomis) en dat tegenwoordig dient als logo van de regionale archeologische musea. Zie boven. Het kunstwerk zelf bevindt zich in het stadsmuseum, dat gesloten is. Ik had het vorige week willen zien, maar dat is dus niet gelukt. Ik zal naar Roemenië terug moeten.

De cultus voor Glykon is rond het midden van de tweede eeuw na Chr. geïntroduceerd door een zekere Alexandros van Abonouteichos. Of beter: dat is wat de Grieks-Romeinse auteur Lucianus van Samosata ons wil laten geloven, maar zijn boekje Alexander, de leugenprofeet is een uiterst vijandig (en uiterst amusant) schotschrift. Het is dus riskant om feiten eruit te distilleren, maar veel alternatieven hebben we niet.

Lees verder “Glykon”

De Inka’s (3): goud en aardappelen

Inka-beeldje (Humboldtforum, Berlijn)

[Derde blogje in een vierdelig reeks door Frans Buijs over de Inka’s. Het eerste deel was hier.]

Hoe kwam het dat Atahuallpa zich zo makkelijk liet overrompelen? Om een antwoord te vinden op die vraag gaat Wim Kamerbeek, de auteur van Atahuallpa’s vergissing, eerst te rade bij een ander boek, Zwaarden, paarden en ziektekiemen van Jared Diamond. De Spanjaarden hadden natuurlijk een technologisch overwicht op de Inka’s en ze waren resistent tegen ziekten.

Kennis van de wereld

Maar dat is niet alles. Ze hadden ook een voorsprong op het gebied van kennis. Pizarro kon zelf niet lezen of schrijven, maar hij had een hele cultuur achter zich die dat wel kon. En die al eeuwenlang contact had gehad met de buitenwereld, eerst met Azië en nu met Amerika. De Spanjaarden hadden het Aztekenrijk onder de voet gelopen en hadden dus al ervaring opgedaan met het verkennen en veroveren van de nieuwe wereld.

Lees verder “De Inka’s (3): goud en aardappelen”

Het hijgend hert

Hert met slang (Keizerlijk Paleis, Constantinopel)

U kent wellicht het beroemde psalmvers, berijmd door Lucretia van Merken (1721–1789):

‘t Hijgend hert, de jagt ontkomen,
schreeuwt niet sterker naar ‘t genot
van de frissche waterstroomen
dan mijn ziel verlangt naar God.

Hier wordt de dorst van het hert in verband gebracht met de vervolgingsjacht waaraan het dier juist is ontsnapt, maar dat is vrije fantasie. De Bijbel verklaart de dorst van het hert in het geheel niet, van schreeuwen is geen sprake en zelfs hijgen doet het niet, volgens de NBV21-vertaling:

Lees verder “Het hijgend hert”

Het oudst-bekende verhaal van de wereld (7)

Reliëf uit Khorsabad van een heldhaftige figuur, vaak geïdentificeerd met Gilgameš (Louvre, Parijs; voor volwassenen is er deze afbeelding)

[Voor het laatst is de blog voor kinderen die het verhaal van Gilgameš nog niet kennen. Het staat u vrij het verhaal voor te lezen aan een achtjarige. Het eerste deel was hier.]

Gilgameš had gehoopt dat Ut-Napištim en Emzara hem hadden kunnen vertellen hoe ook hij onsterfelijk had kunnen worden, maar dat was op niets uitgelopen. Hij begreep dat hij voor niets helemaal was gereisd tot voorbij de randen van de aarde. Maar toch – hij wilde zo graag onsterfelijk zijn.

Ut-Napištim probeerde hem nog één keer uit te leggen dat ook hij, de machtige koning van Uruk, ooit zou sterven. “Weet je wat?” zei Ut-Napištim, “Dood zijn is een beetje zoals slapen. Probeer eens of je zeven dagen en zes nachten wakker kunt blijven. Dan ontdek je wel dat onsterfelijk zijn zo eenvoudig niet is.”

Lees verder “Het oudst-bekende verhaal van de wereld (7)”