Emir Abd el-Kader

L’émir Abd-el-Kader, protégeant les chrétiens à Damas en 1860 (Jan-Baptist Huysmans)

In mijn boek over Libanon – inmiddels herdrukt – behandel ik ook de crisis rond het jaar 1860, toen de maronieten en druzen tegen elkaar ten strijde trokken. Diverse partijen raakten betrokken, waaronder soldaten uit het Ottomaanse leger, die partij kozen voor de druzen en op diverse plaatsen christenen doodden. In Damascus vielen 12.000 doden, waaronder de Nederlandse consul en de Massabki-broers, die door de maronieten tot op de huidige dag worden vereerd. De sultan greep bliksemsnel in en zond een generaal, die de rebelse soldaten standrechtelijk liet executeren en de druzische leiders veroordeelde tot de galg. Evengoed intervenieerde een Frans leger, dat feitelijk dus weinig te doen had.

Terwijl ik deze trieste gebeurtenis beschreef, stuitte ik op een emir Abd el-Kader, die in Damascus de vervolgde christenen had opgenomen in zijn paleis en had beschermd. Die naam kende ik, maar uit een heel andere context. In 2019 was ik in Sétif in Algerije, waar een Jardin d’ Emir Abd el-Kader was, die tjokvol Latijnse inscripties stond, die ik destijds fotografeerde en – tot mijn eigen verbazing – resulteerden in mijn eerste, enige en welbeschouwd hilarische wetenschappelijke publicatie. Ik vroeg me af of het ging om dezelfde man. De naam, “dienaar van de almachtige”, is niet zeldzaam, maar de Arabische rang van emir is dat in een Ottomaanse context wel, en de man uit Sétif en de man uit Damascus leefden allebei rond 1860. Hij was inderdaad dezelfde.

Lees verder “Emir Abd el-Kader”

De Notre-Dame: spookverhalen

De duivel in de Notre-Dame van Parijs

[Dit is het derde van vier door Hans Overduin geschreven blogjes over de Notre-Dame van Parijs. Het eerste was hier.]

Een blog over de Notre-Dame zou incompleet zijn zonder een paar opmerkingen over de spookverhalen in en rond de Parijse kathedraal. Ter zake dus, en dan beginnen we met het boek dat (mede) aanleiding was tot alle gespook.

Quasimodo

Rond 1830 verkeerde de kerk in een dermate deplorabele staat – vooral het interieur – dat de Parijzenaars overwogen de kerk maar af te breken. Met de publicatie van de roman Notre-Dame de Paris (1831) van Victor Hugo, in de Nederlandse vertaling bekend onder de titel De klokkenluider van de Notre Dame, kwam de kerk echter dermate in het middelpunt van de belangstelling te staan dat koning Louis Philippe besloot de kathedraal te laten restaureren.

Het overbekende boek biedt een accuraat portret van het middeleeuwse Parijs, zoals men zich dat voor de geest haalde in de vroege negentiende eeuw. Met verwijzingen naar de eigen tijd. Het is namelijk aannemelijk dat het fictieve personage van Quasimodo is geïnspireerd op een gebochelde steenhouwer die rond 1820 werkzaamheden aan de kathedraal zou hebben verricht en die Hugo persoonlijk gekend zou hebben. De man zou als kluizenaar hebben geleefd en bekend hebben gestaan als Monsieur Le Bossu, “de gebochelde”.

Lees verder “De Notre-Dame: spookverhalen”

La petite ligne Maginot

Als ik het goed heb begrepen, was de Belgische regering in 1936 buitengewoon teleurgesteld in haar Franse bondgenoot, die zich niet actief genoeg zou verzetten tegen de opkomst van Adolf Hitler. In oktober van dat jaar verklaarde koning Leopold III zijn land neutraal. Voor de Franse generale staf, die had gemeend dat België, net als in de Eerste Wereldoorlog, zij aan zij met Frankrijk zou vechten tegen de Duitsers, was het herstel van de Belgische neutraliteit een streep door de rekening. Men had gemeend Noord-Frankrijk te kunnen verdedigen in België, waar machtige forten als Battice de Duitsers dagenlang zouden tegenhouden. Nu moest Frankrijk zijn noordgrens verdedigen in eigen land.

De Franse regering besloot daarop om de Maginotlinie, die langs de Frans-Duitse grens lag, te verlengen langs de Belgische grens. Het project, La petite ligne Maginot, begon nog in 1936 en had in 1941 voltooid moeten zijn. In mei 1940 waren de bunkers gereed, maar onvolledig ingericht. Periscopen ontbraken en niet alle geschut was aanwezig. Het was sowieso geen massieve verdedigingslinie zoals de echte Maginotlinie; eerder was het een netwerk van grote en kleine bunkers, met een tankgracht.

Lees verder “La petite ligne Maginot”