Voor-westerse geschiedenis (7) het “image of limited good”

Alles wat kracht kostte, was te herleiden tot spierkracht (Louvre, Parijs)

Toen ik deze reeks “voor-westers” doopte, was dat enerzijds om aan te geven dat het gaat over een wereld die er was vóórdat het idee van West-Europa ontstond en anderzijds omdat ik het heb over iets wat voorafgaat aan de historische gebeurtenissen – noem het de voorwaarden, de factoren of de omstandigheden die het menselijk handelen beperken en beïnvloeden. Er is nog een derde reden om de periode af te bakenen van de algemene geschiedenis van de westerse wereld: het energiebeheer. Simpel geformuleerd was vrijwel alle energie in de voor-westerse wereld te herleiden tot voedsel. En dat is hoogst problematisch.

Onoverkomelijke grenzen

Neem het geval van de boer die meer wil produceren, dus meer land moet bewerken en dus meer zal moeten ploegen. Dat vergt extra energie en die energie zal de boer moeten halen uit zijn voedsel. Hij zou die beperking kunnen oplossen door een rund of dromedaris voor de ploeg te spannen, maar ook dat dier zal eten. Een aanzienlijk deel van wat méér geproduceerd zou kunnen worden, verdwijnt dus in het arbeidsproces.

Lees verder “Voor-westerse geschiedenis (7) het “image of limited good””

Romeins vlees

Het zal u geruststellen dat consumptie toch veilig is

Een tijdje geleden blogde ik over Romeins kannibalisme en ik wees erop dat in antieke steden nogal wat varkens en honden rondiepen, dieren die de gewoonte hebben afval te eten. Ze golden in het oude Nabije Oosten niet voor niets als onrein. Het was, zo schreef ik, dan ook “niet zo vreemd dat bijna de helft van alle bekende amuletten betrekking heeft op maagkramp”. Ik voegde toe dat de Romeinen geen verband legden tussen maagkramp en het eten van vlees dat, toen het nog op vier poten rondwandelde, afval had gegeten.

Daarop ontspon zich een discussie over het koken en bakken van vlees. Koken en bakken dienen immers om voedsel eetbaar dat eigenlijk niet zo goed eetbaar is, alsnog geschikt te maken voor menselijke consumptie. Ik legde de kwestie voor aan Manon Henzen van Eet!Verleden uit Nijmegen. Als Manon het niet zou weten, weet niemand het.

Lees verder “Romeins vlees”

Romeins kannibalisme

Het slachten van varkens in de winter was in elke voorindustriële samenleving belangrijk: dit detail van Breughels “Volkstelling in Betlehem” kan zó worden toegepast op de situatie in het antieke Rome.

Het is al heel lang bekend: als de mensheid nog toekomst wil hebben, zullen we in het rijke noorden een stap terug moeten doen. Vleesconsumptie zal zeldzaam worden. (Ironie: ik schrijf deze woorden net nadat ik een stuk kip in de oven heb gezet.) Minder vlees is ook niet zó heel erg, want het is eigenlijk een nogal inefficiënt voedingsmiddel. Als iemand van alleen vlees en zuivel zou moeten leven, is twee-en-een-half voetbalveld nodig om hem te voeden, terwijl een even grote akker met graan twaalf mensen kan voeden.

In het Romeinse Rijk, met zijn onderontwikkelde economie, was vlees dus zeldzaam. Mensen aten vooral graanproducten, met als gezonde aanvullingen de vruchten van de wijnrank en de olijfboom. Plus natuurlijk nog wat fruit. Als een gewone Romein al vlees at, zal het zijn gegaan om spek, lever, haas, ham en andere delen van de varkens die in de wintermaanden werden geslacht. Als je bedenkt dat deze dieren afval eten, is het niet zo vreemd dat bijna de helft van alle bekende amuletten betrekking heeft op maagkramp. De Romeinen legden dit verband overigens niet.

Lees verder “Romeins kannibalisme”