De IJsheiligen

Servatius is een van de IJsheiligen

Er zijn in de volksweerkunde, waaraan het vorige blogje was gewijd, twee belangrijke perioden: de Hondsdagen en de periode van de IJsheiligen. De hondsdagen vallen midden in de zomer, al is men het over de precieze data niet eens. De periode loopt van 18 of 20 juli tot en met 18 of 20 augustus. Het is de meest hete en vochtige periode van het jaar, waarin voedsel snel bederft. De naam is ontleend aan het sterrenbeeld Grote Hond.

Maar ik wil het vandaag specifiek over de  IJsheiligen hebben. Het gaat om 11 tot en met 14 of 15 mei. Dit zouden de laatste dagen zijn waarop nachtvorst nog mogelijk zou zijn en jonge aanwas zou kunnen bevriezen. Deze vier of vijf dagen werden gekoppeld aan de heiligen die op die dagen hun feestdag hadden of hebben. Het zijn:

Lees verder “De IJsheiligen”

Volksweerkunde

Slecht weer

De meteorologen van het KNMI baseren hun weersvoorspelling op satellietfoto’s, modellen, instrumentmetingen, expertise en een jarenlange wetenschappelijke opleiding. Vroeger beschikte men uiteraard niet over deze kennis en methoden. En zelfs toen in de negentiende eeuw de wetenschappelijke weerkunde tot ontwikkeling was gekomen, hadden de meeste mensen nog geen toegang tot deze informatie. Massamedia waren er niet. Omdat weersvoorspelling echter voor boeren en vissers essentieel was (en is), ontwikkelden deze mensen eigen manieren om het weer te voorspellen.

Grijs gebied

Hun weersvoorspelling was gebaseerd op eeuwenlange ervaring, zonder dat men precies wist wat voor natuurwetten daarachter zaten. Men koppelde bepaalde atmosferische verschijnselen en het gedrag van dieren aan het weer waarvan men wist dat het zou volgen. Om de vastgestelde patronen te markeren, benutte men al sinds de Middeleeuwen heiligendagen, en om ze te onthouden bedacht men rijmende weerspreuken (“avondrood, water in de sloot”).

Lees verder “Volksweerkunde”

Archeoastronomie

Stonehenge, fase 1

Ik weet zeker dat higgsbosonen, Vietnam, sequoia’s en tektonische platen bestaan, al heb ik ze nooit gezien. Verder betwijfel ik niet dat er ooit triceratopsen over deze planeet hebben rondgewandeld. Ik neem het aan zonder bewijs. Als het gaat om de Oudheid, weet ik echter graag waarom we dingen weten. Bijvoorbeeld: hoe weten archeologen dat monumenten uit het Late Neolithicum en de Bronstijd zijn georiënteerd op astronomische verschijnselen?

Voordat ik verder ga: ik schrijf dit precies om de reden die ik noem. Ik wil weten hoe archeologen weten wat ze weten. Ik schrijf het niet vanuit pseudoscepsis (“ik stel alleen maar vragen”). Ik heb echter een stukje uit de bewijsvoering nooit gehoord, of ben dat vergeten, en ik vertrouw erop dat een archeoloog me straks doorverwijst naar een wetenschappelijk artikel dat ik niet ken. Sta me nu een redenering toe die bij elke stap allerlei nuanceringen behoeft die ik zal overslaan; het gaat me even om de hoofdlijn.

Lees verder “Archeoastronomie”